De slechtste chirurg van Nederland

6 december 2018

Wat een nachtmerrie. Je staat levensgroot op de voorpagina van de New York Times als de slechtste hartchirurg van de stad. Het overkwam dokter Richard Dal Col, een hardwerkende collega met, althans tot op die bewuste dag, een prima reputatie. Zo’n dokter die gewoon probeerde al zijn patiŽnten te helpen: of ze nou rijk waren, arm, fit of juist doodziek. All comers. En inderdaad, Dal Col was niet picky en behandelde veel hele moeilijke ‘gevallen’. En dan gaat het wel eens mis. De chirurg die in de krant als beste was komen bovendrijven, had daarentegen alleen de fitste en dus laag-risico patiŽnten geopereerd. Immers, de beste resultaten in de chirurgie worden behaald bij mensen die de operatie nauwelijks (of helemaal niet!) nodig hebben.

Onder het mom van transparantie in de zorg en onder druk van de Freedom of Information Act, wordt in staten als New York en Pennsylvania al jaren zo’n beetje elk detail geregistreerd en vervolgens openbaar gemaakt. Je kon wachten op een handige journalist die uit de op straat liggende databrei de sterftecijfers na hartoperaties wist te destilleren, voor iedere chirurg individueel. Hiermee werden de inmiddels beruchte New York Times Death-Rate Rankings opgesteld. Al waren de verschillen klein, eentje moet er de slechtste zijn. Want dŠt verkoopt kranten, het Amerikaanse publiek smulde ervan. Arme dok Dal Col, zijn carriŤre was naar de knoppen en alle chirurgen werden bang. Niemand die daar nu nog een acuut zieke of fragiele hartpatiŽnt durft aan te raken, not with a ten-foot pole! De allerzieksten zijn nu aangewezen op New Jersey of vliegen meteen door naar de Cleveland Clinic , plaatsen waar het aantal verwijzingen uit New York exponentieel is toegenomen. En, inderdaad, alleen maar de probleemgevallen. Natuurlijk waren de bedoelingen achter de registratie nobel: de kwaliteit van de zorg moest verbeterd en het publiek kon zo een gewogen keuze maken. Ook een beetje marktwerking dus. Maar het is volledig doorgeschoten en uiteindelijk grotendeels contraproductief gebleken.

En wij? Terwijl we blijven lachen om die domme Amerikanen met hun onbenullige president lopen we nog steeds als kippen zonder kop achter ze aan. De helft van de ziekenhuizen In Nederland reguleert en registreert zichzelf een ongeluk om het felbegeerde Amerikaanse JCI-keurmerk (Joint Commission International) binnen te slepen. En iedereen weet dat het JCI zijn accreditatie-eisen baseert op het oer-Amerikaanse principe: pech bestaat niet en er is altijd someone to blame. Ook bij ons spendeert inmiddels iedere dokter minimaal een dag per week aan registratie, opgelegd door een overvloed aan instanties: de Inspectie (IGZ), de zorgverzekeraars, de patiŽntenverenigingen, de zorg accreditatie-organen (NIAZ, JCI), de Raad van Bestuur, maar ook onze eigen beroepsverenigingen (door onszelf dus!).

Het probleem is behalve interpretatie en publicatie van de verkregen gegevens vooral ook de tijd en ergernis die het kost om alles te verzamelen en in te voeren, een last die zoals gezegd in Nederland voornamelijk bij de arts ligt. En zeg nou zelf, u wordt toch ook liever geopereerd door een blije chirurg die tussen de operaties door met het team een kopje koffie heeft gedronken dan door een dossierslaaf die gehaast de operatiekamer komt binnenstormen nadat alle details van de eerste operatie op vijf plaatsen zijn ingeklopt? Registratieplicht houdt handen van het bed, daarover geen discussie.

En dan? Dan heb je die data. Wat gebeurt er dan mee? Het New Yorkse voorbeeld heeft geleid tot een gedwongen exodus van de meest kwetsbare hartpatiŽnten, en de Cleveland Clinic vaart er wel bij. Zoveel is zeker. Maar is dat de beoogde kwaliteit van zorg? En hoe is het met onze sympathieke dokter Dal Col afgelopen? Naar verluidt heeft hij een nieuwe baan gevonden: inderdaad, in New Jersey! Blijft de vraag: wie is de slechtste chirurg van Nederland? Naar goed Amerikaans voorbeeld gaan we dat binnenkort lezen op de voorpagina van AD of Elzevier. Smullen! 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Als e-health meerwaarde
heeft, zijn we er als eerste bij

Iemand die zelf verslaafd is geweest, is eigenlijk de enige die een verslaafde begrijpt', zegt Dick Trubendorffer. Hij was zelf verslaafd aan alcohol, partydrugs, werken en seks. Na een mislukte behandeling in Nederland herstelde hij in Amerika. In Nederland zette hij daarna Trubendorffer ĎHulp bij Verslaving' op. De zorg is ambulant, E-health en beeldtelefo... Meer

Van bajes naar zorginstelling,
van cipier naar groepsleider

ĎEens kijken of het me lukt', dacht hoofd behandeling Peter van der Sanden, toen hij in 2011 in jeugdzorginstelling Almata in Ossendrecht ging werken. De Ďbajes voor jongeren' moest worden omgevormd van een justitiŽle instelling naar een gesloten jeugdzorginstelling. Cipiers werden groepsleiders. Het lukte. Met Van der Sanden als grote inspirator. Juni 2019 ... Meer

Waarom e-health tůch succesvol wordt

Ik kan me goed voorstellen dat gelouterde zorgbestuurders als Wouter van Ewijk niet geloven in e-health (Discura, 25 januari jl.). Je gaat doorgaans niet naar de dokter voor je plezier. Je vermoedt iets ernstigs in je unieke lijf. En wilt daarbij de arts wel in de ogen kijken. Je wilt geziťn worden. Je zoekt, wellicht impliciet, de vertrouwensband. En dat is... Meer

Reageer |  reacties