De risico’s van een roeping

21 juni 2018

Als je goed voor jezelf zorgt, kun je ook goed voor je kindje zorgen”, zei de kraamverzorgende elf jaar geleden tegen mij. Ik was bevallen van de eerste en dacht: Makkelijk praten. Opeens was alles anders. Met die borstvoeding, badjes, temperaturen, verschonen, de gigantische berg was ineens en de hond die ook nog uit moest, was het op zijn minst gezegd zoeken naar tijd voor mezelf, alleen al voor iets gewoons als douchen. Het verantwoordelijkheidsgevoel maakte dat ik de hele dag (en nacht) onzeker was of mijn baby het warm genoeg had (of te warm?), genoeg dronk (teveel?) en sliep (te lang?).

Hectiek
Ik denk terug aan die bijzondere, maar ook uitputtende tijd door recente cijfers over werkdruk in de jeugdzorg. Volgens het FCB ervaart zestig procent van de werknemers in de jeugdzorg in 2017 de werkdruk als veel te hoog. Vijf jaar terug ervoer minder dan de helft van de werknemers dat. Bijna driekwart noemt als oorzaak de hoeveelheid werk en de hectiek.
Ik begrijp die ervaren werkdruk wel. Als in jouw werk voorkomt dat kinderen en volwassenen vreselijke dingen overkomen, kun je dan zeggen: “Sorry, ik heb er een lange werkdag op zitten, ik ga naar huis, want ik moet aan mezelf denken”? Toch wel aanlokkelijk om nog even langs te rijden bij dat zorgwekkende gezin om te zien of de kinderen het weekend enigszins veilig doorkomen. Sommige banen vergen nou eenmaal meer dan de kassa afsluiten en het rolluik naar beneden trekken.

Burn-out
De meeste mensen zijn bereid om dat stapje extra te doen. Maar hoe lang houd je die stapjes extra vol, als je ondertussen moet wennen aan een veranderde werkwijze sinds de transitie, aan fusies, reorganisaties, nieuwe teams? Dat dit je niet in de koude kleren gaat zitten, laten andere cijfers van het FCB zien. Het ziekteverzuim in de jeugdzorg is licht stijgend en loopt inmiddels tegen de 6 procent. Zet dat even af tegen het landelijk ziekteverzuimgemiddelde van 3,9 procent (CBS, 2017). Waar tien jaar geleden minder dan 1 op de 10 werknemers kampte met vermoeidheid en burn-outklachten, gaven vorig jaar 2 op de 10 werknemers aan daar last van te hebben.
Een hulpverlenende vriendin van mij kreeg even geleden het stempel burn-out. Haar reactie toen haar leidinggevende haar naar huis stuurde? “Hoe moet dat met dat zeventienjarige meisje met Borderline, die na twee jaar eindelijk vertrouwen in me heeft gekregen? Nu ‘verlaat’ ik haar en daar was ze juist zo bang voor! En met die suïcidale puber, die na een afspraak vaak net iets lichter van gemoed afscheid van me neemt?” Vanaf haar puberteit was mijn vriendin stellig over haar toekomstige beroep. Haar roeping was kinderen helpen. En dan nu opeens pas op de plaats maken en aan zichzelf denken?

Druk van de ketel
Misschien is een deel van de ervaren werkdruk en gestegen ziekteverzuim te wijten aan de transitie naar gemeenten. Een andere verklaring zit hem in de aard van het werk, met de grote verantwoordelijkheid voor kwetsbare jeugd. En zeker óók in de aard van de beestjes die dit werk doen. ‘Zorg goed voor jezelf, dan kun je ook goed voor anderen zorgen’, is een wijs advies. Maar als je betrokkenheid en verantwoordelijkheidsgevoel groot is, geef je daar vaak met moeite gehoor aan.
Als kersverse moeder hielp mij die lieve buurvrouw, waar ik de babyfoon mocht brengen, zodat ik even rustig de hond kon uitlaten. Of gesprekken met andere onzekere ouders om te toetsen of we op de juiste weg waren. Ik kan me zo voorstellen dat die vlieger ook opgaat voor hulpverleners. Tijd voor gesprekken met collega’s en ruimte voor een extra bezoek aan een gezin, kunnen net de druk van de ketel halen. Ik durf te stellen dat medewerkers dan meteen minder vaak overwerkt of ziek raken. En ze lekker kunnen blijven doen wat hun roeping is. 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Snor

Het enige geluid dat ik hoor is het getik van de klok. Zo nu en dan springt er een vogeltje uit tevoorschijn, dat een paar keer hard roept. Gelukkig hoef ik daar niets meer mee.Ooit was ik een echt feestbeest, kon ik nachten doorhalen met mijn buurtgenoten. Maar de laatste tijd hoefde ik niet meer zo nodig. Overbodig voelde ik me. Ik was leeg, waar ik ooit v... Meer

Reageer |  reacties

Mensen helpen die ‘de droad effe kwiet bin’

Mediant Geestelijke Gezondheidszorg in Twente opende in 2015 de Helmer-Es, een nieuwe High Intensive Care (HIC). Teampsychiater Marije Vermaas voelt zich hier als een vis in het water. Er is één probleem: ze is de enige psychiater op de afdeling, er moet nodig een collega bij. Maar dat is lastig. Veel collega's zien Twente als een uithoek. Ze gooit graag een... Meer

Reageer |  reacties

Deze cliënt zit nog steeds in mijn hoofd

Ariëtte van Reekum, psychiater en lid raad van bestuur van GGZ Breburg in Brabant, heeft een open inborst. Niet te beroerd om een fout toe te geven. Toch zit ze soms in een spagaat: een organisatie heeft een structuur en cultuur nodig om open te zijn over fouten en ervan te leren. Maar na een uitzending van Zembla is ze naar de buitenwereld voorzichtiger. ‘H... Meer

Reageer |  reacties