Van sterftecijfers wordt niemand beter

13 maart 2014

Rangschik ziekenhuizen naar sterftecijfer en de burger kan rationeel kiezen op kwaliteit en veiligheid. Dat is het ideaal. Maar helaas, ziekenhuizen zijn geen wasmiddelen die je in een consumentengids kunt rangschikken met een getal. Daarvoor verschillen patiŽntpopulaties en registratiemethoden veel teveel. We gaan, kortom, driftig investeren in administratieve schijntransparantie.

‘De kwaliteit van de geleverde zorg moet transparant zijn voor de patiŽnt. Het is niet meer acceptabel dat ziekenhuizen niet open zijn over hun cijfers.’ Dat schreef minister Schippers van VWS vorig jaar juni in een brief aan de Tweede Kamer. De algemene media kopten dat Schippers ‘verder investeerde in patiŽntveiligheid’. De publicatie van de cijfers was al eerder een dingetje van Elsevier. Het tijdschrift stapte in 2010 naar de rechter om publicatie van de sterftecijfers af te dwingen, na een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) ruim een jaar eerder. Tevergeefs, want de Inspectie had die cijfers helemaal niet.

Dit jaar werden ziekenhuizen voor het eerst verplicht hun sterftecijfers, ook per aandoening, te publiceren. De NPCF, de Consumentenbond, de hoofdredactie van NRC: ze waren er allemaal als de kippen bij om er de loftrompet over te steken: openheid en transparantie, dat is waar de burger recht op had.

Aanvankelijk weigerden 24 ziekenhuizen om hun (volledige) sterftecijfers te publiceren. Het Erasmus MC weigerde eerst ook, maar kwam later toch met een sterftecijfer volgens een andere berekening. Onderzoeksjournalist Arthur van Leeuwen van Elsevier zag in die ontwikkeling iets schimmigs. De beslissing van het Erasmus MC riekte volgens hem ‘eerder naar onwil, naar een medisch gilde dat weigert zich op de vingers te laten kijken – of erger: een ziekenhuis dat iets te verbergen heeft, bijvoorbeeld onverklaarbaar hoge sterftecijfers.

Ziekenhuizen die terechte kanttekeningen plaatsten bij de HSMR, de Hospital Standardized Mortality Ratio, maken zichzelf verdacht. Die ontwikkeling laat zien dat het publiceren van kale sterftecijfers onzinnig en misleidend is. De gemiddelde burger kan sterftecijfers en verschillen tussen ziekenhuizen nauwelijks duiden. Simpelweg omdat er grote verschillen bestaan in de manier waarop ziekenhuizen de medische registratie coderen.

De HSMR zet de werkelijke sterfte in een ziekenhuis af tegen de sterfte die op basis van de patiŽntkenmerken werd verwacht. Het is daarmee een indicator voor potentieel vermijdbare sterfte. Er zijn echter ziekenhuizen die comorbiditeit slecht registreren. Comorbiditeit is een van de factoren waarvoor de HSMR en overige cijfers worden gestandaardiseerd. Als er te weinig nevendiagnosen worden vastgelegd door het ziekenhuis, zal de verwachte sterfte onderschat worden en de HSMR hoger uitvallen. Het is daarom van belang dat de nevendiagnosen op een goede manier worden geregistreerd.

Voor een correcte HSMR is het van groot belang dat de arts de hoofddiagnose, de diagnose waaraan de patiŽnt uiteindelijk sterft, goed registreert, en niet de klachten waarmee hij het ziekenhuis in eerste instantie binnenkomt. De sterftecijfers zullen anders een vertekend beeld geven. Omdat veel ziekenhuizen die registratie niet goed op orde hebben, valt er ook weinig te zeggen over de sterftecijfers die eruit komen rollen. Of, om Roland Bal, hoogleraar Bestuur en beleid van de gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit, te citeren: ‘Garbage in, garbage out.’

En dan hebben we het nog niet eens gehad over andere factoren die van invloed zijn op de sterftecijfers. Denk aan bijvoorbeeld volumenormen en concentratie van gespecialiseerde zorg. Verschillende patiŽntenpopulaties zullen verschillende sterftecijfers opleveren. Bovendien bestaat er een reŽel risico dat ziekenhuizen, om de HSMR laag te houden, creatief gaan boekhouden. Zo loont het om patiŽnten als palliatief te registreren, zodat ze buiten de sterftecijfers vallen, meldde Roland Bal ook in het NRC. Dat is ook het geval als patiŽnten naar huis gestuurd worden om daar te sterven. Transparantie? Ik vraag u: hoe ziek is de ziekenhuisstatistiek?

In Engeland zijn ze er inmiddels achter dat de HSMR en speeltje is van de overheid zonder enig aanwijsbaar nut. Professor Nick Black, een expert die door de National Health Service gevraagd werd te onderzoeken of sterftecijfers iets zeggen over de kwaliteit van zorg, noemt de HSMR ‘misleidend’. Toen de BBC aan Black vroeg wat het grote publiek nou eigenlijk moest met al die media-aandacht voor de sterftecijfers, antwoordde hij: ‘Personally, I would suggest that the public ignore them.’

Het terugdraaien van de publicatie van sterftecijfers lijkt echter een onbegonnen zaak. In Engeland gebeurt dat ook niet, want de resultaten van het onderzoek van Nick Black waren de overheid niet welgevallig. De verwachting is, ook in Nederland, dat de registraties verder worden gestandaardiseerd. Dat vergt een flinke investering, onder meer in de opleiding van medisch codeurs, die toch al schaars zijn. Omdat je geld maar ťťn keer kunt uitgeven, kan dat geld niet worden geÔnvesteerd in de echte zorg, voor echte mensen. Samenvattend: publicatie van sterftecijfers kost veel geld en de burger schiet er helemaal niks mee op. Tel uit uw winst. 
 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Geef mij tijd

Het is september en de vrijwilligers van het Koningin Wilhelmina Fonds voor de kankerbestrijding (KWF) komen langs met de collectebus. Het kan niemand ontgaan zijn. Radio- en televisiespotjes dringen zich aan je op. En waar je maar kijkt maken spandoeken en affiches ons erop attent. GEEF MIJ TIJD. Daarbij wordt meestal ook een portret getoond van iemand met kanker. Ik had zelf ook op zoín foto gekund, maar ik heb nu al vijftien jaar die op hol geslagen cellen en vind eigenlijk dat me sinds de diagnose al verrassend veel tijd is gegund. Daar klaag ik dus niet over. Langzaam aan beweeg ik me naar het moment dat de kanker me de baas is, maar zo ver is het nog niet. Wel heeft de behandeling van de kanker mijn leven danig ontwricht. Niet alleen dat van mij. Mijn vrouw moest op haar vijftigste ook wennen aan een heel andere man in huis. Elke keer dat ik langs een KWF affiche kom denk ik: GEEF MIJ KWALITEITTIJD.
Meer

Reageer |  reacties

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ĎVeiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteitení dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om Ė in het geval van een ernstig incident of calamiteit Ė een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suÔcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten