Moordende concurrentie

8 oktober 2015

Een aantal maanden geleden overleed een geliefde vriendin. Kanker, nog ruim 3 jaar geleefd na de diagnose. Zelf zag ze die jaren als blessuretijd. Net als bij een sportwedstrijd kunnen in die laatste “minuten” bijzondere wendingen plaatsvinden die de kleur van de nabeschouwing op het leven sterk bepalen. In haar geval was dat de thuiszorg. Dat de marktwerking in de zorg bizarre vormen kan aannemen en soms leidt tot kafkaŽske situaties, is mij meer dan ooit gebleken.

Hoewel ze veel hulp kreeg van vrienden en kerkgenoten, was ze de laatste maanden van haar leven aangewezen op thuiszorg. Zoals dat gaat nadat Google 13 organisaties opleverde in haar woonplaats, thuiszorg.startpagina.nl te onoverzichtelijk was en Zorgkaart Nederland de doorslag ook niet kon geven, adviseerde de huisarts een bepaalde organisatie en zette vervolgens het traject in gang. Nadat de volgende horde in de vorm van het Centrum Indicatiestelling Zorg genomen was, werd de zorg aangevangen. (Tip: doe eens de webcheck op de website van het CIZ en probeer voor uzelf het onderscheid tussen persoonlijke verzorging, verpleging, zorg in de thuissituatie of palliatief terminale zorg te maken). In eerste instantie waren er alleen wat lichte werkzaamheden nodig, later steeds meer verzorging van het achteruitgaande lijf. Dit verliep in blokken die op het kwartier werden afgerond; professionele zorg van 08:15 tot 10:00 uur en van 12:30 tot 14:15 uur; in de rest van de middag een tweetal vrijwillig(st)ers en dan nog een paar uur professionele zorg in de avond. Ondanks alle goedbedoelde hulp van vrienden en kennissen in de omgeving brak het moment aan dat 24-uurszorg onontkoombaar was. Een telefonische rondgang naar de 2 hospices in de omgeving leerde dat er niet direct een plaats beschikbaar was; continue thuiszorg was dus het logisch alternatief. Aangezien de op dat moment opererende organisatie geen rond-de-klok-zorg in het assortiment had, moest gekeken worden naar een andere aanbieder. Op dat moment begonnen de problemen.

In eerste instantie waren er terloopse opmerkingen van de thuiszorg-medewerkers als “Kunnen we niet nog naar een andere oplossing kijken?” en “Zou u uzelf in deze situatie nu wel gaan toevertrouwen aan anderen?” Deze opmerkingen kwamen op de directe familieleden nogal intimiderend over, maar in hun afhankelijkheidspositie durfden ze hun verbazing en irritatie niet te uiten. Toen duidelijk werd gemaakt dat er toch een overstap zou volgen naar een andere organisatie, werd zelfs door de op dat moment aanwezige medewerker gesuggereerd dat “de huisarts hier ongetwijfeld ook niet achter zou staan.” De klapper moest toen nog komen, want bij het uiteindelijke overstappen werden alle rapportages van de laatste weken meegenomen en was er een dusdanig summiere overdracht, dat er wťťr zo’n vermoeiend intakegesprek moest volgen. Het zou nog voor 4 dagen nodig blijken te zijn.

Jaarlijks behandelen de ruim 1800 thuiszorgorganisaties circa 2.000.000 hulpvragen; als relatieve buitenstaander zou je zeggen dat er genoeg werk voor iedereen zou moeten zijn. Door tarievendaling en budgetkortingen zien veel organisaties de laatste jaren hun omzet dalen. Hierdoor hebben de medewerkers op de werkvloer wellicht van hogerhand instructies gekregen zich wat pro-actiever te gedragen jegens cliŽnten; het is aannemelijk dat ze bovenbeschreven gedrag niet van nature vertonen. Terug naar de kruisverenigingen met solistisch werkenden wijkverpleegkundigen zal ook niet de oplossing zijn en enige competitie op het gebied van kwaliteit en kosten lijkt me te rechtvaardigen, maar met dit soort praktijkvoorbeelden zal het niet lang duren voordat we echt van moordende concurrentie kunnen gaan spreken.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ĎVeiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteitení dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om Ė in het geval van een ernstig incident of calamiteit Ė een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suÔcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

FACT-werk en specialistische zorg in ťťn team

ĎBinnen GGZ Noord-Holland-Noord hebben we drie programmaís geschreven die de komende drie jaar hun beslag moeten krijgení, vertelt Marijke van Putten, lid van de raad van bestuur. ĎVoorheen werkten we via twee sporen: de FACT-teams en diagnostisch gerichte specialistische teams. Deze voegen we samen tot geÔntegreerde teams die wijk- en herstelgericht zijn. Teams met ervaringsdeskundigen en IPS-medewerkers die mensen begeleiden naar werk, maar ook met specialistische behandelkennis.í
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten