Het schandaal dat Nederland heet

25 oktober 2016

De identiteit, structuur en werking van Nederland leer je het beste kennen door kennis te nemen van onopgeloste en vaak ook onoplosbare kwesties. Kijk naar de problemen zoals asielzoekers die ervaren. Ze leven in een Kafkaiaanse wereld van formulieren en loketten, en te midden van die abstracte werkelijkheid moeten ze een beroep doen op Šl hun mentale vermogens, om de jarenlange en uitzichtloze stagnatie waarin hun leven zich bevindt op te heffen. Of kijk naar mensen met ‘verward gedrag’ die niet goed in staat zijn zich van hun sociale en mentale situatie gewaar te worden of zichzelf te evalueren, niet of nauwelijks zelf plannen kunnen maken om hun situatie te veranderen of zichzelf kunnen motiveren om deze ook daadwerkelijk uit te voeren. Trouwens, ook al zouden ze dat kunnen dan missen ze veelal de hulpbronnen (vaardigheden, financiŽle middelen en sociale contacten) om hun doelen te bereiken. Vergeet ook niet dat er in Nederland duizenden kinderen thuis zitten omdat een groot aantal gemeenten en scholen zich onvoldoende inspannen om voor ‘zorgkinderen’ een plaats te creŽren. Ook hier is er een ‘aanjaagteam’ onder leiding van een bestuurlijk zeer ervaren persoon nodig om het probleem te verkleinen. En zo’n team komt er straks vast ook om te voorkomen dat gemeenten tegen het eind van het jaar doodleuk aankondigen dat het geld voor specialistische jeugdzorg op is, zoals laatst in Almere gebeurde.

Het ‘systeem van systemen’ vereist nu bij voorbaat al zelfredzaamheid om je hulpvraag te formuleren ťn te stellen. Zonder heb je het nakijken. De vereenzaming en verkommering zit als het ware in het systeem ingebakken en is, cynisch gesproken, in de wet verankerd. De moderne modi zijn: geen vraag geen hulp; participatie is verplicht; zelfredzaamheid is de norm. De overheid voert slechts op afstand, als een negentiende-eeuwse nachtwaker, de regie. Verder laat de overheid de ‘systemen’ (voor inkomen, werk, zorg, veiligheid, huisvesting, opleiding, sociale participatie, schuldhulpverlening, psychische zorg, maatschappelijke opvang, politie, vervoer, crisishulpverlening en noem maar op) onderling hun problemen oplossen. Ook al willen die systemen dat (wat zeker niet vanzelfsprekend is), dan zijn ze daar gezamenlijk vaak niet toe in staat. Ze zijn met handen en voeten gebonden aan formele opdrachten (wat hoort wel en wat niet tot het werk, wat is het mandaat, wie mag wel of niet aanspraak maken op aandacht of hulp) en alles wat ze doen moeten ze telkens weer op papier verantwoorden. Bedenk dat een fors deel van het budget in de zorg opgaat aan bureaucratisch gedoe dat volstrekt niet relevant is voor de inhoud van het werk. Bij elkaar genomen kost dat honderden miljoenen euro’s om duizenden mensen achter beeldschermen met spreadsheets aan het werk te houden. Kortom: het schandaal dat Nederland heet.

Is er een oplossing voor de hiervoor bekritiseerde manier waarop systemen de werkelijkheid benaderen? Wellicht, maar eenvoudig is het niet; men verzandt snel in clichťmatige oplossingen van commissies die hulpconstructies bedenken en de ergste problemen de weg uit helpen. Fundamentele oplossingen zijn theoretisch snel verzonnen maar de praktische uitvoering daarvan is vaak een utopie. Je moet dan denken aan radicale culturele veranderingen die ontstaan als mensen gezamenlijk het gevoel uiten dat het tijd is voor een nieuw paradigma. Een oproep daartoe heeft weinig zin. Als instelling, laat staan als individu, kun je niet zoveel meer dan kritisch zijn en binnen de marges opereren. Dat frustreert. Je ziet dat mensen dan maar voor zichzelf gaan beginnen, maar dat blijkt ook vaak een illusie: ook vrijgevestigden raken de weg kwijt door telkens complexere systemen en vereisten waarmee hun vrijheidsruimte wordt ingeperkt. 

Maar dat radicale oplossingen, net als ‘sluitende aanpakken’, meestal uitdraaien op een illusie is niet zo bijzonder. We zien dat ook bij andere grote problemen (in de literatuur aangeduid als wicked problems) zoals met betrekking tot de klimaatverandering of de vluchtelingencrisis. Bij simpele of radicale oplossingen (die meestal ook vrij simplistisch worden geformuleerd) gaat het veelal om plannen die ervan uitgaan dat iedereen eraan meewerkt of daartoe wordt verplicht, en dat de aandacht niet in een mum van tijd verslapt. In de praktijk voldoen zulke oplossingen zelden. Beter is het te koersen op small wins.

Er zit zo bezien niet veel anders op dan proberen lokaal, met anderen (en wat zorginstellingen betreft samen met overheid en zorgverzekeraars), proberen afspraken te maken over vrijheidsruimtes die voor alle betrokkenen voordeel opleveren. Dat impliceert ‘institutioneel ondernemen’, proactief handelen en dus – hoe dan ook – gezamenlijk proberen te streven naar een nieuwe werkelijkheid. Dat klinkt nogal abstract, maar overal zijn mensen op hun manier daar concreet mee bezig. Echte veranderingen zullen zich echter pas doorzetten als een beweging zich vertaalt in politiek handelen. Culturele veranderingen hebben te maken met macht. Ik zie geen alternatief. Redenen om somber te zijn, zijn er helaas te over. Daar staat tegenover dat het in ons land – door onze enorme rijkdom en het hoge opleidingsniveau – toch nog redelijk goed gaat in vergelijking met heel veel andere landen.


U kunt Jaap van der Stel op twitter volgen via @Lectoraat_GGZ 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Staat de patiŽnt wel centraal?

Enige tijd geleden sprak ik een vrijgevestigd klinisch psychologe over haar ervaringen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Zij vertelde over een depressieve patiŽnte die zij wilde verwijzen naar de crisisdienst van de regionale GGZ-instelling. Zij vertelde dat zij deze patiŽnte niet kon/mocht doorverwijzen, dat de huisarts dat moest doen, maar dat die op vakantie was en zijn waarnemer de patiŽnte eerst wilde zien voordat hij zou kunnen doorverwijzen, dat deze waarnemer deze patiŽnte niet wilde doorverwijzen, omdat hij het met de diagnose niet eens was, dat de psychologe de patiŽnte toen presenteerde aan een bevriende psychiater, die patiŽnte vervolgens terstond verwees naar de crisisdienst, die de patiŽnte tijdelijk in behandeling nam, en om het af te sluiten niet met de klinisch psychologe, de behandelaar overlegde maar met de bevriende psychiater, die de patiŽnte na ťťn gesprek had doorverwezen, en haar nauwelijks kende.
Meer

Reageer |  reacties

Millennials missen een ontwikkeld backoffice

De Facebookgeneratie ofwel de millennials (geboren tussen 1980 en 2000) overbevolken onze GGZ. In tien jaar tijds nam bij deze generatie het slikken van antidepressiva met 40% toe. 72.000 zitten er vanwege arbeidsongeschiktheid thuis; in grote meerderheid gaat het om psychische themaís. In de GGZ trakteren wij ze op een etikettenepidemie: dyslexie, ADHD, ADD, hoogbegaafdheid, PTSS, autisme, Asperger, NLD, dyscalculie, borderline.
Meer

Reageer |  reacties

Voorkůmen is beter dan genezen

Denkt u eens na over het volgende rijtje: een jurist, een kantoorbeambte cq boekhouder, een rechtsgeleerde, een leraar, een voormalig metaalarbeider en vakbondsbestuurder, een arts, een jurist, een scheikundige, een voormalig secretaresse, een politicoloog en jurist, een TV-producer, een arts, een econoom, een historicus annex internationale betrekkingen-expert, een socioloog en een politicoloog. Weet u al waar ik op doel? Dat is de achtergrond van de ministers die de afgelopen 40 jaren Volksgezondheid in hun portefeuille hebben gehad.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten