'Nee ik heb geen schulden, mijn kind heeft autisme'

20 februari 2014

Als u dit leest, heeft de Eerste Kamer gestemd over de Jeugdwet. Die wet is aangenomen, ondanks massaal verzet van artsen, ouders, wetenschappers, ggz-instellingen en organisaties zoals de KNAW, de Kinderombudsman en Defence for Children.

Versnipperde zorg
Een van de belangrijkste argumenten vůůr de wet is de verwachte vereenvoudiging van de zorg. Dankzij het principe ‘1 gezin, 1 plan, 1 regisseur’ worden zorgvragers straks niet meer van het kastje naar de muur gestuurd, omdat hulpverleners niet meer langs elkaar heen werken. De zorg wordt bovendien een verantwoordelijkheid van de gemeente, waardoor ‘maatwerk’ mogelijk is. Dat is nog goedkoper ook.

Verzekerde zorg
Het belangrijkste argument tegen de wet is, dat er een onderscheid komt tussen fysiek zieke en psychisch zieke kinderen. De eerste groep houdt recht op verzekerde zorg, de tweede niet. Kinderen met aandoeningen zoals bipolaire stoornis, autisme, ernstige eetstoornissen of suÔcidaliteit, hebben straks geen vanzelfsprekend recht meer op medische zorg. Staatssecretaris Van Rijn heeft dit onderstreept door een motie te ontraden van GroenLinks-senator Ganzevoort. De senator vroeg om een garantiestelling vanuit het Rijk mocht de gemeentelijke zorgpot leeg zijn als een psychisch ziek kind er een beroep op moet doen. Deze motie is door de Eerste Kamer verworpen.

Eenzijdig en onvolledig

Een paar dingen vallen op aan de discussie over deze wet. Zo lijkt het twijfelachtig of mensen die het 1-1-1-model verdedigen, beseffen dat een psychische aandoening iets anders is dan een opvoedprobleem. Het mantra ‘demedicaliseren, normaliseren en ontzorgen’ overheerst. Waarschijnlijk is dat het geval omdat ADHD model staat voor een psychische aandoening. Maar het beeld dat media van een kind met ADHD schetsen, is meestal onvolledig en eenzijdig. Ook wordt voortdurend geroepen dat er ‘te veel etiketten worden geplakt’, terwijl de prevalentie van psychische stoornissen bij kinderen al decennialang ongeveer gelijk is.

Kritiekloos
Op de tweede plaats lijkt het beeld ontstaan dat degenen die zich verzetten tegen de Jeugdwet, kritiekloze aanhangers zijn van de manier waarop de kinderpsychiatrie nu is georganiseerd. Maar als je vindt dat alle kinderen recht hebben op verzekerde zorg, impliceert dat niet dat je de huidige praktijk ideaal vindt en niet voor verandering vatbaar. We ontzeggen kinderen met huidproblemen, nierziekten of kanker toch ook geen recht op hulp omdat we vinden dat de ziekenhuiszorg best beter kan?

Strontvervelend
Dat brengt me op het derde punt: waarom kunnen kinderen met een ziek lichaam op alle medische zorg en compassie van de wereld rekenen, maar kinderen met psychische kwetsuren niet? Omdat lichamelijk zieke kinderen zielig zijn, en geestelijk zieke kinderen ůf onzichtbaar (ze worden een schaduw van zichzelf, of verdwijnen zelfs helemaal), ůf strontvervelend (ze klieren, vernielen spullen en gedragen zich agressief). En omdat er meer respect is voor de snijkunsten van een chirurg dan voor de therapeutische kwaliteiten van een psychiater. Terwijl die laatste met zijn vaardigheid net zo goed levens kan redden.

Wishful thinking
Het recht op verzekerde zorg is een principiŽle kwestie. Nu die slag is verloren, zijn voorstanders van de transitie aan zet om te laten zien dat hun totaaloplossing werkt. Zij
verwachten wonderen van de sociale wijkteams, die goedkopere ťn betere zorg moeten leveren. Maar het succes van deze wijkteams lijkt vooralsnog te berusten op wishful thinking. Waarom zouden de – vijf? Tien? Vijftien? – professionals in een multidisciplinair wijkteam zomaar ineens wťl goed kunnen samenwerken en elkaars taal verstaan? En waar halen zij de specialistische kennis vandaan die een besparing op specialisten moet opleveren?

Eigen kracht
Onlangs verzuchtte de vader van een autistische zoon aan mijn keukentafel dat hij het helemaal heeft gehad met ‘die stagiaires van de Hogeschool die komen informeren of we schulden hebben of een drugsprobleem’. Na talloze bezoekjes heeft hij het ideaal van ‘1 gezin, 1 plan, 1 regisseur’ eindelijk voor elkaar: zijn kind krijgt nu de specialistische hulp die het nodig heeft. Op een multidisciplinair wijkteam dat komt informeren naar de ‘eigen kracht’ in het gezin, zit hij niet te wachten. En zijn autistische zoon ook niet.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Staat de patiŽnt wel centraal?

Enige tijd geleden sprak ik een vrijgevestigd klinisch psychologe over haar ervaringen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Zij vertelde over een depressieve patiŽnte die zij wilde verwijzen naar de crisisdienst van de regionale GGZ-instelling. Zij vertelde dat zij deze patiŽnte niet kon/mocht doorverwijzen, dat de huisarts dat moest doen, maar dat die op vakantie was en zijn waarnemer de patiŽnte eerst wilde zien voordat hij zou kunnen doorverwijzen, dat deze waarnemer deze patiŽnte niet wilde doorverwijzen, omdat hij het met de diagnose niet eens was, dat de psychologe de patiŽnte toen presenteerde aan een bevriende psychiater, die patiŽnte vervolgens terstond verwees naar de crisisdienst, die de patiŽnte tijdelijk in behandeling nam, en om het af te sluiten niet met de klinisch psychologe, de behandelaar overlegde maar met de bevriende psychiater, die de patiŽnte na ťťn gesprek had doorverwezen, en haar nauwelijks kende.
Meer

Reageer |  reacties

Millennials missen een ontwikkeld backoffice

De Facebookgeneratie ofwel de millennials (geboren tussen 1980 en 2000) overbevolken onze GGZ. In tien jaar tijds nam bij deze generatie het slikken van antidepressiva met 40% toe. 72.000 zitten er vanwege arbeidsongeschiktheid thuis; in grote meerderheid gaat het om psychische themaís. In de GGZ trakteren wij ze op een etikettenepidemie: dyslexie, ADHD, ADD, hoogbegaafdheid, PTSS, autisme, Asperger, NLD, dyscalculie, borderline.
Meer

Reageer |  reacties

Voorkůmen is beter dan genezen

Denkt u eens na over het volgende rijtje: een jurist, een kantoorbeambte cq boekhouder, een rechtsgeleerde, een leraar, een voormalig metaalarbeider en vakbondsbestuurder, een arts, een jurist, een scheikundige, een voormalig secretaresse, een politicoloog en jurist, een TV-producer, een arts, een econoom, een historicus annex internationale betrekkingen-expert, een socioloog en een politicoloog. Weet u al waar ik op doel? Dat is de achtergrond van de ministers die de afgelopen 40 jaren Volksgezondheid in hun portefeuille hebben gehad.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten