Over betrokkenheid en solidariteit

5 juli 2018

Plaats van handeling: het terras van een Nijmeegs café dat vaker in de prijzen viel vanwege de uitgebreide collectie bieren op fust en fles. Het is een van die zwoele avonden in de meimaand die ons na afloop van het werk uitgeput, uitgedroogd en super dorstig (dus enigszins zwak en weinig standvastig) niet direct naar huis maar even naar de kroeg dirigeert. Niet ver genoeg van ons af zit een dertiger; half lang haar, sleets T-shirt, korte rafelige spijkerbroek (ook gaten in het resterende deel van de stof boven de knie), snor, voet op knie, en de doorlooptijd voor zijn Westmalle Tripel als voor zijn Marlboro Rood lijken parallel en snel te verlopen. De rookwolk in deze hitte voelt als bijna verstikkend en het lijkt hem niet op te vallen dat de wind voor ons precies verkeerd staat. Hij gooit de peuk, als deze klein genoeg is op grond, soms krijgt deze een trap na van zijn schoenzool. Ik schat zijn gewicht in op een BMI net onder de 35. De ober lijkt ‘hé’ te heten.

Menig terras kent met warme dagen en weinig wind een rookgordijn en voor de niet rokers, het merendeel gelukkig, betekent dit vaak irritatie. Deze irritatie staat een gevoel van betrokkenheid in de weg. Betrokkenheid is een psychologisch fundament voor het solidair kunnen zijn met anderen. We zijn gemakkelijker betrokken bij mensen op wie we lijken en met wie we veel gemeenschappelijk hebben. Dit lijken gaat zowel over huidskleur als sociaal-culturele achtergrond. Onze zorg drijft op het solidariteitsprincipe en in de regel vinden we dit geen probleem (enquêtes over dit thema wijzen dit uit) bij mensen met een aangeboren ziekte, handicap of beperking, bij ouden van dagen en bij (goede) mensen die krap bij kas zitten. Op zo’n terras komt die solidariteitsbeleving, fundamenteel voor hoe onze zorg is georganiseerd, als van zelf onder druk te staan. Misschien nog wel het meest omdat de betrokkenheid van deze dertiger op zijn lichaam, zijn gezondheid en zijn sociale en fysische omgeving ernstig tekort leek te schieten.

Betrokkenheid gaat terug op wat we in de psychologie hechting noemen. Hechting is de poort van de baby op de wereld, zonder een minimale gehechtheidsrelatie komt er geen menselijke wezen tot stand zoals we die kennen. Al rond het eerste levensjaar is de gehechtheidsrelatie opgebouwd en kent een veilig, onveilig of anderszins ontregeld patroon. Dat patroon hangt weer stevig samen met de kwaliteit van de toekomstige relaties, met betrokkenheid en andere persoonlijkheidstrekken, met intelligentie en psychische kwetsbaarheden. Korte tijd nadat de kleine kan lopen en zichzelf in de spiegel als een geheel heeft bewondert, komen de narcistische belevingen op gang. Het zelf wordt definitief, nu narcistisch, op de kaart gezet tegen de achtergrond van de hechting waarin de ander domineerde. Hiermee zijn de twee rivieren in de menselijke psyche aangelegd: de hechting brengt ons dichter bijeen, zorgt voor intimiteit, relaties, vriendschap, onderwijs, zorg. Narcisme brengt het verschil, hierdoor kunnen we separeren, onthechten, concurreren, onszelf ontwikkelen, sport beoefenen, zijn we klaar voor de markwerking. Op het evenwicht tussen samenwerking en concurrentie, hechting en narcisme komt het aan. De laatste paar decennia nam het narcisme in ons toe ten koste van de hechting, de solidariteit is nu kwetsbaarder dan het voor jezelf kunnen en durven kiezen.

Ons zorgstelsel zal zich in dit opzicht aanpassen – met de tijd meegaan - en stimuleert door een hogere rekening voor mensen met een beroerde leefstijl ook nog deze abjecte gewoontes te verminderen. Betrokkenheid kan verbeteren indien deze wordt gestimuleerd. Op het terras komt het niet tot een confrontatie, onverwacht krijgt de dertiger gezelschap van een blonde, bijzonder vriendelijk en aardig ogende twintiger. Zij rookt niet en drinkt bruiswater, hij stopt met roken en bier drinken en ze raken in een geanimeerd gesprek. Het perspectief van hechting alleen al….We drinken er nog wat op. 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Als e-health meerwaarde
heeft, zijn we er als eerste bij

Iemand die zelf verslaafd is geweest, is eigenlijk de enige die een verslaafde begrijpt', zegt Dick Trubendorffer. Hij was zelf verslaafd aan alcohol, partydrugs, werken en seks. Na een mislukte behandeling in Nederland herstelde hij in Amerika. In Nederland zette hij daarna Trubendorffer ‘Hulp bij Verslaving' op. De zorg is ambulant, E-health en beeldtelefo... Meer

Van bajes naar zorginstelling,
van cipier naar groepsleider

‘Eens kijken of het me lukt', dacht hoofd behandeling Peter van der Sanden, toen hij in 2011 in jeugdzorginstelling Almata in Ossendrecht ging werken. De ‘bajes voor jongeren' moest worden omgevormd van een justitiële instelling naar een gesloten jeugdzorginstelling. Cipiers werden groepsleiders. Het lukte. Met Van der Sanden als grote inspirator. Juni 2019 ... Meer

Waarom e-health tóch succesvol wordt

Ik kan me goed voorstellen dat gelouterde zorgbestuurders als Wouter van Ewijk niet geloven in e-health (Discura, 25 januari jl.). Je gaat doorgaans niet naar de dokter voor je plezier. Je vermoedt iets ernstigs in je unieke lijf. En wilt daarbij de arts wel in de ogen kijken. Je wilt gezién worden. Je zoekt, wellicht impliciet, de vertrouwensband. En dat is... Meer

Reageer |  reacties