DSM als bron voor globalisering in de psychiatrie; een doodlopende straat

11 januari 2013

Classificatie met behulp van de DSM heeft de communicatie over de grenzen van zowel continenten, landen als scholen in de psychopathologie, psychodiagnostiek en psychotherapie bevorderd. Zoals vaak geldt voor een communicatiemiddel dat breed kan worden toegepast: het verliest aan diepgang en kwaliteit bij toepassing op concrete casuÔstiek. In de onderzoeksliteratuur treffen we inmiddels veel beschouwingen aan over de beperktheid van classificatie met behulp van de DSM. Vanzelfsprekend werd dit door allerlei criticasters vanuit hun theoretische referenties kaders allang beweerd, maar nu komt vanuit de onderzoekspraktijk ook het gebrek aan steun voor een categoriaal systeem tot uiting.
________________________________________________________________________
De assen van de DSM-IV

  • As I: Klinische Stoornissen en Andere Condities die het focus van de klinische aandacht kunnen zijn
  • As II: Persoonlijkheidsstoornissen en Zwakbegaafdheid
  • As III: Algemene Medische Condities
  • As IV: Psychosociale en Omgevings- problemen
  • As V: Globale Assessment van het Functioneren (GAF

___________________________________________________________________________

Onder ervaren clinici is intussen de kritiek op de DSM niet mals. De DSM classificeert stoornissen en diagnosticeert geen mensen. De behandelend psycholoog of psychiater daarentegen heeft altijd met concrete mensen te maken die in allerlei unieke omstandigheden verkeren. Ook al werden de assen IV en V juist toegevoegd vanwege de kritiek dat de stressoren en de omstandigheden in het classificatieproces buiten schot bleven, dit heeft niet veel verbeterd. Het accent blijft liggen op de As I en As II.
Indien men zich bij een patiŽnt beperkt tot het stellen van een As I classificatie bijvoorbeeld een paniekstoornis met agorafobie (code 300.21) en men laat de andere assen onvermeld, geeft dit weinig informatie. De mensen die deze classificatie krijgen, kunnen net zoveel verschillen als twee mensen met een entreekaartje voor een concert van Mahler uitgevoerd door het Gelders Orkest. Dit wordt anders zodra de resterende assen ook zijn ingevuld, maar dat is zeker in het wetenschappelijk onderzoek en in de vakliteratuur, geen gangbare praktijk.
Om aan een stoornis te voldoen moet je beantwoorden aan een serie criteria, ontbreekt er ťťn dan heb je de stoornis volgens dit systeem niet. In de praktijk leidt dit soms tot bizarre taferelen: zelf maakte ik mee dat er strijd tussen twee diagnostici ontstond omdat een man volgens de DSM net niet voldeed aan alle criteria voor Asperger (een variant van autisme), maar hier verder wel in alle opzichten last van had. Er is geen onderzoek dat de validiteit van het verschil dat ontstaat tussen een criterium meer of minder ondersteunt.
De pretentie om uiteindelijk met de categorieŽn wortel te schieten in het brein is voor de meeste stoornissen (en zeker voor de theoriegeladen persoonlijkheidsstoornissen) een illusie gebleken. Voor de psychiatrische stoornissen in dit boek is, ondanks alle moeite die erin is geÔnvesteerd, geen specifiek gen gevonden. Natuurlijk zijn er genen betrokken bij deze stoornissen maar de determinering geheel in de hersenen aantreffen faalt vanzelfsprekend; de hersenen zijn tenslotte geen voldoende maar alleen een noodzakelijke voorwaarde zijn voor psychische patronen. Een rechtstreeks relatie leggen tussen descriptieve concepten en de hersenfysiologie is ook moeilijk voorstelbaar. De architectuur van de hersenen houdt geen rekening met wat psychiaters en psychologen bedenken voor de klachten die ze moeten behandelen. Voor functies als motoriek, gezichtsvermogen, reuk, emoties en dergelijke is lokalisatie in de hersenen iets meer voor de handliggend, maar ook niet eenvoudig. Bij een duidelijk af te bakenen stemmingsstoornis of een verslaving, is dit ook voorstelbaar. Maar een concept als de vermijdende persoonlijkheidsstoornis, vergelijkbaar met het intelligentiebegrip, maakt geen enkele kans op een pendant in het brein en zou daarom aan andere psychologische fenomenen gevalideerd moeten worden.

DSM - Van Diagnostiek in de diepte naar Classificatie aan de oppervlakte
Een schets van het perspectief van DSM, in vijf delen - Deel 2
Lees meer >>

DSM - Ontstaan en Gevolgen
Een schets van het perspectief van DSM, in vijf delen - Deel 1
Lees meer >>

                                     

 


Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Geen personalised medicine zonder personomics

Het is de nieuwe heilige graal: personalised medicine. De leek die erover hoort, denkt al snel dat het walhalla binnen handbereik is. Nog even, en de dokter kan een behandeling geven die helemaal op jouzelf is toegesneden. Zou het?

Big data Het heet natuurlijk niet voor niets personalised medicine, en niet gepersonaliseerde zorg; al is de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra NFU niet zo stellig in dit onderscheid. De toelichting op dit begrip begint de NFU met de zinnen: ĎPrecies de juiste zorg voor elke individuele patiŽnt, met een minimum aan bijwerkingen, tegen minimale kosten, zo dicht mogelijk bij huis. (...) Daarvoor is een revolutie nodig, zowel in kennisverwerving als in de organisatie van de zorg.í
Meer

Reageer |  reacties

Staat de patiŽnt wel centraal?

Enige tijd geleden sprak ik een vrijgevestigd klinisch psychologe over haar ervaringen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Zij vertelde over een depressieve patiŽnte die zij wilde verwijzen naar de crisisdienst van de regionale GGZ-instelling. Zij vertelde dat zij deze patiŽnte niet kon/mocht doorverwijzen, dat de huisarts dat moest doen, maar dat die op vakantie was en zijn waarnemer de patiŽnte eerst wilde zien voordat hij zou kunnen doorverwijzen, dat deze waarnemer deze patiŽnte niet wilde doorverwijzen, omdat hij het met de diagnose niet eens was, dat de psychologe de patiŽnte toen presenteerde aan een bevriende psychiater, die patiŽnte vervolgens terstond verwees naar de crisisdienst, die de patiŽnte tijdelijk in behandeling nam, en om het af te sluiten niet met de klinisch psychologe, de behandelaar overlegde maar met de bevriende psychiater, die de patiŽnte na ťťn gesprek had doorverwezen, en haar nauwelijks kende.
Meer

Reageer |  reacties

Millennials missen een ontwikkeld backoffice

De Facebookgeneratie ofwel de millennials (geboren tussen 1980 en 2000) overbevolken onze GGZ. In tien jaar tijds nam bij deze generatie het slikken van antidepressiva met 40% toe. 72.000 zitten er vanwege arbeidsongeschiktheid thuis; in grote meerderheid gaat het om psychische themaís. In de GGZ trakteren wij ze op een etikettenepidemie: dyslexie, ADHD, ADD, hoogbegaafdheid, PTSS, autisme, Asperger, NLD, dyscalculie, borderline.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten