Oude mensen kun je niet als een hete aardappel doorschuiven

19 november 2014

Het gaf geen pas, de manier waarop staatssecretaris van VWS Martin van Rijn onlangs in de talkshow van Jeroen Pauw door journalisten werd aangevallen. Alsof hij het okť vindt dat zijn eigen moeder geen goede verzorging krijgt in het verpleegtehuis waar zij verblijft. Alsof hij dat zelf niet anders zou willen. Maar ja, hij is de verantwoordelijke staatssecretaris. Dus is het zijn eigen schuld.

Geld
Is het zo simpel? Je kunt zeggen dat Van Rijn, die jarenlang topambtenaar is geweest, zelf al die jaren de kans heeft gehad om iets te verbeteren aan de zorg – want die problemen waren er toen ook al. Het is hem niet gelukt. En het is de vraag of hij als staatssecretaris nu wel kan regelen dat al die organisaties die langdurige zorg bieden, dat beter gaan doen. Want meer en beter opgeleide medewerkers kosten meer geld; en dat is er niet. Of hebben we er niet voor over.

Zwaksten zijn slachtoffer
Eigenlijk wil niemand een prijskaartje hangen aan zorg. We vinden dat alle mensen de allerbeste zorg moeten krijgen die ze nodig hebben. We willen niet kiezen, en daarom worden de zwaksten in het systeem het slachtoffer van de keuzes die toch worden gemaakt. De kinderen en jongeren met een psychische stoornis, die als gevolg van de transitie naar de gemeenten geen recht meer hebben op verzekerde zorg (let wel: kinderen met een lichamelijke aandoening en volwassenen met een psychische aandoening hebben dat recht nog wel). De kwetsbare ouderen, die langer thuis moeten blijven wonen, ook als dat eigenlijk niet meer kan. En de allerkwetsbaarste ouderen die zijn overgeleverd aan de, meestal, tekort schietende zorg in tehuizen.

Ouderdom is geen ziekte
Wat de kinderen en jongeren met een psychische aandoening betreft: ik ben ervan overtuigd dat hier een grote fout is gemaakt waar ongelukken van komen. De tijd zal het leren. Wat de kwetsbare ouderen betreft, staat buiten kijf dat de zorg beter moet en kan. Behalve beter opgeleide medewerkers zijn ook minder bureaucratie, minder overhead, een betere organisatie en kortere lijnen nodig. Maar wij burgers spelen daarbij zelf ook een rol, als kinderen van de vaders en moeders die zorg nodig hebben. Een psychische aandoening is een ziekte, maar gewone ouderdom is dat niet. Die hoort bij het leven – bij ůns leven. Maar willen we dat wel zien?

Toekomst
In de toekomst zal gespecialiseerde hulp nodig blijven voor mensen die dementeren en daardoor ernstig van slag raken. Voor mensen die, bijvoorbeeld, door een herseninfarct zo gehandicapt raken dat ze nog maar weinig zelf kunnen, hoe graag ze dat ook zouden willen. Maar mensen die gewoon oud worden, zullen met behulp van allerlei aanpassingen en voorzieningen, en met ondersteuning ‘op maat’, in hun eigen omgeving moeten blijven. Of, beter gezegd: hopelijk kunnen blijven. Want dat is wat ze meestal het liefst willen.

Wijzelf
De overheid heeft tot nu toe weinig gedaan om oudere mensen hierbij te ondersteunen. Hulp kwam er alleen als er problemen waren; niet om problemen te voorkomen en zo de veelbezongen zelfredzaamheid te bevorderen. Dat moet anders. Maar wat ook anders moet, is de plaats die we inruimen voor oude mensen in ons leven. We kunnen niet naar de overheid en de instellingen blijven wijzen en intussen onszelf buiten schot houden. Oude mensen zijn geen restverschijnsel in het leven, geen hete aardappel die we naar elkaar kunnen doorschuiven. Oude mensen zijn onze ouders, en oude mensen zijn we straks zelf. Alleen daarom al is het nodig na te denken over de tijd en ruimte die we hen gunnen. De rekening van de ouderdom krijgen we, dankzij een (te?) lang leven, straks zelf ook gepresenteerd. 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Verzuip maar in die soep!

Hij vertelde hoe hij naar zijn auto had lopen zoeken. Hij wist zeker dat hij hem hier had geparkeerd. Hij liep een rondje door de parkeergarage, en toen nog een, allengs ongeruster. Hij was al zeker twintig minuten aan het zoeken Ė het parkeerkaartje was allang niet meer geldig Ė toen hij de hulp inriep van de parkeerwachter. De jongen straalde de rust uit v... Meer

Reageer |  reacties

Schurende steentjes

Hij zit er weer. Ik zie alleen zijn achterhoofd met grijs, dik haar. Elke dag rond het middaguur zit hij in z'n eentje op het bankje dat uitkijkt over de vijver die middenin het industrieterrein ligt. Ik bekijk hem vanachter licht getint glas, zeshoog in een kantorencomplex. Ik wiebel op mijn hakken. Hij zit daar om zijn dag te breken en ik ren de hele dag m... Meer

Reageer |  reacties

Navel als troostputje

Ik besteed alleen aandacht aan mijn navel als ik eenzaam ben. Het kuiltje in mijn buikheuvel is een relict uit de mooiste tijd van mijn leven. Mijn navelvorm heet een innie; een ovale of ronde holte. Er zijn ook mensen met een outie, een bolletje of een knoopje. Mijn innie vult zich soms met navelpluis, het mooiste woord voor viezigheid dat ik ken. De binnen... Meer

Reageer |  reacties