Brullen op de apenrots

16 januari 2014

‘Natuurlijk kun je als huisarts in de periferie snotneuzen gaan afvegen, maar daar heb je toch geen geneeskunde voor gestudeerd?’ Dat zei een arts-onderzoeker eens tegen me nadat hij me had verteld dat hij niet begreep waarom niet veel meer huisartsen onderzoek doen naast hun dagelijkse werk in de praktijk. Hij keek er walgend bij, alsof hij net een vies hapje had doorgeslikt.

De geneeskunde anno 2014 is nog altijd een hiŽrarchisch bolwerk. Natuurlijk, het is allemaal niet zo erg als een paar decennia geleden, maar toch. Zeker vergeleken met het bedrijfsleven is de gezondheidszorg een apenrots waar alfamannetjes zich nog nťt niet brullend op de borst roffelen, maar veel scheelt het niet. Aan de top van de sociale ladder in het ziekenhuis staan de chirurgen en de cardiologen. Kinderartsen bungelen ergens onderaan. Over geriaters wordt niet eens gesproken.

Als u vindt dat ik chargeer, moet u de boeken van Bert Keizer maar eens lezen. Voor de meeste medisch specialisten is een specialist ouderengeneeskunde in het verpleeghuis een rare outsider. ‘Een verpleeghuis is voor hen iets uit de Hel van Dante, wat daar allemaal rondkruipt aan idioot levend geteisem waarvan je moet hopen dat het snel sterft. En daar zorgt die verpleeghuisarts dan voor. Die heeft maar twee problemen: moet ik morfine geven, en daarna: wordt het begraven of cremeren?’ Aldus Bert Keizer, die al tientallen jaren in het verpleeghuis werkt.

Een specialist ouderengeneeskunde vertelde me dat ze eens de volgende brief terug kreeg van een orthopeed over een patiŽnt op haar PG-afdeling:

Anamnese: niet gedaan
Lichamelijk onderzoek: dement
Diagnose: geÔnclaveerde collumfractuur rechts
Beleid: conservatief

Twaalf woorden die niet alleen minachting uitdrukken voor de specialist ouderengeneeskunde die de patiŽnt had ingestuurd, maar ook voor haar patiŽnt. Zij vertelde ook dat met name urologen, hoog op de sociale ladder in de academische geneeskunde, vaak weigeren met verpleegkundig specialisten te praten. Zij willen liever een basisarts spreken die de patiŽnt niet kent, dan de verpleegkundig specialist die alles weet. Komt dat nu nog echt veel voor, vroeg ik haar. ‘Twintig procent van de telefoontjes’, was haar antwoord.

Huisartsen hebben het ook niet altijd gemakkelijk. Laatst antwoordde een internist-nefroloog op de vraag van een jonge huisarts die vroeg naar de MDRD van haar patiŽnt: ‘MDRD? ‘Dat is nefrologie voor dummies’. Nu was deze huisarts niet zo snel geÔntimideerd. Laat hem maar eens een patiŽnt met een exacerbatie van COPD behandelen, of met kennis van zaken palliatieve zorg verlenen, dacht ze. Ze antwoordde haar collega: ‘En bedankt! Maar ik wil toch graag de MDRD weten.’ Het enige wat de huisarts wilde was overleggen, omdat haar patiŽnt niet begreep wat de specialist allemaal vertelde en er geen correspondentie was.

Een andere huisarts belde een chirurg met als specialisme posttraumatische dystrofie, omdat hij er meer over wilde lezen. Hij vroeg de chirurg of hij op basis van zijn expertise bepaalde boeken kon aanraden. Antwoord: ‘Dat is veel te ingewikkeld voor huisartsen.’ Hij weigerde verder er iets over te zeggen.

Onderzoek laat zien dat betere samenwerking tussen zorgprofessionals ook leidt tot betere overall resultaten in de zorg, maar dat het aanpakken van zorgverleners met problematisch samenwerkingsgedrag notoir moeilijk is (1). Misschien zouden artsen eens, net als in het bedrijfsleven wel eens gebeurt, aan ‘job rotation’ moeten doen. Nu kun je een orthopeed natuurlijk geen exacerbatie van COPD in de huisartspraktijk laten behandelen en een verpleegkundig specialist ook geen totale heupprothese laten plaatsen, maar een dagje meelopen zou toch een keer moeten kunnen. Elke zorgverlener is expert in zijn eigen vakgebied. Artsen die in hun communicatie de samenwerking met andere artsen en andere zorgverleners saboteren, doen niet alleen hun collega’s tekort, maar ook de patiŽnt die recht heeft op goede zorg. Tijd om van die apenrots af te komen. En laat het brullen maar aan de bavianen in de dierentuin over.

1 Ouwens, M., Bosch, M. en Wensing, M. De ‘zachte kanten’ van samenwerking in de eerstelijnszorg. Wat is er bekend uit onderzoek en wat zijn de kennislacunes? Nijmegen, UMC St Radboud, 2012.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Staat de patiŽnt wel centraal?

Enige tijd geleden sprak ik een vrijgevestigd klinisch psychologe over haar ervaringen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Zij vertelde over een depressieve patiŽnte die zij wilde verwijzen naar de crisisdienst van de regionale GGZ-instelling. Zij vertelde dat zij deze patiŽnte niet kon/mocht doorverwijzen, dat de huisarts dat moest doen, maar dat die op vakantie was en zijn waarnemer de patiŽnte eerst wilde zien voordat hij zou kunnen doorverwijzen, dat deze waarnemer deze patiŽnte niet wilde doorverwijzen, omdat hij het met de diagnose niet eens was, dat de psychologe de patiŽnte toen presenteerde aan een bevriende psychiater, die patiŽnte vervolgens terstond verwees naar de crisisdienst, die de patiŽnte tijdelijk in behandeling nam, en om het af te sluiten niet met de klinisch psychologe, de behandelaar overlegde maar met de bevriende psychiater, die de patiŽnte na ťťn gesprek had doorverwezen, en haar nauwelijks kende.
Meer

Reageer |  reacties

Millennials missen een ontwikkeld backoffice

De Facebookgeneratie ofwel de millennials (geboren tussen 1980 en 2000) overbevolken onze GGZ. In tien jaar tijds nam bij deze generatie het slikken van antidepressiva met 40% toe. 72.000 zitten er vanwege arbeidsongeschiktheid thuis; in grote meerderheid gaat het om psychische themaís. In de GGZ trakteren wij ze op een etikettenepidemie: dyslexie, ADHD, ADD, hoogbegaafdheid, PTSS, autisme, Asperger, NLD, dyscalculie, borderline.
Meer

Reageer |  reacties

Voorkůmen is beter dan genezen

Denkt u eens na over het volgende rijtje: een jurist, een kantoorbeambte cq boekhouder, een rechtsgeleerde, een leraar, een voormalig metaalarbeider en vakbondsbestuurder, een arts, een jurist, een scheikundige, een voormalig secretaresse, een politicoloog en jurist, een TV-producer, een arts, een econoom, een historicus annex internationale betrekkingen-expert, een socioloog en een politicoloog. Weet u al waar ik op doel? Dat is de achtergrond van de ministers die de afgelopen 40 jaren Volksgezondheid in hun portefeuille hebben gehad.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten