Verzuip maar in die soep!

13 juni 2019

Sandrine van der Velde

Hij vertelde hoe hij naar zijn auto had lopen zoeken. Hij wist zeker dat hij hem hier had geparkeerd. Hij liep een rondje door de parkeergarage, en toen nog een, allengs ongeruster. Hij was al zeker twintig minuten aan het zoeken – het parkeerkaartje was allang niet meer geldig – toen hij de hulp inriep van de parkeerwachter. De jongen straalde de rust uit van iemand die wel vaker met dit bijltje had gehakt. Hij hielp zoeken en samen vonden ze, meer tot de verrassing van de oude man dan tot die van de parkeerwachter, de auto op de tweede verdieping van de garage, in plaats van op de derde, waar de man tevergeefs had gezocht.

De man in het verhaal is mijn vader. Het gebeurde toen hij mijn moeder had bezocht in het ziekenhuis. Hij vertelt het verhaal alsof het een grap is. Een aardige anekdote voor bij de koffie. Maar ik zie in zijn blik, zijn gekromde rug, zijn afhangende schouders dat het hem wel degelijk dwars zit. ‘Kom, iets anders nu. Wil je nog koffie?’

Natuurlijk bespreken we hoe het met mijn moeder gaat, wat de verwachtingen zijn, hoe ze er mentaal aan toe is. Hoe vaak ze al in het ziekenhuis heeft gelegen houdt niemand bij. De verjaardagen van de kleinkinderen moet je tellen, het aantal stekjes dat de winter heeft overleefd, de dagen tot je op vakantie kan. Niet de grijze haren, calorieŽn of het aantal ziekenhuisopnamen. Het zijn er toch flink wat geweest, de afgelopen jaren. Een pacemaker, hersenvliesontsteking, borstkanker, een niertransplantatie - om alleen de hoogtepunten maar te noemen.

Logisch dus dat mijn vader altijd bezig is iedereen bij te praten over hoe het met mijn moeder gaat. Aan aandacht geen gebrek. Sterker nog, hij heeft strategieŽn uitgewerkt om de aandacht onder controle te houden. Zo heeft hij een appgroepje en een mailinglijst waarin hij familie, vrienden, buren en belangstellenden uit de kerk bijpraat over de situatie als mijn moeder weer in het ziekenhuis ligt of er net weer uit is. Hij vraagt iedereen om niet te bellen omdat hij dan niet aan zijn rust toekomt. Ook mijn zus en ik sturen eerst een appje om te vragen of het wel uitkomt als we bellen. Het komt altijd uit.

Hij toont zich sterk. Sinds hij met pensioen is en mijn moeder niet meer zo lang op haar benen kan staan, kookt hij meestal. Dat kan hij prima. Hij doet elke dag boodschappen en verheugt zich dan op het avondmaal dat hij voor zichzelf zal klaarmaken. Hij moet dan ook niets hebben van alle pannetjes goedbedoelde maar zouteloze soep die hij krijgt toegestopt. Alsof hij een hulpeloze bejaarde is. ‘Laat ze maar in die soep verzuipen’, verzuchtte hij pas.

Natuurlijk vragen we ook hoe het met hťm gaat. Maar echt doorvragen, dat doen we niet. Omdat hij zich er ongemakkelijk bij voelt en misschien ook omdat we bang zijn om het antwoord te horen. Maar toen hij dat verhaal over de parkeergarage vertelde, zag ik het ineens. De uitputting, de angst, het verdriet.
Want ook al is hij zelf degene die het bezoek buiten de deur houdt en die de telefoon op stil zet, hij mist natuurlijk toch gezelschap. Maar niet het gezelschap van de buren, vrienden of familie – hij mist zijn vrouw. Alleen ‘s avonds op de bank met een boek, een glas wijn en, vooruit, een plakje droge worst, is hij even niet eenzaam maar alleen.

Het is goed zo pa, we laten je met rust. We horen het wel als er wat is.

Beoordeling jury:
Winnaar 8e plaats

Een warme column die in mooie doeltreffende taal is geschreven. De column begint met een anekdote die later weer terug komt. Heel mooi gedaan. 

Jury: Ziggy Klazes, Ben de Graaf (Ben Tekstschrijver), Wouter van Ewijk 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Verzuip maar in die soep!

Hij vertelde hoe hij naar zijn auto had lopen zoeken. Hij wist zeker dat hij hem hier had geparkeerd. Hij liep een rondje door de parkeergarage, en toen nog een, allengs ongeruster. Hij was al zeker twintig minuten aan het zoeken Ė het parkeerkaartje was allang niet meer geldig Ė toen hij de hulp inriep van de parkeerwachter. De jongen straalde de rust uit v... Meer

Reageer |  reacties

Schurende steentjes

Hij zit er weer. Ik zie alleen zijn achterhoofd met grijs, dik haar. Elke dag rond het middaguur zit hij in z'n eentje op het bankje dat uitkijkt over de vijver die middenin het industrieterrein ligt. Ik bekijk hem vanachter licht getint glas, zeshoog in een kantorencomplex. Ik wiebel op mijn hakken. Hij zit daar om zijn dag te breken en ik ren de hele dag m... Meer

Reageer |  reacties

Navel als troostputje

Ik besteed alleen aandacht aan mijn navel als ik eenzaam ben. Het kuiltje in mijn buikheuvel is een relict uit de mooiste tijd van mijn leven. Mijn navelvorm heet een innie; een ovale of ronde holte. Er zijn ook mensen met een outie, een bolletje of een knoopje. Mijn innie vult zich soms met navelpluis, het mooiste woord voor viezigheid dat ik ken. De binnen... Meer

Reageer |  reacties