"De ziel kan niet bestaan, maar is er toch!"

19 juli 2012

Een beschouwing op het nieuwe boek van Jan Derksen "Bevrijd de psychologie uit de greep van de hersenmythe"..

Jan Derksen kiest als opening van zijn boek ‘Bevrijd de psychologie uit de greep van de hersenmythe’ (Uitgeverij Bert Bakker, 2012) een gedicht van Bernlef, getiteld: De Ziel.
De ziel wordt daarin omschreven als iets dat niet bestaan kan, maar er toch is, zolang er leven in het lichaam is althans. De ziel is kwetsbaar, ‘zielig’, zegt de dichter.

De psycholoog Derksen wil de psychologie bevrijden uit de greep van de hersenmythe. Hij neemt krachtig stelling tegen de utopische verleiding van de neurowetenschap, zoals die onlangs pregnant verwoord werd door de neurobioloog Dick Swaab en de medicus Victor Lamme. Zij kondigden hoogmoedig aan dat binnen afzienbare tijd alle grote vraagstukken in de psychologie zullen worden opgelost dankzij het voortschrijdend onderzoek in de cognitieve neurowetenschappen. Er bestaat niet zoiets als een ziel. Dit onderwerp leeft sterk momenteel. Het afgelopen jaar hebben diverse psychologen, psychiaters, artsen en filosofen zich uitgesproken tegen dit eliminatief materialisme. Hierbij voegt zich de klinisch psycholoog Derksen. Ik heb waardering voor zijn pamflet, omdat het opkomt voor de kwetsbare ziel die bedreigd wordt.

Jan Derksen is een gedreven psycholoog met een sterke hang naar de theorievorming. Hij schuwt de strijd met de empiristen niet en weet met overtuigingskracht, vaak gelardeerd met klinische voorbeelden uit zijn psychotherapeutische praktijk, studenten, collega’s en leken voor zijn standpunt te winnen. Doordat hij al vroeg in zijn wetenschappelijke ontwikkeling gegrepen was door de psychoanalytische theorie en praktijk, heeft hij nooit bloot gestaan aan de utopische verleiding van de hersenmythe. Misschien wel van een andere mythe, daar kom ik nog op.
Zelf heb ik wel bloot gestaan aan die utopische verleiding. Ik zocht in het brein naar de oplichtende banen van de ziel, zoals Bernlef die noemt in zijn boven aangehaald gedicht. Afgestudeerd in de psychologische functieleer, promoveerde ik in 1975 op een neuropsychologisch proefschrift over de hersen-mechanismen van approach en avoidance gedrag. Mijn hypothese was dat in de hersenen tegengestelde tendenties van toenadering en vermijding werkzaam zijn die elkaar in evenwicht houden, maar ook in conflict kunnen zijn. Er zat heel wat geest in die tendenties. Na mijn promotie ben ik me gaan omscholen naar de klinische psychologie.

Een aantal stellingnamen van Derksen zijn me uit het hart gegrepen, vooral als hij het opneemt voor de kwetsbare ziel. Naar mijn oordeel is het vooral de psyche die bevrijd moet worden uit de hersenmythe en niet zozeer de psychologie. Ook steun ik zijn pleidooi voor een vruchtbare samenwerking tussen psychologie en biologie vanuit de eigenstandigheid van de psychologie als wetenschappelijke discipline.
Voor het bepalen van zijn positie schetst hij vervolgens echter een karikaturaal beeld van de biologie als puur gericht op de stoffelijke materie en verwijt hij de neuropsychologen dat ze amateur-biologen zijn. Op die laatste punten ben ik het met hem oneens en ik wil daar mijn standpunt tegenover zetten of er een vraag bij stellen. Ik zal me daarbij beperken tot het vraagstuk van de relatie tussen psychologie en biologie.

  1.  Blz. 22: “Onderzoekers in de psychologie werken eraan mee dat hun discipline wordt opgeslokt door de cognitieve neurowetenschap.” Blz. 28: “… de empirische, academische psychologie … dreigt op te lossen in de neurobiologie. Het mengsel dat hier ontstaat … is geen product van … gelijkwaardige input door de psychologie ...”

Ik ben daar niet zo bang voor. Naar mijn mening maakt de cognitieve neurowetenschap een multidisciplinaire aanpak mogelijk van een van de centrale vragen in de psychologie, namelijk die naar de relatie tussen lichaam en geest. Psychologen spelen in dit veld vaak de eerste viool. Dat ze zich daarbij soms schuldig maken aan slordig antropomorf taalgebruik (‘de amygdala heeft het gedaan’) is niet juist, maar dat hoef je niet zo serieus te nemen. De meeste psychologen in dit veld weten goed waar ze mee bezig zijn en blijven denken als psychologen.

Lees meer  >> Download heel artikel

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Geef mij tijd

Het is september en de vrijwilligers van het Koningin Wilhelmina Fonds voor de kankerbestrijding (KWF) komen langs met de collectebus. Het kan niemand ontgaan zijn. Radio- en televisiespotjes dringen zich aan je op. En waar je maar kijkt maken spandoeken en affiches ons erop attent. GEEF MIJ TIJD. Daarbij wordt meestal ook een portret getoond van iemand met kanker. Ik had zelf ook op zoín foto gekund, maar ik heb nu al vijftien jaar die op hol geslagen cellen en vind eigenlijk dat me sinds de diagnose al verrassend veel tijd is gegund. Daar klaag ik dus niet over. Langzaam aan beweeg ik me naar het moment dat de kanker me de baas is, maar zo ver is het nog niet. Wel heeft de behandeling van de kanker mijn leven danig ontwricht. Niet alleen dat van mij. Mijn vrouw moest op haar vijftigste ook wennen aan een heel andere man in huis. Elke keer dat ik langs een KWF affiche kom denk ik: GEEF MIJ KWALITEITTIJD.
Meer

Reageer |  reacties

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ĎVeiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteitení dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om Ė in het geval van een ernstig incident of calamiteit Ė een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suÔcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten