Het trieste bestaan van het inactieve
geslachtsorgaan

16 mei 2019

Alexander Baeyens

Hoe ik in deze situatie terecht ben gekomen, weet ik niet precies. Volgens mij had het niet zozeer te maken met goesting, dan wel met eenzaamheid. In het deurgat kijken twee gezichten in mijn richting: een bleekbroos meisje onder invloed en een wellicht niet zo oude, maar afgeleefde pooier.
‘Hoe heet jij?’ vraag ik aan het meisje. Ze antwoordt niet.
‘Je hebt een halfuur’, zegt haar pooier. ‘Heb je meer tijd nodig, dan reken ik telkens een halfuur erbij, capiche?’
Ik knik.

Het meisje staat wezenloos naar de grond te staren tot ik zeg dat ze mag binnenkomen. Bij de deur trekt ze haar hakken uit en valt daarna met een zucht in de zetel, vanwaar ze me in de ogen kijkt met een onschuldige blik. Ik wil zeggen dat alles goed is, dat niets nog hoeft, lieve hoer, maar in plaats daarvan vraag ik of ze iets wil drinken. Water is goed, zegt ze. Ikzelf heb zin in whisky, maar alcohol mag niet langer mijn leven beheersen – mijn mond wordt te droog, mijn katers te lang, mijn bestaan te nihil.

‘Waar hou je van?’ vraagt ze ineens. Ze begint zich al wandelend van haar kleren te ontdoen en kijkt intussen naar de foto’s die in huis geŽtaleerd staan. Mijn moeder en vader in de tijd waarin zij nog jong waren en halfbakken ruig. Mijn onlangs overleden hond in zijn mand. Nog enkele communiekaarten van verre neven en nichten wier gezichten ik wellicht niet meer zou herkennen. Een foto van de onderpastoor, god-weet-waarom.

‘Dat weet ik niet’, zeg ik. ‘Wat heb jij graag?’
‘Alleszins geen seks,’ antwoordt ze, ‘ik ben aseksueel, moet je weten. Maar het doet er eigenlijk niet echt toe wat ik wil, begrijp je? Jij bent de klant, en klant is koning, dus ga je gang, leef je uit.’
‘Er hoeft geen lichamelijkheid te zijn als je dat niet wil.’
‘Doe niet mal’, zegt ze. ‘Iedereen wil seks.’
‘Niet iedereen’, zeg ik nog, maar voor ik het goed en wel besef, ligt ze bovenop me en glijden onze lichamen als vissen over elkaar. Er is geen emotie mee gemoeid. We maken geen geluid. Ik voel niet eens hoe ze me bij zich binnenlaat en stram heen en weer beweegt. Het ontgaat me, ik beleef niets.

Op een gegeven zegt ze dat ik nogal dronken en onbeholpen te werk ga, waarna ik me verontschuldig en onder haar vandaan kom. ‘Je hoeft geen sorry te zeggen’, zegt ze. Ze komt terug naar me toe, maar ik wend me van haar af.
‘Toch wel.’

‘Je bent heel lief.’ Ze raakt mijn slappe lid aan en masseert het. Het is zo klein, zo hulpeloos. Ik kan er niets aan doen, ik ben moe, en dronken.
‘Het gaat niet’, geef ik toe. Ze geeft me een zoen op mijn wang en komt dicht tegen me aan liggen. Haar huid is dof, haar haren oranje, haar neus fier naar boven gericht, haar borsten klein, haar huid strak over haar beenderen gespannen.
‘Sorry.’

Na twee uur knik ik haar bij de deur vaarwel. Ze fluistert dat ik in het vervolg niet zoveel moet drinken. ‘Je gaat eraan onderdoor’, fezelt ze. Daarna stapt ze de wagen in. Haar pooier schrikt op uit een slaap en komt geeuwend op me af.
‘Twee uur is een hoop geld, vriend’, zegt hij, maar het maakt niet uit. Ik overhandig hem de biljetten, ga naar binnen en kijk bij het raam hoe de wagen langzaam van me wegrijdt. De onschuldige hoer kijkt nog om. Bijna voel ik me gelukkig.

Beoordeling jury columnwedstrijd "Eenzaamheid":
5de plaats

Hier is een originele schrijver aan de gang, de tekst loopt als een trein, korte puntige dialogen, alle zinnen en beelden zijn functioneel. De eenzaamheid druipt er vanaf. Mooie vijfde plaats.

Jury: Ziggy Klazes, Ben de Graaf (Ben Tekstschrijver), Wouter van Ewijk 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Beroepsgeheim in een protocollentijdperk

In de zorg zijn de professionals actoren van een protocollaire praxis geworden. Onder invloed van een misinterpretatie van de betekenis van wetenschappelijk onderzoek voor de klinische praktijk, met een veel te sterk en zelfs kwalijk accent op big data, werd de klinische expertise, de door jarenlange ervaring gevormde intuÔtie gedegradeerd tot een derderangs... Meer

Reageer |  reacties

De grenzen van het beroepsgeheim

Stel je nou maar eens voor dat het jouw zoon, dochter, neef, nicht, oom, tante, vader of moeder betreft. Doorgaans een adequate en goede reden om elk gebod m.b.t. het beroepsgeheim te omzeilen. Zo dacht ik er ongeveer 10 jaar geleden over. En zo denk er nog steeds over. Kan ik wat ik gedaan heb voor een rechter verantwoorden? Die vraag stel ik mijzelf als ik... Meer

Reageer |  reacties

Versterk het beroepsgeheim

Het is begrijpelijk, en in ons aller belang, dat hulpverleners hun mond houden als zij privacygevoelige informatie van hun cliŽnten of patiŽnten ontvangen. Het gaat om informatie die zij hebben verkregen in vertrouwen. Waarbij de aangever er vanuit gaat dat het binnenskamers blijft. Wie de wetgeving kent en de in het verlengde daarvan door beroepsgroepen van... Meer

Reageer |  reacties