dr. T.J. (Thea) Heeren

Thea Heeren (1955) is sinds 1985 psychiater. In 2005 werd ze lid van de raad van bestuur van Symfora, en in 2009, na de fusie met Meerkanten, lid van de raad van bestuur van de nieuwe organisatie GGz Centraal (voorzitter vanaf april 2012) . Voordat ze de overstap maakte naar een bestuurlijke functie was ze 13 jaar (1993-2006) bijzonder hoogleraar Ouderenpsychiatrie in het UMC Utrecht en in ongeveer dezelfde periode directeur van de divisie Ouderen van Altrecht. Ze koos al tijdens haar opleiding voor de subspecialisatie Ouderenpsychiatrie (avant la lettre) met cursussen in Engeland. Ze zette dit voort met een promotieonderzoek naar de prevalentie van psychiatrische stoornissen bij 85-plussers in de Leidse bevolking. Ze was lid van diverse adviescommissies op het gebied van gezondheidszorg voor ouderen en gedurende 6 jaar lid van de Raad voor Gezondheidsonderzoek (2001-2007). Op dit moment maakt zij deel uit van de Beraadsgroep Maatschappelijke Gezondheidszorg van de Gezondheidsraad, is zij lid van de Stuurgroep Nationaal Programma Ouderenzorg en lid van de Raad van Toezicht van het Erasmus MC (sinds 2011 vicevoorzitter). Sinds 2006 is zij bestuurslid van de NVvP (sinds 2011 vicevoorzitter). Ze is redacteur van diverse boeken op het gebied van ouderenpsychiatrie en geriatrie en was 11 jaar lid van de redactieraad van het Tijdschrift voor Psychiatrie (1992-2003).

Thea Heeren is getrouwd en heeft twee kinderen.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Beroepsgeheim in een protocollentijdperk

In de zorg zijn de professionals actoren van een protocollaire praxis geworden. Onder invloed van een misinterpretatie van de betekenis van wetenschappelijk onderzoek voor de klinische praktijk, met een veel te sterk en zelfs kwalijk accent op big data, werd de klinische expertise, de door jarenlange ervaring gevormde intuÔtie gedegradeerd tot een derderangs... Meer

Reageer |  reacties

De grenzen van het beroepsgeheim

Stel je nou maar eens voor dat het jouw zoon, dochter, neef, nicht, oom, tante, vader of moeder betreft. Doorgaans een adequate en goede reden om elk gebod m.b.t. het beroepsgeheim te omzeilen. Zo dacht ik er ongeveer 10 jaar geleden over. En zo denk er nog steeds over. Kan ik wat ik gedaan heb voor een rechter verantwoorden? Die vraag stel ik mijzelf als ik... Meer

Reageer |  reacties

Versterk het beroepsgeheim

Het is begrijpelijk, en in ons aller belang, dat hulpverleners hun mond houden als zij privacygevoelige informatie van hun cliŽnten of patiŽnten ontvangen. Het gaat om informatie die zij hebben verkregen in vertrouwen. Waarbij de aangever er vanuit gaat dat het binnenskamers blijft. Wie de wetgeving kent en de in het verlengde daarvan door beroepsgroepen van... Meer

Reageer |  reacties