Het 10-minutengesprek

18 mei 2017

Recent mochten mijn vrouw en ik weer eens op audiŽntie komen bij de basisschooldocente van ons zoontje. In de onderwerpregel van het emailbericht werd meteen aan verwachtingsmanagement gedaan: “10-minutengesprek.” Omdat de juf ruim een kwartier uitliep, was er in de hal een mini-wachtkamertje ontstaan waarin gemopperd werd door ťťn van de ouderparen. “Ik begrijp het niet, mensen weten toch dat ze maar 10 minuten hebben? Hoe kan ze dan nu al uitlopen, er waren maar 5 ouders vůůr ons.” Om een en ander in perspectief te zetten probeerde ik nog in te brengen dat ik al tevreden ben als mijn spreekuur aan het einde van de dag niet langer dan half uur uitloopt, maar ik vond geen gewillig oor. Eenmaal binnen liepen we in precies 10 minuten de goede en verbeterpunten van onze kleuter door, waarna het rinkelen van de eierwekker een einde maakte aan het gesprek.

Een Google-search naar de term “10-minutengesprek” levert ruim 32.000 resultaten op. De eerste 100 daarvan staan bol van tips om van beide kanten goed voorbereid het gesprek aan te gaan; in het onderwijs welteverstaan. Na toevoeging van wat medische termen komt er ook een aantal sites met tips om je gesprek met de huisarts beter voor te bereiden. Deze voert gemiddeld bijna 9.000 van deze 10-minutengesprekken per jaar (bron: https://www.lhv.nl/uw-beroep/over-de-huisarts/kerncijfers-huisartsenzorg). Met 8812 huisartsen voeren zij per jaar dus zo’n 70 miljoen 10-minutengesprekken! En dan te bedenken dat de huisartsen hiermee in Nederland 94% van de zorg in de eigen praktijk afhandelen tegen nog geen 4% van het totale zorgbudget, wat neerkomt op 2,7 miljard euro. Zeer recent werd bekend dat in het nieuwe zorgakkoord voor 2018 maximaal 75 miljoen euro beschikbaar is voor verschuiving van zorg naar de eerstelijns-praktijken. Uitgaande van de € 9,23 (!) voor een 10-minutengesprek bij de huisarts betekent dit in het beste (of zo u wilt ergste) geval ruim 8 miljoen extra consulten op het toch al overvolle bord van de huisarts. Zeer terecht dat de huisartsen aan de noodbel trekken; eerder onderzoek van MOVIR liet al zien dat ruim 70% van de huisartsen signalen van overspannenheid bij zichzelf geconstateerd hadden. De titel die Nieuwsuur recent gebruikte om dit aan de kaak stellen (“Help, de dokter verzuipt!”) liet weinig aan de verbeelding over. Bij diverse huisartsen is het kookwekkertje inmiddels al gesignaleerd in de spreekkamer.

Zo’n 20 jaar geleden zal de huisarts nog wel uitgekomen zijn met 10 minuten; patiŽnten waren in het algemeen minder mondig, de prevalentie van stress-gerelateerde klachten was lager, de griep werd gewoon thuis uitgeziekt en tegen het advies van de dokter in gaan was al helemaal not done. Met de opkomst van dr. Google, de toenemende mondigheid van de patiŽnt die waar wil voor zijn premiegeld, het sluiten van veel verpleeg- en verzorgingstehuizen en de gestegen administratieve lasten is gebleken dat die 10 minuten veelal niet meer voldoende zijn. Om het systeem van de huisarts als poortwachter niet in elkaar te laten vallen, moet er tijd (en dus geld) bij. De zorgverzekeraars lijken de eerst-aangewezenen om dit geld beschikbaar te stellen, aangezien pilot-studies al lieten zien dat meer tijd voor de patiŽnt zorgt voor minder verwijzingen naar het ziekenhuis. Op deze manier kunnen de kookwekkertjes terug de doos in, houden we de huisarts vitaal en worden bovendien de patiŽnten efficiŽnter geholpen. Want optimale zorg blijft een kwestie van geven en nemen: aandacht geven en de tijd nemen. 

Bertho Nieboer is op Twitter te volgen via @DokterBertho 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ĎVeiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteitení dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om Ė in het geval van een ernstig incident of calamiteit Ė een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suÔcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

FACT-werk en specialistische zorg in ťťn team

ĎBinnen GGZ Noord-Holland-Noord hebben we drie programmaís geschreven die de komende drie jaar hun beslag moeten krijgení, vertelt Marijke van Putten, lid van de raad van bestuur. ĎVoorheen werkten we via twee sporen: de FACT-teams en diagnostisch gerichte specialistische teams. Deze voegen we samen tot geÔntegreerde teams die wijk- en herstelgericht zijn. Teams met ervaringsdeskundigen en IPS-medewerkers die mensen begeleiden naar werk, maar ook met specialistische behandelkennis.í
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten