Opa's en oma's met ADHD bestaan wťl

26 november 2015

Het is misschien wel de diagnose die het meest onder vuur ligt, zowel binnen als buiten de psychiatrie: ADHD. De kritiek is al jaren oorverdovend hetzelfde: ADHD bestaat niet, ADHD is medicalisering van gedrag dat binnen de normaalverdeling valt, ADHD is een ‘oplossing’ voor ouders en leerkrachten die geen zin, tijd of vaardigheden hebben om op te voeden en daarom hun kinderen drogeren, en ADHD is een goudmijn voor de farmaceutische industrie. Hoewel het zeker belangrijk is om te onderzoeken of ADHD-medicatie onder druk van die industrie onnodig en gevaarlijk vaak wordt voorgeschreven, is het feit dat farma verdient aan zulke medicijnen op zichzelf geen argument tegen het gebruik ervan. Anders moeten we met dat argument in de hand voortaan Šlle medicatie weigeren. Maar dit terzijde.

It’s all in the family
Recent is het proefschrift van Marieke Michielsen verschenen (VUmc, promotie op 16 november) waarin zij stelt dat ADHD voorkomt bij 2,8 procent van de Nederlandse 60-plussers. Ik herinner me nog hoe een paar jaar geleden een congreszaal in lachen uitbarstte toen een onderzoeker spottend vertelde dat tegenwoordig niet alleen jongetjes en hun vaders ADHD schijnen te hebben, maar… ook opa’s! Het moest niet veel gekker worden! Maar waarom zouden de symptomen die we onder de noemer ADHD scharen, en die voor een deel met aanleg samenhangen, niet deels overgeŽrfd kunnen worden en dus terug te vinden zijn in een familie? En dus ook bij opa?

Rondrennen en hutten bouwen
Wie daarom moet lachen, denkt kennelijk nog altijd dat we als een onbeschreven blad ter wereld komen, en dat alleen cultuur en opvoeding ons maken tot wie we zijn. Die tijd ligt al een poosje achter ons – wat iets anders is dan zeggen dat cultuur en opvoeding er niet toe doen. Want die doen er heel erg toe. Heel vroeger werden onhandelbare kinderen van school getrapt en wie ‘niet wilde deugen’ kreeg straf, desnoods met riem of liniaal. Heel vroeger ook konden veel kinderen buitenspelen en rondrennen, hutten bouwen op landjes, mochten ze nog stevig stoeien met elkaar en onder de blauwe plekken thuiskomen.

Sneller afwijkend
Onze ideeŽn over opvoeding zijn veranderd, en onze samenleving anno 2015 ziet er anders uit en stelt andere eisen dan vijftig of honderd jaar geleden. Dat heeft gevolgen voor de waardering van gedrag en voor de mogelijkheden om dat gedrag vorm te geven. Dat geldt voor onszelf, maar ook voor onze kinderen. Daarbij valt op dat in onze maatschappij normaliteit steeds nauwer wordt gedefinieerd, met als gevolg dat iedereen die daarbuiten valt, als afwijkend of ziek geldt.

Omgevingsgerelateerde klachten
Michielsen meldt dat de meeste 60-plussers de gevolgen van hun impulsiviteit en
concentratieproblemen minder storend vinden naarmate ze ouder worden, omdat de druk van werk en gezinsleven wegvallen. Dat onderstreept dat de mate waarin mensen last hebben van deze symptomen, gerelateerd is aan hun omgeving. Kinderen en volwassenen die moeten functioneren in een context waarin presteren, planning en concentratie, niet-impulsief gedrag en heel erg veel stil zitten voorwaarden zijn om succesvol mee te kunnen doen, hebben daar begrijpelijkerwijs veel meer last van dan 60-plussers die niet meer meedraaien in die mallemolen. Maar dat is geen reden om te zeggen dat ADHD niet bestaat. Allergie, kanker, Q-koorts, SOA’s, de ziekte van Lyme en hooikoorts – ik noem maar wat – zijn ook omgevingsgerelateerd. Maakt dat de klachten die ze veroorzaken minder echt?

Aanstelleritis
Michielsen stelt vast dat 60-plussers met ADHD vaker gescheiden zijn, een lager inkomen hebben en vaker depressief, angstig en eenzaam zijn dan andere 60-plussers. Ook rapporteren de ouderen een lagere zelfwaardering, minder regie en een lager gevoel van competentie. Bestaat dat ook allemaal niet? Is dat allemaal aanstelleritis? Wie dat vindt, vindt ook dat kinderen met ADHD-symptomen het zelf maar moeten uitzoeken. Of hooguit volgens de methode van ‘stepped care’ behandeling mogen krijgen: eerst de zaak aankijken, en pas ingrijpen als de emmer overloopt.
Fout! Schakel meteen experts in om kinderen te beoordelen die mogelijk in aanmerking komen voor deze diagnose. Zij kunnen vaststellen wie geholpen is met extra structuur en begeleiding, en wie door moet naar de psychiater. Zodat elk kind hulp op maat krijgt, en er niet een volgende generatie opa’s – en oma’s – opgroeit die, depressief en eenzaam, terugkijkt op een leven bomvol faalervaringen. 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Twee manieren om scherper te
worden in het forensische werk

Met de liquidatie van advocaat Derk Wiersum raakte Nederland even helemaal in shock. In Rusland en vele andere landen buiten Europa worden advocaten al langer vermoord maar voor ons was dit nieuw. Nu wordt pijnlijk duidelijk dat de rechtstaat in Nederland niet alleen de brave burger beschermt maar ook de niets ontziende crimineel die er zelf in de onderwerel... Meer

Reageer |  reacties

Gevaar schuilt in een klein hoekje

Het begrip "scherpte" is ingevoerd door het Ministerie van Justitie en Veiligheid naar aanleiding van incidenten, die leidde tot maatschappelijke onrust, krantenkoppen, Kamervragen en Ministeriële regelaanpassingen als gevolg daarvan. Dit media-politieke proces, ook wel de Medialogica genoemd, heeft menig Minister in verlegenheid gebracht en het Ministerie h... Meer

Reageer |  reacties

Forensische scherpte verbeteren
door neurotechnologie?

Na een hartinfarct kan een hartfilmpje, echo of ander technisch onderzoek helpen om het risico in te schatten op een nieuw hartinfarct. De forensische psychiatrie beschikt nog niet over dit soort technische hulpmiddelen om bij een patiënt de kans op recidive in te schatten. Toch kan volgens hoogleraar prof. dr. Gerben Meynen ook binnen de forensische psychia... Meer

Reageer |  reacties