Kwaliteit kost geld, ook in de zorg!

11 september 2013

Er bestaat een hardnekkig geloof dat verbeteren van de kwaliteit van zorg gratis is en misschien zelfs geld oplevert. Kwaliteit, waar dan ook, kost geld en in de zorg is dat echt niet anders. De vereenvoudigde redenering is echter deze: betere kwaliteit zorgt voor minder complicaties en dus minder kosten en kortere opnameduur dus meer plaats om de beschikbare capaciteit te benutten en dus hogere inkomsten. Hogere inkomsten kunnen dan worden benut voor verbeteren van de kwaliteit van zorg. Bijna alles aan deze cirkelredenering is fout.

Verbeteren van kwaliteit heeft soms niets te maken met opnameduur of complicaties. Wanneer er geen wachttijden zijn, omdat de logistiek op de poli is verbeterd, zal dat niet leiden tot onmiddellijke winsttoename, om maar een voorbeeld te noemen. Het leidt wel tot hogere tevredenheid van de patiŽnt.

Kortere ligduur hoeft overigens ook niet te leiden tot een nieuwe opname wanneer er sprake is van overschrijden van afgesproken volumina met de verzekeraar en tot slot leidt een nieuwe patiŽnt zeker niet vanzelfsprekend tot meer winst maar zeker tot meer kosten.

En toch zal en moet de kwaliteit van zorg constant verbeteren. Hoe dan? Door kwaliteitsverbetering te koppelen aan verbeterde bedrijfsvoering. Dat klinkt eenvoudiger dan het is, al was het alleen omdat kwaliteit meestal een aandachtsgebied is van de professionals terwijl bedrijfsvoering ten onrechte wordt geclaimd door managers.

Misa Džoljić, anesthesioloog en CEO Nyenrode Business University. 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Geen personalised medicine zonder personomics

Het is de nieuwe heilige graal: personalised medicine. De leek die erover hoort, denkt al snel dat het walhalla binnen handbereik is. Nog even, en de dokter kan een behandeling geven die helemaal op jouzelf is toegesneden. Zou het?

Big data Het heet natuurlijk niet voor niets personalised medicine, en niet gepersonaliseerde zorg; al is de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra NFU niet zo stellig in dit onderscheid. De toelichting op dit begrip begint de NFU met de zinnen: ĎPrecies de juiste zorg voor elke individuele patiŽnt, met een minimum aan bijwerkingen, tegen minimale kosten, zo dicht mogelijk bij huis. (...) Daarvoor is een revolutie nodig, zowel in kennisverwerving als in de organisatie van de zorg.í
Meer

Reageer |  reacties

Staat de patiŽnt wel centraal?

Enige tijd geleden sprak ik een vrijgevestigd klinisch psychologe over haar ervaringen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Zij vertelde over een depressieve patiŽnte die zij wilde verwijzen naar de crisisdienst van de regionale GGZ-instelling. Zij vertelde dat zij deze patiŽnte niet kon/mocht doorverwijzen, dat de huisarts dat moest doen, maar dat die op vakantie was en zijn waarnemer de patiŽnte eerst wilde zien voordat hij zou kunnen doorverwijzen, dat deze waarnemer deze patiŽnte niet wilde doorverwijzen, omdat hij het met de diagnose niet eens was, dat de psychologe de patiŽnte toen presenteerde aan een bevriende psychiater, die patiŽnte vervolgens terstond verwees naar de crisisdienst, die de patiŽnte tijdelijk in behandeling nam, en om het af te sluiten niet met de klinisch psychologe, de behandelaar overlegde maar met de bevriende psychiater, die de patiŽnte na ťťn gesprek had doorverwezen, en haar nauwelijks kende.
Meer

Reageer |  reacties

Millennials missen een ontwikkeld backoffice

De Facebookgeneratie ofwel de millennials (geboren tussen 1980 en 2000) overbevolken onze GGZ. In tien jaar tijds nam bij deze generatie het slikken van antidepressiva met 40% toe. 72.000 zitten er vanwege arbeidsongeschiktheid thuis; in grote meerderheid gaat het om psychische themaís. In de GGZ trakteren wij ze op een etikettenepidemie: dyslexie, ADHD, ADD, hoogbegaafdheid, PTSS, autisme, Asperger, NLD, dyscalculie, borderline.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten