Ervaringsdeskundigheid: gťťn vak apart

25 januari 2018

Ruim vier op de tien Nederlanders tussen 18 en 64 jaar heeft of krijgt in zijn leven een psychische aandoening. De meesten van ons herstellen er weer van, of leren ermee leven. Dat betekent dat heel veel mensen ervaringsdeskundigheid met zich meedragen. Toch houden ze die kennis meestal voor zichzelf. Uit schaamte? Uit angst dat ze niet meer voor vol worden aangezien?

Voor hulpverleners in de ggz (en trouwens ook daarbuiten) gold lange tijd de regel dat ze afstand můťsten houden van hun cliŽnten. Dat was professioneel. Het waren – en zijn nog vaak – ervaringsdeskundigen die wel over hun achtergrond spreken; om hulpverleners een extra perspectief te geven en, vooral, om cliŽnten te helpen. Deze ervaringsdeskundigen zijn vaak ‘herstelde cliŽnten’: mensen die een kwartiertje spreektijd krijgen tijdens een dag bomvol ‘experts’. De variant op ‘is er wel een vrouw bij?’ en ‘is er wel een allochtoon bij?’, is ‘is er wel een ervaringsdeskundige bij?’ Er wordt beleefd geluisterd naar het cliŽntperspectief, en daarna gaat iedereen weer back to business. Maar dat is aan het veranderen.

De nieuwe ervaringsdeskundige heeft een opleiding gevolgd, en is geen ervaringsdeskundige as such, maar een ervaringsdeskundige hulpverlener. Anders gezegd: niet het delen van persoonlijke ervaringen staat voorop, maar het inzetten van ervaringskennis bij het helpen van anderen. Aan de Hogeschool van Windesheim is het mogelijk de afstudeerrichting ervaringsdeskundigheid te volgen, bedoeld voor studenten die zelf hebben geworsteld met armoede, verslaving, geweld, verwaarlozing of misbruik.

Lector en ervaringsdeskundige Alie Weerman, die cum laude promoveerde op het onderwerp ‘ervaringsdeskundige zorg- en dienstverleners’, ziet ervaringsdeskundigheid als een complementaire deskundigheid binnen reguliere opleidingen, de zorg en de sociale sector. En dus niet als een vak apart. In het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken (zomer 2017) zegt Weerman: ‘Een apart beroep kan ertoe leiden dat ervaringsdeskundigheid van (andere) professionals als social workers en sociaal-psychiatrisch hulpverleners onbesproken en onbenut blijft, terwijl onderzoek uitwijst dat een groot deel van hen zelf ervaring met psychisch lijden heeft.’

Dankzij studenten die afstuderen op de specialisatie ervaringsdeskundigheid, komen er begeleiders, sociaal werkers en hulpverleners met een hele grote plus de hulpverlening binnen. Professionals, die ook als zodanig erkenning krijgen. Helaas heeft zo’n nieuw type hulpverlener ook potentieel negatieve kanten. De keerzijde van herkenning en steun kan een gevoel van schaamte en falen bij cliŽnten zijn, omdat zijzelf blijkbaar (nog?) niet zo sterk in hun schoenen staan. Een ander risico is een tť geslaagde integratie van ervaringsdeskundige hulpverleners in het op oude leest geschoeide systeem, waardoor er op den duur opnieuw een grote afstand kan ontstaan tussen hulpverlener en cliŽnt.

Weerman vindt daarom dat er een kritische cliŽntenbeweging moet blijven buiten het reguliere hulpverleningscircuit, voor de nodige correctie en tegenspraak. Daar heeft ze vast helemaal gelijk in, maar voorlopig lijken ervaringsdeskundige hulpverleners me vooral een zegen voor hun cliŽnten. 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Trajectum is ůůk GGZ-zorg,
ůůk forensische psychiatrie

Het beeld bestaat dat Trajectum staat voor Ďgehandicaptenzorg'. Dat beeld wil bestuurslid Evert Jan van Maren bijstellen. ĎWe richten ons op mensen met een licht verstandelijke beperking, maar altijd in combinatie met GGZ-behandeling en forensische zorg. Het werken op dit snijvlak maakt werken bij Trajectum zo interessant, juist ook voor mensen uit de GGZ.'V... Meer

Reageer |  reacties

Het trieste bestaan van het inactieve
geslachtsorgaan

Hoe ik in deze situatie terecht ben gekomen, weet ik niet precies. Volgens mij had het niet zozeer te maken met goesting, dan wel met eenzaamheid. In het deurgat kijken twee gezichten in mijn richting: een bleekbroos meisje onder invloed en een wellicht niet zo oude, maar afgeleefde pooier.ĎHoe heet jij?' vraag ik aan het meisje. Ze antwoordt niet.ĎJe hebt e... Meer

Reageer |  reacties

Navel als troostputje

Ik besteed alleen aandacht aan mijn navel als ik eenzaam ben. Het kuiltje in mijn buikheuvel is een relict uit de mooiste tijd van mijn leven. Mijn navelvorm heet een innie; een ovale of ronde holte. Er zijn ook mensen met een outie, een bolletje of een knoopje. Mijn innie vult zich soms met navelpluis, het mooiste woord voor viezigheid dat ik ken. De binnen... Meer

Reageer |  reacties