Het protocol voorbij!

8 augustus 2013

In de afgelopen decennia was er veel aandacht voor de ontwikkeling en het gebruik van protocollen, standaarden, richtlijnen en dergelijke. Niet onbegrijpelijk: het komen tot uniformiteit vermindert onterechte willekeur en faciliteert achteraf het afleggen van verantwoording, maar vraagt er om vooraf goed na te denken.

De heilige graal? Nee, geleidelijk aan wordt duidelijk dat de protocollering meer voorwaarde is dan garantie. Dat komt in ieder geval doordat het hebben van protocollen niet hetzelfde is als het gebruiken ervan. Daar is implementatie voor nodig en dat is geleidelijk aan uitgegroeid tot een groot thema. Terecht, want de zogenaamde compliance, het volgen van protocollen, is nog steeds teleurstellend laag.

Maar er is meer. Niet elke patiŽnt is gelijk en niet elke patiŽnt is gebaat bij dezelfde behandeling. Dat klinkt logisch, maar is dat niet altijd in de praktijk. In de afgelopen jaren wordt toenemend aandacht gevraagd voor het belang van de context, de omgeving.

Zaken als de sociale kaart, de concurrerende verantwoordelijkheden (bijvoorbeeld afkomstig uit het werk), vaardigheden van de patiŽnt, emotionele status, cultuur, geloof en ziektebeleving, zijn van invloed en bepalen in hoge mate hoe een behandeling er het best uit ziet.

Dit is het veld dat contextuele geneeskunde, of patient-centered decisionmaking (PCDM), heet en in opkomst is. De onderbouwing spreekt aan. Diverse artsen melden contextuele fouten zoals het behandelen van de patiŽnt wiens diabetes verslechtert door cognitieve achteruitgang en therapieontrouw, met alleen maar meer medicamenten.

De groep van Weiner bestudeerde zo’n 400 gestandaardiseerde patiŽntbezoeken aan ongeveer 100 artsen. Bij 73% van de patiŽnten werden de inhoudelijke evidence based protocollen correct gevolgd. Werd naar de contextuele factoren gekeken, dan bleek dat daar slechts in 22% van de gevallen adequaat rekening mee werd gehouden. Daar lijkt veel verbeterpotentieel aanwezig. Dezelfde groep onderzoekers beschreef vorig jaar dat de contextuele fouten meer (financiŽle) verspilling veroorzaken dan het niet volgen van inhoudelijke protocollen. Nog recenter onderzoek toont dat het betrekken van contextuele factoren behalve lagere kosten ook betere uitkomsten op het niveau van de patiŽnt oplevert.

Deze inzichten zijn additioneel en beconcurreren protocollering zeker niet. Kennis en gebruik van protocollen blijft de basis. Echter, het betrekken van de contextuele factoren is onmisbaar bij het kiezen van de juiste diagnostiek en therapie. Sterker nog, bij voortschrijdend gebruik van protocollering zou dat nog wel eens een relatief doelmatiger vorm kunnen zijn om de uitkomst van de behandeling verder te verbeteren. Dit is overigens ook een relevante overweging waar het gaat om kwaliteit en veiligheid. Het is des te meer relevant nu er recent, onder meer in het landelijke zorgakkoord van half juli, aandacht wordt gevraagd voor gepaste zorg en bestrijding van overconsumptie.

Met het pleidooi voor contextuele aandacht is de era van het protocol niet voorbij, maar weer wat minder exclusief en zaligmakend. De concrete en vitale vraag ‘wat voor deze patiŽnt de volgende stap moet zijn?’ krijgt er geleidelijk een dimensie bij en dat is waardevol in onze tocht naar betere kwaliteit!

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Geen personalised medicine zonder personomics

Het is de nieuwe heilige graal: personalised medicine. De leek die erover hoort, denkt al snel dat het walhalla binnen handbereik is. Nog even, en de dokter kan een behandeling geven die helemaal op jouzelf is toegesneden. Zou het?

Big data Het heet natuurlijk niet voor niets personalised medicine, en niet gepersonaliseerde zorg; al is de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra NFU niet zo stellig in dit onderscheid. De toelichting op dit begrip begint de NFU met de zinnen: ĎPrecies de juiste zorg voor elke individuele patiŽnt, met een minimum aan bijwerkingen, tegen minimale kosten, zo dicht mogelijk bij huis. (...) Daarvoor is een revolutie nodig, zowel in kennisverwerving als in de organisatie van de zorg.í
Meer

Reageer |  reacties

Staat de patiŽnt wel centraal?

Enige tijd geleden sprak ik een vrijgevestigd klinisch psychologe over haar ervaringen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Zij vertelde over een depressieve patiŽnte die zij wilde verwijzen naar de crisisdienst van de regionale GGZ-instelling. Zij vertelde dat zij deze patiŽnte niet kon/mocht doorverwijzen, dat de huisarts dat moest doen, maar dat die op vakantie was en zijn waarnemer de patiŽnte eerst wilde zien voordat hij zou kunnen doorverwijzen, dat deze waarnemer deze patiŽnte niet wilde doorverwijzen, omdat hij het met de diagnose niet eens was, dat de psychologe de patiŽnte toen presenteerde aan een bevriende psychiater, die patiŽnte vervolgens terstond verwees naar de crisisdienst, die de patiŽnte tijdelijk in behandeling nam, en om het af te sluiten niet met de klinisch psychologe, de behandelaar overlegde maar met de bevriende psychiater, die de patiŽnte na ťťn gesprek had doorverwezen, en haar nauwelijks kende.
Meer

Reageer |  reacties

Millennials missen een ontwikkeld backoffice

De Facebookgeneratie ofwel de millennials (geboren tussen 1980 en 2000) overbevolken onze GGZ. In tien jaar tijds nam bij deze generatie het slikken van antidepressiva met 40% toe. 72.000 zitten er vanwege arbeidsongeschiktheid thuis; in grote meerderheid gaat het om psychische themaís. In de GGZ trakteren wij ze op een etikettenepidemie: dyslexie, ADHD, ADD, hoogbegaafdheid, PTSS, autisme, Asperger, NLD, dyscalculie, borderline.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten