De spoedeisende psychiatrie; wat weten we wel en wat niet?

14 juli 2015

De psychiatrie en de GGZ bevinden zich in woelige tijden. In korte tijd is alles in de organisatie en de financiering van de zorg aan het veranderen. Ik hoef dat hier verder niet te uit te leggen, er wordt al over geschreven en geklaagd, maar de patiŽnten waarvoor wij in de spoedeisende psychiatrie moeten uitrukken veranderen niet, althans niet echt (er zijn vooral andere drugs dan vroeger in omloop). Nog steeds worden verwarde mensen die omstanders bedreigen, van straat gehaald. Nog steeds worden mensen van de rand van een brug geplukt omdat zij zich dreigen te suÔcideren en nog steeds worden mensen die zich gevaarlijk gedragen, of gedragen hebben, met een maatregel opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis.

Tot zover geen nieuws. Alles ligt vandaag de dag onder een vergrootglas en veel meer dan vroeger is bij ieder incident de vraag wie waarvoor verantwoordelijk is. Had de dood van oud-minister Els Borst voorkomen kunnen worden als Bart van U. met een IBS was opgenomen, is zo’n vraag. Wanneer Bart van U. op de dag dat Els Borst werd vermoord in een high intensive care was opgenomen geweest of als hij niet was ontsnapt uit een Belgische gevangenis, of wanneer de zorgverzekeraar een overplaatsing naar een Nederlandse psychiatrische instelling wel had willen vergoeden of wanneer de politie hem had ingesloten toen hij zich met een soort van noodkreet tot de politie wendde, dan had hij de moord niet kunnen plegen en was Els Borst die dag vermoedelijk niet vermoord. Maar we weten het niet.

Voor hetzelfde geld had de man die de familie De Mol bedreigde het ook op haar gemunt. Er bestaat geen ondubbelzinnige verklaring voor dit soort gebeurtenissen, maar het is wel duidelijk dat alle instanties die zich ermee bemoeiden het gevaar dat Bart van U. opleverde hebben onderschat en ook dat zijn familie jarenlang tevergeefs heeft geprobeerd bij de politie, het OM en de GGZ gehoor te vinden voor de gevaren die hij door zijn psychose opleverde. Veel is er niet veranderd, maar wel dat tegenwoordig door werkers in de psychiatrie wordt geluisterd en samengewerkt met familieleden en naasten van mensen met psychiatrische ziekten. In het geval van Bart van U. is aantoonbaar geen gebruik gemaakt van de informatie waarover de verschillende instanties beschikten. Door zo te doen, of juister gezegd door niets te doen, kon Bart van U. vrij blijven rondlopen. Zou de psychiater die Bart van U. heeft beoordeeld hem wel met een IBS hebben laten opnemen wanneer hij wel over die informatie had beschikt? Ook dit weten we niet.

Het beoordelen van verwarde mensen in de spoedeisende psychiatrie is een complexe zaak en wat er moet gebeuren is bepaald niet altijd direct glashelder. De beslissingen die de psychiater neemt worden soms zwaar betwist en ze zijn ook niet altijd juist. Ik herinner me een casus waarin een psychiater werd gevraagd een psychotische jongen te beoordelen die zijn moeder had vermoord. Stemmen gaven hem de opdracht dat te doen. De psychiater besloot geen IBS aan te vragen omdat hij de kans op herhaling op nul schatte en hij het meer een zaak voor justitie vond. Daar had hij natuurlijk gelijk in, maar de politie begreep niet dat zo’n zieke jongen niet direct werd opgenomen en probeerde op allerlei manieren het oordeel van de psychiater te veranderen. Dat gebeurde niet en hij werd ook niet vrijgelaten. Zou de psychiater anders hebben besloten wanneer hij meer over de voorgeschiedenis van deze jongen had geweten en zou hij er dan bij de OvJ op aangedrongen hebben de jongen direct in een psychiatrische setting te plaatsen? We weten het niet, maar misschien wel.

Het gebeurt overigens wel vaker dat de politie en de psychiater tegenover elkaar staan. Dat is nu eenmaal onvermijdelijk, ieder zijn vak, maar het is ergerlijk en ook zonde wanneer dat gebeurt door gebrek aan informatie of door het niet-delen van de wel beschikbare informatie. Het beoordelen van patienten in de spoedeisende psychiatrie, onder vaak moeilijke omstandigheden, zal altijd complex blijven. Alleen intensieve samenwerking in breed verband, tussen het strafrechtelijke, civiele en het zorgdomein, en het goed gebruikmaken van beschikbare informatie kan er voor zorgen dat het minder vaak fout gaat. Zo doende, door samenwerking in de keten, zal de praktijk van de spoedeisende psychiatrie dus wel veranderen. Dat weten we wel.  

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Staat de patiŽnt wel centraal?

Enige tijd geleden sprak ik een vrijgevestigd klinisch psychologe over haar ervaringen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Zij vertelde over een depressieve patiŽnte die zij wilde verwijzen naar de crisisdienst van de regionale GGZ-instelling. Zij vertelde dat zij deze patiŽnte niet kon/mocht doorverwijzen, dat de huisarts dat moest doen, maar dat die op vakantie was en zijn waarnemer de patiŽnte eerst wilde zien voordat hij zou kunnen doorverwijzen, dat deze waarnemer deze patiŽnte niet wilde doorverwijzen, omdat hij het met de diagnose niet eens was, dat de psychologe de patiŽnte toen presenteerde aan een bevriende psychiater, die patiŽnte vervolgens terstond verwees naar de crisisdienst, die de patiŽnte tijdelijk in behandeling nam, en om het af te sluiten niet met de klinisch psychologe, de behandelaar overlegde maar met de bevriende psychiater, die de patiŽnte na ťťn gesprek had doorverwezen, en haar nauwelijks kende.
Meer

Reageer |  reacties

Millennials missen een ontwikkeld backoffice

De Facebookgeneratie ofwel de millennials (geboren tussen 1980 en 2000) overbevolken onze GGZ. In tien jaar tijds nam bij deze generatie het slikken van antidepressiva met 40% toe. 72.000 zitten er vanwege arbeidsongeschiktheid thuis; in grote meerderheid gaat het om psychische themaís. In de GGZ trakteren wij ze op een etikettenepidemie: dyslexie, ADHD, ADD, hoogbegaafdheid, PTSS, autisme, Asperger, NLD, dyscalculie, borderline.
Meer

Reageer |  reacties

Voorkůmen is beter dan genezen

Denkt u eens na over het volgende rijtje: een jurist, een kantoorbeambte cq boekhouder, een rechtsgeleerde, een leraar, een voormalig metaalarbeider en vakbondsbestuurder, een arts, een jurist, een scheikundige, een voormalig secretaresse, een politicoloog en jurist, een TV-producer, een arts, een econoom, een historicus annex internationale betrekkingen-expert, een socioloog en een politicoloog. Weet u al waar ik op doel? Dat is de achtergrond van de ministers die de afgelopen 40 jaren Volksgezondheid in hun portefeuille hebben gehad.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten