Ze werden geslagen en ik deed niets

5 september 2018

Eigenlijk heb ik het wel geweten. Als Mark me zijn verhaal vertelt, kan ik niet anders dan bedenken dat ik het eigenlijk wel heb geweten. Niet alles natuurlijk, maar toch. Ik had iets moeten doen.

Mark is net zo oud als mijn oudste zoon, nu twintig. Zijn broertje is twee jaar jonger en daarmee net zo oud als mijn dochter. Ik ken ze alletwee al vanaf hun geboorte, ze zijn de kinderen van goede bekenden. Onze kinderen konden goed met elkaar overweg en speelden graag met elkaar. Omdat ze een paar dorpen verderop woonden, bleven ze vaak een paar nachten slapen. De vriendschap onder de kinderen is gebleven en de jongens komen nog steeds bij ons over de vloer. Bijzonder waardevol.

Mark heeft een afspraak in de buurt en besloot nog even bij ons binnen te lopen. Ik was thuis aan het werk en vind wat afleiding wel even fijn. Als ik Mark tijdens mijn koffie en zijn cola vraag naar zijn ouders, geeft hij aarzelend antwoord. ‘We hebben minder contact. Ik heb even geen behoefte aan ze.’ Ik kijk hem vragend aan en zie ik dat hij een besluit moet nemen. Een besluit om wel of niet te vertellen over zijn dilemma. Ik sta op en laat hem even alleen met zijn keuze. Als ik twee tellen later terug kom met de koektrommel, heeft hij besloten verder te praten.

‘Ik heb eindelijk afstand genomen. Weet je dat ze ons sloegen?’

Dat weet ik. Marks broertje had tien jaar geleden al eens zoiets opgebiecht. Het staat me nog steeds scherp op mijn netvlies. Op een avond bij een kampvuur vertelde hij bijna terloops dat hij regelmatig een klap kreeg van zijn ouders. Mijn hart brak volledig bij zijn toevoeging dat ze er ook wel ‘vaak zelf om vroegen.’

Ik vertel Mark daarom dat ik dat al heel lang weet en dat wij ons ook al heel lang afvragen of we daar ‘iets mee moesten doen’. Ik vertel hem dat ik zijn moeder er al eens naar gevraagd heb en dat ze er niet omheen draaide. ‘Ik geef ze wel eens een tik. Dan weet ik gewoon niet meer wat ik moet. Maar niet hard hoor.’

Mark snuift als hij dat hoort. ‘Hoeveel pijn het deed hing vooral af van wat ze in haar handen had. Maar hard was het altijd. Ze heeft me ook al eens de trap afgeduwd en ’s nachts buiten gezet.’ Het volgende kwartier vertelt hij. Over alle manieren waarop hij het slachtoffer werd van de grillen van zijn ouders. De rillingen lopen me over de rug en ik moet vechten tegen mijn tranen. Wij wisten dat zijn ouders er een compleet andere manier van opvoeden op nahielden. Dat ze af en toe sloegen en af en toe schreeuwden. Dat hebben we gezien. Maar dat het zů erg was, wisten we niet. Toch hebben we met enige regelmaat aan tafel overlegd, of we iets moesten doen. Bellen we een instantie?

Als Mark klaar is met zijn verhaal, vertel ik hem over onze twijfel. ‘Je broertje en jij lachten ook heel veel met je vader en moeder. Jullie hadden het ook vaak heel leuk, althans dat leek zo. Je ouders houden heel veel van jullie. Dat geloof ik echt. En als we dan iemand gebeld hadden, wat dan? Waren jullie misschien wel weggehaald. Dat leek ons een nůg ergere situatie.’

Mark knikt. ‘Je hebt gelijk, ze houden ook van ons, maar ze maakten er een potje van. Ik had graag gewild dat je had gebeld. Denk ik. Ik wilde in ieder geval dat er iets aan gedaan zou worden. Ik was zo vaak zo verschrikkelijk alleen.’

We blijven een paar minuten zwijgend naast elkaar zitten, drinkend, koekjes etend en vooral nadenkend over wat was en wat had moeten zijn.

‘Sorry Mark. Ik had iets moeten doen. Sorry.’

‘Maar je hebt wel iets gedaan hoor. Wij hebben altijd geweten dat we bij jullie terecht konden. We hebben hele fijne weekenden gehad bij jullie. Jullie huis was mijn veilige haven. Daar ben ik je dankbaar voor.’

Zijn zalvende woorden doen me goed, maar mijn schuld haalt hij daar niet mee weg. Waarom deed ik niets? Omdat ik dacht dat het met ingrijpen alleen maar erger zou worden? Omdat ik dacht dat het wel mee viel? Of omdat ik te laf was om iets te ondernemen?

‘It takes a village to raise a child’, ik geloof er heilig in en soms is een luisterend oor niet genoeg en moet je ingrijpen. Waar houdt een ‘opvoeding-waar-ik-het-niet-mee-eens-ben’ op en verandert het in een situatie dat je iets moet ondernemen als kennis, als ‘village’? Ik wist en weet nog steeds niet wat ik moet doen en wanneer ik iets moet doen. Als ik dit bespreek met de mensen om me heen, herkennen de meesten dat. Iedereen kent een gezin dat ‘eigenlijk’ hulp nodig heeft, maar ze raken verlamd door het niet-weten en doen daardoor juist helemaal niets.

Ruim 400.000 kinderen in Nederland kregen vorig jaar een vorm van officiŽle jeugdzorg. Een stijgend aantal ten aanzien van de jaren daarvoor en dan staan er ook nog eens heel veel op een wachtlijst. Hoeveel meer kinderen zijn er, die leven in een ongezonde thuissituatie? Niet per se verborgen, maar toch ook niet echt gezien? Kinderen als Mark en zijn broertje. Ze zijn met veel en wij staan er bij en kijken er naar. 

Dit verhaal is op waarheid gebaseerd. De namen zijn gefingeerd.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Overheid als hondje van Pavlov

Wees nou eerlijk. Wat zijn wij, als zorgverlener, als patiënten of cliënten, er de afgelopen jaren mee opgeschoten dat de overheid ingreep in de inhoud, de structuur en de werkwijzen van de zorg in Nederland? Natuurlijk, als zoveel mensen met elkaar samenleven zijn er ook misstanden. En we bedenken dan regels om die misstanden te voorkomen of degenen die daa... Meer

Reageer |  reacties

Het ambtelijke reptielenbrein

Nu de Rijksoverheid de bijdragen aan de gemeenten heeft verlaagd hebben de lokale besturen er een nieuw probleem bij. De gevolgen van de decentralisaties, lees: bezuiniging van 15% en de daarbij behorende nieuwe verantwoordelijkheden, zijn nog maar amper ingedaald of het Rijk slaat de gemeenten opnieuw om de oren met een korting op de bijdrage uit het gemeen... Meer

Reageer |  reacties

Onze verpleegkundigen beseffen vaak niet hoe speciaal ze zijn

Discura publiceert drie interviews met professionals uit de zorg die een achtergrond hebben als verpleegkundige. Het thema van dit drieluik is: carrière in de zorg. Wat drijft hen, hoe belangrijk is hun zorgervaring nu nog in hun huidige werk? Hij startte als verpleegkundige, nu is hij directeur bij GGz Breburg. ... Meer

Reageer |  reacties