'Super toch: werken in de sector kommer en kwel'

13 april 2017

In de media wordt zeer consistent het beeld geschetst van de verpleeghuiszorg als een sector waar het kommer en kwel is. Ik merk dat ik steeds terughoudender word bij het vertellen waar ik werk. In de ogen van mijn gesprekspartner kan ik de schrik zien: verpleeghuizen, daar lopen toch vervuilde en verwarde mensen rond, terwijl de mensen die hen verzorgen zich de benen onder het lijf vandaan rennen om te voorkomen dat niet echt Šlles daar verkeerd gaat? En het stinkt er altijd naar urine…?

'In de ogen van mijn gesprekspartner kan ik de schrik zien: verpleeghuizen?!'

Eindelijk noodzakelijke verbetering
In elke zin over onze sector vallen de woorden ‘verpleeghuis’ en ‘verbetering noodzakelijk’ samen. En in toenemende mate komt daar ‘eindelijk’ bij; als in: daar moet eindelijk eens orde op zaken worden gesteld. Vrij recent is daar een oplossing aan toegevoegd: er moeten meer mensen in de verpleeghuiszorg werken. Want met meer mensen kan meer zorg worden geboden en krijgen bewoners meer aandacht. Daar kan niemand op tegen zijn, toch?

'Als in: daar moet eindelijk eens orde op zaken worden gesteld.'

Ik onderschrijf deze gedachte ten dele. Ja, de werkdruk is bij ons behoorlijk pittig. Net als de verantwoordelijkheid die onze collega’s in de zorg hebben. Zij maken afwegingen en keuzes voor de mensen die aan hun zorgen zijn toevertrouwd. En die in een heel hoog tempo zwaardere problematiek met zich mee brengen, veel zwaarder dan enkele jaren geleden. Natuurlijk helpt het om die druk te kunnen delen met meer collega’s. Bijvoorbeeld in de nacht, waarin het nog niet zo lang geleden voor veel collega’s geen enkel probleem was om gedurende een nachtdienst verantwoordelijk te zijn voor vijftig bewoners. Nu zijn onze bewoners echter zo hulpbehoevend en brengen hun aandoeningen zulk complex gedrag met zich mee, dat collega’s deze verantwoordelijkheid niet meer alleen willen dragen. Terecht, lijkt mij. Een voorbeeld van waar het zou helpen om meer mensen in te zetten.

Vakvrouwen
Aan de andere kant…. Werkdruk hangt ook samen met werkplezier. Met trots op je werk kunnen zijn. En, last but not least, met regelruimte. Als je deze verantwoordelijkheid draagt, wil je als collega in de zorg ook de ruimte om zelf de beslissingen te kunnen nemen. Je wilt het vertrouwen dat je de goede dingen doet, omdat je je vak verstaat. En daar wringt nou net de schoen. Door in de media zo hard te roepen dat alle verpleeghuiszorg heel slecht is (wat beslist niet waar is, maar daar hebben we het een andere keer over) en dat de collega’s zo ontzettend hard moeten werken, wordt het beeld gecreŽerd - en keer op keer bevestigd - dat dit vertrouwen niet gerechtvaardigd is. En dat we dus vooral de IGZ en andere toezichthouders nodig hebben om te voorkomen dat al die vakvrouwen die met liefde voor onze ouderen zorgen, er een rommeltje van maken.

Met als gevolg dat onze prachtige sector, waar dagelijks klein geluk wordt gemaakt door vakvrouwen, niet erg in trek is bij verzorgenden en verpleegkundigen die met een vers diploma op zak de arbeidsmarkt op gaan. Logisch, lijkt me. Maar tegelijkertijd roepen we om meer mensen….

Bekend maakt bemind
Ik denk dat deze mensen makkelijker te enthousiasmeren zijn als we een realistisch beeld laten zien van de zorg in verpleeghuizen. U wilt een voorbeeld? In een recent onderzoek onder bijna 100 studenten verpleegkunde bleek het volgende: slechts 8% van hen had interesse om in de ouderenzorg te gaan werken. Als zij daar vervolgens stage gaan lopen, is dat percentage op de vijfde dag van die stage gestegen naar maar liefst 66%. Met name de variatie en de diversiteit in ons mooie werk spreekt hen aan. Ook logisch, lijkt me. Want als je aan den lijve ondervindt wat dit werk betekent en je ziet hoe betekenisvol en uitdagend het is, kun je daar als toekomstig verpleegkundige alleen maar warm voor lopen.

'CliŽnten zijn niet gebaat met die onterechte beeldvorming.'

Maar die onterechte beeldvorming dreigt zo wel een zichzelf versterkend effect te krijgen… Daar zijn onze cliŽnten niet mee gebaat en onze collega’s evenmin. Overigens erken ik volmondig dat ik ook in deze tekst de neiging heb om als tegenwicht vooral te laten zien hoe betekenisvol en waardevol het werk in de zorg voor kwetsbare ouderen Ūs. Dus misschien is het beter om mijn collega’s die in de zorg werken zelf aan het woord te laten over wat zij van hun werk vinden: “Je krijgt hier de ruimte om je kwaliteiten te laten zien. Nu we met zelfsturende teams en nog maar twee directeuren werken, heb ik meer dan ooit dat gevoel. Als team kun je zelf beslissen waar geld aan uitgegeven wordt, wat cliŽnten nodig hebben. Je hoeft niet eerst toestemming te vragen aan een manager, want die is er niet meer. Er heerst hier echt het besef dat personeel op de werkvloer het beste weet wat bewoners nodig hebben. Eindelijk mag je als verpleegkundige of verzorgende weer zelf nadenken en bepalen wat je bewoner nodig heeft, in plaats van opgedrongen taken of lijstjes afwerken. Super toch!” Dat zegt Monique die op ťťn van onze kleinschalige locaties werkt. En voor de cynici onder u: nee, dit hebben we haar niet ingefluisterd. Dit schreef ze zelf, omdat zij haar werk zo ervaart. En over regelruimte en vertrouwen gesproken: kunt u zich voorstellen dat iemand met deze bevlogenheid de verkeerde dingen doet? Nou dan…..

'Media: houd op met het eenzijdige beeld over de verpleeghuiszorg.'

Dus: media, houd op met het eenzijdige beeld over de verpleeghuiszorg voortdurend te bevestigen. En familie: vertel op feestjes het eerlijke verhaal over de liefdevolle zorg. En ikzelf: praat weer met trots over je werk, Ruth… Of misschien kan ik beter nog een minder verdachte bron citeren. Zoals collega Lianne: “Ik voel me op mijn plek hier. En in tegenstelling tot wat verpleegkundigen vaak denken: nee, dat is zeer niet saai. De zorg verandert continu en omdat de zorgzwaarte toeneemt heb je als verpleegkundige veel uitdaging hier!”

Ruth Maas
Raad van Bestuur Zorgcentra De Betuwe

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Staat de patiŽnt wel centraal?

Enige tijd geleden sprak ik een vrijgevestigd klinisch psychologe over haar ervaringen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Zij vertelde over een depressieve patiŽnte die zij wilde verwijzen naar de crisisdienst van de regionale GGZ-instelling. Zij vertelde dat zij deze patiŽnte niet kon/mocht doorverwijzen, dat de huisarts dat moest doen, maar dat die op vakantie was en zijn waarnemer de patiŽnte eerst wilde zien voordat hij zou kunnen doorverwijzen, dat deze waarnemer deze patiŽnte niet wilde doorverwijzen, omdat hij het met de diagnose niet eens was, dat de psychologe de patiŽnte toen presenteerde aan een bevriende psychiater, die patiŽnte vervolgens terstond verwees naar de crisisdienst, die de patiŽnte tijdelijk in behandeling nam, en om het af te sluiten niet met de klinisch psychologe, de behandelaar overlegde maar met de bevriende psychiater, die de patiŽnte na ťťn gesprek had doorverwezen, en haar nauwelijks kende.
Meer

Reageer |  reacties

Millennials missen een ontwikkeld backoffice

De Facebookgeneratie ofwel de millennials (geboren tussen 1980 en 2000) overbevolken onze GGZ. In tien jaar tijds nam bij deze generatie het slikken van antidepressiva met 40% toe. 72.000 zitten er vanwege arbeidsongeschiktheid thuis; in grote meerderheid gaat het om psychische themaís. In de GGZ trakteren wij ze op een etikettenepidemie: dyslexie, ADHD, ADD, hoogbegaafdheid, PTSS, autisme, Asperger, NLD, dyscalculie, borderline.
Meer

Reageer |  reacties

Voorkůmen is beter dan genezen

Denkt u eens na over het volgende rijtje: een jurist, een kantoorbeambte cq boekhouder, een rechtsgeleerde, een leraar, een voormalig metaalarbeider en vakbondsbestuurder, een arts, een jurist, een scheikundige, een voormalig secretaresse, een politicoloog en jurist, een TV-producer, een arts, een econoom, een historicus annex internationale betrekkingen-expert, een socioloog en een politicoloog. Weet u al waar ik op doel? Dat is de achtergrond van de ministers die de afgelopen 40 jaren Volksgezondheid in hun portefeuille hebben gehad.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten