Schurende steentjes

6 juni 2019

Ilanda de Dood

Hij zit er weer. Ik zie alleen zijn achterhoofd met grijs, dik haar. Elke dag rond het middaguur zit hij in z’n eentje op het bankje dat uitkijkt over de vijver die midden in het industrieterrein ligt. Ik bekijk hem vanachter licht getint glas, zeshoog in een kantorencomplex. Ik wiebel op mijn hakken. Hij zit daar om zijn dag te breken en ik ren de hele dag maar door van de ene naar de andere deadline. Als ik een keer echt pauze neem, kan ik waarschijnlijk zijn dag maken door een leuk praatje met hem aan te knopen. Wezenlijk contact is toch waar het om gaat. Eén gesprekje tussen de honderden mails en berichten die ook vandaag weer binnen zullen komen. De printer ratelt. Ik pak het afgedrukte document op en draai me om. Toch kijk ik nog een keer naar buiten. Hij zit daar zo roerloos. Het is koud buiten. Arme man. Mijn gedachten staan even stil en mijn hele lijf zegt ‘Nu doen’. Ik gris mijn lange wollen mantel van de kapstok en loop richting de lift.

Ik hoor mijn naam roepen. Een collega loopt met grote passen op me af. ‘Kan ik je even spreken?’. Terwijl ik mijn armen in de mouwen van mijn jas wring, mompel ik ‘Nee, nu even niet’. Ik zie nog net zijn opgetrokken wenkbrauwen door het raampje van de lift als deze naar beneden zoeft. Opeens voel ik ook haast door mijn lichaam trekken. Ik moet wel opschieten, hij heeft er nog nooit de hele middag gezeten.

Met snelle gehakte passen loop ik het parkeerterrein over. De leaseauto’s glimmen me tegemoet. Ik voel mijn eigen glimlach als ik denk aan het gezicht van de man dat ik zal zien als ik contact met hem leg. Als ik vlakbij het bankje ben maak ik mijn passen kleiner. Ik duw de grote kraag van mijn jas iets naar beneden en haal diep adem. Ik ga naast de man zitten en zeg met een vanzelfsprekend geluid ‘Goedemiddag’. De man kijkt me aan. Zijn lippen blijven strak op elkaar geklemd. ‘Het is koud hè’ zeg ik en doe mijn kraag weer omhoog. ‘Mmm’ hoor ik naast me. Mijn reddingsactie heeft iets meer tijd nodig. Ik denk aan de bespreking die over een half uur begint. Mijn hakken schuiven heen en weer over het grind dat onder en voor het bankje ligt. Ik wist niet dat tegen elkaar schurende steentjes zoveel geluid kunnen maken. ‘Woont u hier in de buurt?’ is de volgende dooddoener die ik eruit pers. Ik blijf nog even voor me uit kijken voordat ik mijn hoofd weer naar links draai. Hoor ik de man nu zuchten? Wie weet hoe lang het geleden is dat iemand tegen hem gepraat heeft. Misschien gaat hij wel huilen. Hij schraapt zijn keel. ‘Mevrouw’ hoor ik dan met een diepe volle stem. ‘Ik begrijp dat u behoefte heeft aan een praatje. Helaas voor u is dit het enige moment op de dag dat ik even op mezelf kan zijn. Straks ben ik weer volop in touw’ en hij knikt naar de hoge kantorentoren naast die van mijn werkgever. ‘Ook thuis lopen er drie kleinkinderen rond die van alles van me willen als ik daar aan het eind van de middag weer ben. Dus als u me wilt excuseren’. Hij kucht nog een keer, schuift een stuk naar links en richt zijn blik weer op het water. Ik sta op, trek de panden van mijn jas naar beneden en draai me om. Ik werp een laatste blik op de man. Er zit een mooie slag in zijn haar.

Beoordeling jury columnwedstrijd "Eenzaamheid": 
7de plaats

Verrassende column over eenzaamheid die er echter niet blijkt te zijn. De schrijfster zet de lezer op het verkeerde been, het verkeerde been waarop zij zichzelf ook zette door te veronderstellen dat er iemand om haar praatje verlegen zat. 

Jury: Ziggy Klazes, Ben de Graaf (Ben Tekstschrijver), Wouter van Ewijk 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Verzuip maar in die soep!

Hij vertelde hoe hij naar zijn auto had lopen zoeken. Hij wist zeker dat hij hem hier had geparkeerd. Hij liep een rondje door de parkeergarage, en toen nog een, allengs ongeruster. Hij was al zeker twintig minuten aan het zoeken – het parkeerkaartje was allang niet meer geldig – toen hij de hulp inriep van de parkeerwachter. De jongen straalde de rust uit v... Meer

Reageer |  reacties

Schurende steentjes

Hij zit er weer. Ik zie alleen zijn achterhoofd met grijs, dik haar. Elke dag rond het middaguur zit hij in z'n eentje op het bankje dat uitkijkt over de vijver die middenin het industrieterrein ligt. Ik bekijk hem vanachter licht getint glas, zeshoog in een kantorencomplex. Ik wiebel op mijn hakken. Hij zit daar om zijn dag te breken en ik ren de hele dag m... Meer

Reageer |  reacties

Navel als troostputje

Ik besteed alleen aandacht aan mijn navel als ik eenzaam ben. Het kuiltje in mijn buikheuvel is een relict uit de mooiste tijd van mijn leven. Mijn navelvorm heet een innie; een ovale of ronde holte. Er zijn ook mensen met een outie, een bolletje of een knoopje. Mijn innie vult zich soms met navelpluis, het mooiste woord voor viezigheid dat ik ken. De binnen... Meer

Reageer |  reacties