Smart patients hebben een ander type dokter nodig

5 februari 2015

Al voor een paar euro kun je thuis een zwangerschapstest doen en binnen vijf minuten weten of je zwanger bent. Dat vinden we nu doodgewoon, maar toen de eerste zwangerschapstest voor thuisgebruik in 1971 werd geÔntroduceerd, was dat groot nieuws. Vrouwen hoefden voortaan niet meer naar de huisarts voor een test, maar konden die gewoon kopen bij de drogist en meteen de uitslag zien! Je zou verwachten dat sindsdien het delen van medische gegevens met patiŽnten en het zelf testen een hoge vlucht heeft genomen, maar nee. PatiŽnten moeten zelfs voor een eenvoudige bloedafname naar het ziekenhuis, terwijl dat veel eenvoudiger kan.  Ze beschikken niet over hun eigen medisch dossier. Ze zijn de laatsten die de resultaten horen van onderzoek en moeten deemoedig wachten – in de wachtkamer, aan de telefoonlijn – totdat de dokter tijd heeft om met hen te praten. Wanneer ze vervolgens op basis van door henzelf vergaarde informatie die dokter bestoken met vragen, weet hij zich geen raad met deze ‘eisende patiŽnten’.

Informatiemonopolie
Er is te veel informatie, en niet-professionals weten niet hoe ze ermee om moeten gaan, is de klacht. Hetzelfde bezwaar klonk toen informatie niet langer werd voorgelezen of in handmatig gekopieerde boeken in zeer beperkte hoeveelheden vermenigvuldigd, maar afgedrukt op papier dat iedereen kon kopen. Johannes Gutenberg vond rond 1445 de drukpers uit, en ontketende daarmee een revolutie: vanaf toen was het informatiemonopolie van de elite gebroken, en die ontwikkeling gaat dankzij internet nog steeds door. Inmiddels kan iedereen die een smartphone heeft – en dat is over vijf jaar 90 procent van de wereldbevolking – daarop alle informatie opzoeken en delen die hij maar wil.

Smartphone als medisch instrument
Daar komt bij dat patiŽnten de smartphone in de toekomst steeds meer zullen gebruiken als een medisch instrument: om (eenvoudige) diagnoses te stellen, zichzelf te monitoren en data te verzamelen. De Amerikaanse cardioloog en onderzoeker Eric Topol beschrijft in zijn boek ‘The patient will see you now’ hoe hij met behulp van een smartphone-ECG kon vaststellen dat een vliegtuigpassagier die zich onwel voelde, een hartaanval had en dat een noodlanding nodig was. Een andere keer gebruikte hij zijn smartphone om bij een flauwgevallen passagier verschillende metingen te doen (ECG, bloeddruk, zuurstofconcentratie in het bloed en hartimaging) waaruit bleek dat deze niet in gevaar verkeerde en het vliegtuig gewoon in de lucht kon blijven. ‘Geen van deze passagiers had een dokter nodig om de diagnose te stellen’ schrijft hij. ‘Het enige wat nodig was, waren de tools om de data te verzamelen.’

Ander type dokter
Daarmee is niet gezegd dat dokters een ander beroep moeten gaan kiezen, maar wel dat zij hun beroep anders moeten gaan uitoefenen. De smartphone brengt onvermijdelijk de smart patient voort, en die vraagt om een ander type dokter: iemand met wie hij een partnership kan aangaan, en die meerwaarde heeft omdat hij als specialist zijn expertise optimaal gebruikt. Een dokter die zijn tijd en energie niet steekt in routinematige handelingen, maar in complexe patiŽnten met multifactoriŽle aandoeningen die zijn volle aandacht en denkvermogen verdienen. PatiŽnten die hij in een virtuele spreekkamer kan zien, of zo nodig thuis kan bezoeken met zijn medische mobile devices in de broekzak. Niet ‘the doctor will see you now’, maar ‘the patient will see you now’. Waarom niet? 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ĎVeiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteitení dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om Ė in het geval van een ernstig incident of calamiteit Ė een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suÔcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

FACT-werk en specialistische zorg in ťťn team

ĎBinnen GGZ Noord-Holland-Noord hebben we drie programmaís geschreven die de komende drie jaar hun beslag moeten krijgení, vertelt Marijke van Putten, lid van de raad van bestuur. ĎVoorheen werkten we via twee sporen: de FACT-teams en diagnostisch gerichte specialistische teams. Deze voegen we samen tot geÔntegreerde teams die wijk- en herstelgericht zijn. Teams met ervaringsdeskundigen en IPS-medewerkers die mensen begeleiden naar werk, maar ook met specialistische behandelkennis.í
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten