Stigmaís rond psychiatrische patiŽnt
bestrijden

28 juni 2018

Op D!scura verschijnt wekelijks een column over professionaliteit in de gezondheidszorg. Verschillende schrijvers leveren een persoonlijke bijdrage.
Ingaande 2018 vragen wij hen een column te schrijven over een thema dat wij hen opgegeven hebben.
Het thema verandert elke 1 ŗ 2 maanden en zodoende bieden we de lezer opinies over een thema vanuit verschillende invalshoeken en achtergronden.
Om het actuele thema kracht bij te zetten, publiceert D!scura ook een interview met een professional of ervaringsdeskundige. Het actuele thema is; ' Roeping'.

 We spraken Roxanne Vernimmen, voorzitter raad van bestuur Altrecht.

 Roxanne Vernimmen, voorzitter raad van bestuur Altrecht, volgt haar roeping

 Stigma’s rond psychiatrische patiŽnt bestrijden

‘Roeping? Dan wil ik het graag hebben over destigmatiseren van de psychiatrische patiŽnt’, zegt Roxanne Vernimmen, voorzitter van de raad van bestuur van GZZ-instelling Altrecht. ‘Vanaf 1992 heb ik me hiervoor ingezet. Dat is voor mij een diepe drijfveer, een roeping. Al voel ik me soms ook een roepende in de woestijn. Ook als psychiater heb ik geleerd vooroordelen opzij te zetten. Als je aansluit bij de droom van de patiŽnt, is vaak meer mogelijk dan je denkt.’

Als Roxanne begin jaren negentig als psychiater aan de slag gaat, komt ze langdurig opgenomen patiŽnten tegen die alle behandelingen al hebben gehad. Roxanne: ‘Als psychiater heb je dan de neiging de situatie te accepteren zoals die is. Ik heb toen samen met een klinisch psycholoog het roer omgegooid. Wij vroegen onze patiŽnten wat hun droom was, hun wens, hun roeping. We probeerden erachter te komen wat hen dreef. Bijvoorbeeld: een huis, trouwen, een gezin stichten, werk vinden. Door aan te sluiten bij hun innerlijke drijfveer bleek vaak veel mogelijk. Ook als de hulpverleners dachten dat dit niet zou lukken. Ik heb gaandeweg geleerd mijn eigen vooroordelen opzij te zetten. Ik ontdekte dat ook een psychiater niet altijd kan voorspellen wat iemand in zijn mars heeft.’

Bescheiden rol
De bestuursvoorzitter van Altrecht beschrijft een mooie variant van ‘de patiŽnt centraal stellen’. Een motto dat in elke missie van elke zorginstelling staat. Maar het is gemakkelijker opgeschreven dan in de praktijk gebracht. ‘Het vraagt van professionals het besef dat ze een bescheiden rol voor zich opeisen en ťcht luisteren naar de patiŽnt. Maar ook dat ze zich bewust zijn van hun eigen vooroordelen en deze laten varen. Als ik in mijn werkzame leven alleen de richtlijnen had gevolgd, was ik nooit aan de wensen en dromen van de patiŽnt toegekomen. Dan had ik volgens de regels bijvoorbeeld de depressie behandeld en het daarbij gelaten.’

Stigma’s taai
Die vooroordelen zitten natuurlijk ook in de omgeving van de patiŽnt, in de maatschappij. En – zo weet Roxanne inmiddels – deze stigma’s zijn taai. De maatschappij ziet psychiatrische patiŽnten veelal als tweederangsburgers. Ze zijn gevaarlijk en kunnen niets bijdragen aan de samenleving. ‘Mijn hele werkzame leven doe ik mijn best dit beeld te bestrijden’, benadrukt Roxanne. ‘Iedereen doet ertoe. Ook psychiatrische patiŽnten verdienen een plek in onze samenleving. Zo hebben we de plicht ook mensen met een langdurige afstand tot de arbeidsmarkt te begeleiden naar werk. Recht op werk is zelfs onderdeel van de Rechten van de Mens. Ik ga nog een stap verder: onze samenleving kan niet zonder diversiteit, pas als iedereen volledig kan deelnemen aan het maatschappelijke leven groeien we als samenleving. Het is een verrijking, net als een Afrikaans eettentje een verrijking is binnen ons aanbod van boerenkool-met-worst-horeca.’

Tegenbeweging
Roxanne ziet in de media steeds vaker mensen met een psychisch probleem hun verhaal vertellen. Dan blijkt dat mensen met een psychische aandoening ook ‘gewone’ mensen zijn. Met herkenbare wensen en dromen. Niets menselijks is hen vreemd. Aan de andere kant ziet ze dat incidenten in de media een groot podium krijgen. Dit leidt tot een sterke tegenbeweging. Na elk incident wordt de roep om meer veiligheid sterker. Roxanne: ‘Een samenleving zonder risico’s bestaat niet, ook dat moeten we accepteren. We moeten niet na elk incident de regels weer aanscherpen. Dat laat onverlet dat GGZ-instellingen de verantwoordelijkheid hebben om risico’s goed in te schatten. Daar doen we onze stinkende best voor.’

Roeping volgen
Regelmatig krijgt Altrecht burgemeesters, wethouders of andere mensen van buitenaf op bezoek. Roxanne: ‘Ze zien de bevlogenheid van onze medewerkers en maken kennis met onze patiŽnten. Na hun bezoek hebben ze vaak een ander beeld van onze patiŽnten dan ze daarvoor hadden uit de media. Als ik dat hoor, is mijn dag weer goed. Dan zijn we toch weer een stapje opgeschoven naar een samenleving zonder stigma’s rond de psychiatrische patiŽnt. Dat geeft me de energie om door te gaan, om mijn roeping te blijven volgen.’ 

Dit interview is op verzoek van Van Der Hoef & Partners / D!scura uitgewerkt door Ben Tekstschrijver, tekstschrijver gespecialiseerd in de zorg

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Kind te zijn

De schoolarts die je af en toe onderzocht en die zei dat je op je hand moest blazen en dan tot je verbazing je broek naar beneden trok om te controleren of je ballen wel ingedaald waren. Lange tijd wist ik niet anders dan dat over de jeugdzorg en ik ging ervan uit dat het altijd zo was gebleven. De jeugdzorg breidde zich echter geruisloos uit, nestelde zich ... Meer

Kinderen in gevaar door fake fietsers,
fluisterbrommers en
yuppen-cantaís.

Kunnen onze kinderen nog wel veilig op de fiets naar school? Ben benieuwd naar ķw ervaringen maar ik voel me niet meer safe op de hoofdstedelijke fietspaden. De geringste uitwijking of onoplettendheid en je hebt een luid scheldende e-biker in je nek. …ven anticiperend in de rem knijpen of voor mijn part een bescheiden belletje, het is er niet meer bij. Liefs... Meer

Reageer |  reacties

Ze werden geslagen en ik deed niets

Eigenlijk heb ik het wel geweten. Als Mark me zijn verhaal vertelt, kan ik niet anders dan bedenken dat ik het eigenlijk wel heb geweten. Niet alles natuurlijk, maar toch. Ik had iets moeten doen. Mark is net zo oud als mijn oudste zoon, nu twintig. Zijn broertje is twee jaar jonger en daarmee net zo oud als mijn dochter. Ik ken ze alle twee al vanaf hun geb... Meer

Reageer |  reacties