Economen hebben ook een zorgplicht, net als artsen en psychologen!

18 april 2012

Ik kon kiezen: het openbaar vervoer, de auto of met de motor. Het werd de motor en dat was niet voor niets. Er is veel gezegd en geschreven over het gevoel van vrijheid dat motorrijden geeft. Onze Japanse collega’s hebben aangetoond dat de cognitieve functies van motorrijders beter op peil blijven dan de denkpatronen van niet-motorrijders. Dit wordt verklaard door de continue alertheid die motorrijden in het verkeer vereist. Er is nog iets anders. Motorrijden vraagt kracht (mijn Harley weegt 360 kg) en geeft mij kracht, ik stap van het monster af zoals ik uit de fitnesszaal kom met ťťn groot verschil: er hangt geen muffe zweetlucht om me heen, ik ben volkomen fris en uitgewaaid.

Mijn vermoeden dat ik het gevoel van kracht die middag bij het Centraal Planbureau in Den Haag nodig zou hebben, bleek juist. Niet zo lang geleden had ik in de Volkskrant geopperd dat, gezien de economische en financiŽle crisis, het me een goed idee leek dat economen de eerste vijf jaar zouden afzien van het in ontvangst nemen van de Nobelprijs. Ze zijn er tenslotte niet in geslaagd onze economische motor fatsoenlijk overeind te houden en dit toont wat mij betreft de kwetsbaarheid aan van de economische wetenschap. Erken die kwetsbaarheid, buig je opnieuw over je grondslagen en uitgangsmodellen en kom uit die retraite wijzer terug. Integreer veel meer dynamisch psychologische gezichtspunten en niet alleen de cognitieve psychologie waarin de machine de metafoor voor de mens is. Daniel Kahneman (die als enige psycholoog de Nobelprijs in de economie in de wacht sleepte) heeft met zijn werk over het feilbare denken absoluut bijgedragen aan economie en psychologie, maar er zijn veel meer psychologische inzichten die de economen kunnen en moeten gebruiken om de wereldwijde economische patronen en processen gezond te krijgen en te houden.
Allereerst kreeg ik in de Volkskrant al behoorlijk van katoen (te beginnen door mijn vroegere vriend Arnold Heertje) en nog eens extra toen mijn bijdrage op een economensite opdook en er een tweede discussie ontstond. In deze discussie heb ik geprobeerd de economen een lesje in afweermechanismen te geven, ik had een overdadige hoeveelheid illustratiemateriaal van ze gekregen.

Onderweg naar het bureau op de grens van Den Haag en Scheveningen was het een kleine moeite even langs het Catshuis te rijden. Ik overwoog een zakje boterhammen over het hek te gooien met een briefje dat er voor ontwikkelingshulp toch meer moet overblijven. Ik heb me ingehouden om geen kracht te verliezen en de boterhammen opgegeten. Op het Centraal Planbureau begon het debat vriendelijk, ik werd geÔnterviewd over mijn carriŤre en mijn standpunten over politiek en economie zoals die de afgelopen jaren in diverse media terecht waren gekomen. Toen ik het zo terughoorde, schrok ik er af en toe zelf van. De econoom die me ondervroeg had zijn huiswerk goed gedaan en herinnerde me eraan dat ik op middelbare school al een rebel was en dat die attitude in diverse boeken en artikelen terugkwam. Even schaamde ik me voor de motor die breeduit op de binnenplaats van het CPB stond. Af en toe leek het alsof ik weer op divan lag en dan nu niet bij een psychoanalyticus maar bij de CPB-directeur. Ik kreeg vervolgens de kans mijn theorieŽn over de narcistisch psychologische grondslag van de kredietcrisis te ontvouwen, de grootheidsfantasieŽn bij bankiers en financiŽle adviseurs die de economische motor door hun fantasie hebben vervangen aan de orde te stellen. Ik mat het gewoontegedrag van de politiek economen om de politieke top van elkaar tegensprekende in plaats van eenduidige adviezen te voorzien breed uit. Ik attendeerde op het gebrek bij economen aan met gezag uitstralen van nuttige en voor de actuele problemen toepasbare kennis, die gebaseerd is op deugdelijk wetenschappelijk onderzoek en waarover in brede economische kring consensus bestaat. Maar de ruim 30 aanwezige economen lieten niet met zich spotten. Ze kwamen met veel bronnen, gegevens en modellen die ik met mijn psychologenverstand niet kon overzien en ze verdedigden hun vakgebied en bleven het Nobelprijswaardig vinden. Ze brachten in dat deze crisis voor hen goed uitkwam, eindelijk hadden ze een experiment dat ze konden bestuderen en anders dan ‘jullie psychologen, jullie kunnen voortdurend zelf experimenten opzetten’. Ze dachten dat de volgende Nobelprijs zou uitgaan naar de beste studie van de actuele economische crisis. Ik bleef wijzen op de gevolgen van deze crisis voor de patiŽnten van de GZ-psycholoog; door de bezuinigingen krijgen deze patiŽnten minder gemakkelijk hulp en is deze hulp is duurder. Door de crisis raken ze hun werk kwijt en nemen angst en depressie toe.
Economen hebben net als artsen en psychologen een zorgplicht, de wetenschappelijke economie moet de economische motor goed onderhouden en aan de verbetering van de menselijke existentie, met de economen die alleen kennis generen (l’art pour l’art), heb ik een probleem. Tijdens de borrel kwamen de bezuinigingen op het bureau aan de orde, de aanstaande verhuizing naar een kleiner onderkomen die eerder 40 jaar was uitgesteld en kwamen onze standpunten en visies dichterbij elkaar.

Toen ik bulderend wegreed, nagekeken door een paar economen was het duidelijk: toch gewoon een rebel.

Prof. Dr. J.J.L. Derksen is klinisch psycholoog

*wordt ook geplaatst in het tijdschrijft GZ-Psychologie 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Geef mij tijd

Het is september en de vrijwilligers van het Koningin Wilhelmina Fonds voor de kankerbestrijding (KWF) komen langs met de collectebus. Het kan niemand ontgaan zijn. Radio- en televisiespotjes dringen zich aan je op. En waar je maar kijkt maken spandoeken en affiches ons erop attent. GEEF MIJ TIJD. Daarbij wordt meestal ook een portret getoond van iemand met kanker. Ik had zelf ook op zoín foto gekund, maar ik heb nu al vijftien jaar die op hol geslagen cellen en vind eigenlijk dat me sinds de diagnose al verrassend veel tijd is gegund. Daar klaag ik dus niet over. Langzaam aan beweeg ik me naar het moment dat de kanker me de baas is, maar zo ver is het nog niet. Wel heeft de behandeling van de kanker mijn leven danig ontwricht. Niet alleen dat van mij. Mijn vrouw moest op haar vijftigste ook wennen aan een heel andere man in huis. Elke keer dat ik langs een KWF affiche kom denk ik: GEEF MIJ KWALITEITTIJD.
Meer

Reageer |  reacties

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ĎVeiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteitení dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om Ė in het geval van een ernstig incident of calamiteit Ė een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suÔcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten