Artsen zijn geen loodgieters, of wel?

10 juni 2015

Als de kraan van de wasmachine stuk is, druppelt het. En als je pech hebt, spuit het. Dan bel je een loodgieter. Loodgieters zijn op paniek ingesteld, komen doorgaans vrij snel bij noodgevallen en lossen het probleem op.

Als er met je eigen lichaam iets mis is, werkt het ook zo. Je wilt zo snel mogelijk van het probleem af. Heb je je been gebroken, dan neem je zes weken gips voor lief. Dat is – zegt de dokter – de snelste manier om weer gewoon te kunnen lopen. Een gebroken been is op een bepaalde manier ook erg prettig. Het is namelijk vrij eenvoudig te constateren. En meestal goed te repareren. Hetzelfde geldt voor een rotte kies en de mazelen. Het zijn goed te duiden problemen waarvoor prima oplossingen en handelswijzen bestaan.

Maar.

Ik heb eens gekeken met welke aandoeningen ik de laatste jaren naar huisarts of ziekenhuis ben gegaan. En zonder u lastig te vallen met allerlei details van mijn probleempjes: ik ben wel geschrokken. Geen enkele fysieke kwaal is definitief opgelost; drie van de vier kwalen zijn slechts tijdelijk verholpen.

Nu valt het allemaal nog enorm mee. Ik kan nog met grote vreugde blogs schrijven, klanten helpen en in de tuin werken. Maar ik ben me wel gaan afvragen hoe artsen hun vak eigenlijk uitvoeren. Mensen zijn misschien ingewikkelder dan een wasmachine, zou best kunnen. Ik ben geen arts, ik heb geen idee. En het probleem is niet altijd direct te vinden, dat begrijp ik.

Maar in de marketing, mijn wereld, draait bijna alles om perceptie. Wat de klant vindt, is waar. Of het nu wel of niet klopt. Ik zie mezelf als een klant van huisarts of specialist. En wat ik zie, zijn artsen, die het beste met me voor hebben. Absoluut. En een gebroken been gaat wel goed, de mazelen ook. Maar ik zie ook dat artsen vaak maar wat proberen. Omdat ze het probleem niet duidelijk hebben. Pijn in mijn linkervoet was eerst een ontsteking, daarna een bacteriŽle infectie en toen jicht. Dat laatste was zelfs geheel in tegenspraak met de bloedtesten die waren gedaan. De pijn – ik kon niet eens meer lopen – duurde 10 dagen. De behandelingen varieerden mee met de ‘diagnoses’: een antibioticakuur, volstrekte rust en pilletjes. Het probleem ging uiteindelijk vanzelf over. Wat het nu was? Ik heb geen idee. De arts helaas ook niet.

Ik weet wat artsen gaan zeggen. Ja, dit is een specifieke casus, het handelen van jouw arts is in dit geval goed te verklaren.

Zal wel. Gooi maar in mijn pet.

Goede strategie! Maak het eerst klein en bijzonder, en marginaliseer het vervolgens als specifiek geval. Maar mijn voet is maar ťťn voorbeeld, er zijn talloze voorbeelden. Bij mij gaat het over een voet. Bij mensen in mijn omgeving gaat het ook over harten, hersens en andere vitale functies.

Les 1 voor de arts: Zeg het gewoon als je het niet weet. Daar kan ik best tegen. En (voorlopig) niets doen is dan misschien wel de beste optie.
Les 2 voor de arts: Trek geen conclusies waarvan ik, de klant, al kan zien dat het niet klopt. Ik ben niet achterlijk en jij, de arts, wilt niet belachelijk over komen. Toch?

Een slechte loodgieter vernieuwt de hele leiding terwijl alleen het leertje kapot is. Een slechte arts geeft pillen zonder het probleem te kennen. Een goede loodgieter zoekt totdat hij het probleem heeft gevonden en gaat dan pas repareren. Een goede arts moet dat ook doen. Ik ken helaas veel te veel slechte artsen.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Staat de patiŽnt wel centraal?

Enige tijd geleden sprak ik een vrijgevestigd klinisch psychologe over haar ervaringen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Zij vertelde over een depressieve patiŽnte die zij wilde verwijzen naar de crisisdienst van de regionale GGZ-instelling. Zij vertelde dat zij deze patiŽnte niet kon/mocht doorverwijzen, dat de huisarts dat moest doen, maar dat die op vakantie was en zijn waarnemer de patiŽnte eerst wilde zien voordat hij zou kunnen doorverwijzen, dat deze waarnemer deze patiŽnte niet wilde doorverwijzen, omdat hij het met de diagnose niet eens was, dat de psychologe de patiŽnte toen presenteerde aan een bevriende psychiater, die patiŽnte vervolgens terstond verwees naar de crisisdienst, die de patiŽnte tijdelijk in behandeling nam, en om het af te sluiten niet met de klinisch psychologe, de behandelaar overlegde maar met de bevriende psychiater, die de patiŽnte na ťťn gesprek had doorverwezen, en haar nauwelijks kende.
Meer

Reageer |  reacties

Millennials missen een ontwikkeld backoffice

De Facebookgeneratie ofwel de millennials (geboren tussen 1980 en 2000) overbevolken onze GGZ. In tien jaar tijds nam bij deze generatie het slikken van antidepressiva met 40% toe. 72.000 zitten er vanwege arbeidsongeschiktheid thuis; in grote meerderheid gaat het om psychische themaís. In de GGZ trakteren wij ze op een etikettenepidemie: dyslexie, ADHD, ADD, hoogbegaafdheid, PTSS, autisme, Asperger, NLD, dyscalculie, borderline.
Meer

Reageer |  reacties

Voorkůmen is beter dan genezen

Denkt u eens na over het volgende rijtje: een jurist, een kantoorbeambte cq boekhouder, een rechtsgeleerde, een leraar, een voormalig metaalarbeider en vakbondsbestuurder, een arts, een jurist, een scheikundige, een voormalig secretaresse, een politicoloog en jurist, een TV-producer, een arts, een econoom, een historicus annex internationale betrekkingen-expert, een socioloog en een politicoloog. Weet u al waar ik op doel? Dat is de achtergrond van de ministers die de afgelopen 40 jaren Volksgezondheid in hun portefeuille hebben gehad.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten