Vertel eens iets over jezelf

15 augustus 2013

In zijn boek ´Saving Normal´ beschrijft Allen Frances hoe belangrijk DSM-III was voor de psychiatrie. In de jaren zeventig – de jaren van Laing en Cooper, en in Nederland de tijd van Jan Foudraine – werd de zwakte van de psychiatrische diagnostiek op allerlei manieren genadeloos bloot gelegd. Ik herinner me het artikel waarin Britse en Amerikaanse psychiaters de zelfde videoband kregen voorgeschoteld, maar tot hele andere conclusies kwamen voor wat betreft de diagnose. Ik citeerde het in die tijd met enig leedvermaak.

Als je het artikel uit had kon je namelijk niets anders dan concluderen dat Schizofrenie in de Verenigde Staten een heel andere ziekte was dan Schizofrenie in Groot Brittannië. Het droeg bij aan het idee dat geïnstitutionaliseerde geneeskunde op basis van dergelijke willekeurige diagnoses mensen eerder ziek maakt dan beter: Medical Nemesis. Het boek werd geschreven door de cultuurfilosoof Ivan Illich en blijft eigenlijk altijd actueel.

Nog erger was het verschijnen van een onderzoek waarbij fakepatiënten naar verschillende afdelingen van ziekenhuizen gingen en daar vertelden ze dat ze stemmen hoorden. Ze werden allemaal stuk voor stuk opgenomen, hoewel ze zich verder helemaal normaal gedroegen. Nog rampzaliger: ze bleven ook een maand of nog langer opgenomen. Zie er maar weer uit te komen…

De reputatie van psychiaters was in het geding. Ze deden maar wat. Om de psychiatrie te redden moest er gezorgd worden voor een serieuzer imago. Het moest wetenschappelijker worden. En dat gebeurde via de DSM-III, waar keurig een staalkaart van de psychiatrie in diagnoses uit voortkwam, met daarbij de criteria voor het stellen van de diagnose. In toenemende mate zochten psychiaters ook naar een biologische basis voor de diagnose, om het zo nog wat wetenschappelijker te maken. Er volgden nog twee verfijningsronden van de DSM (de DSMIII-R en de DSM-IV) en van die laatste was Allen Frances zelf voorzitter. Voor hem was de DSM5 met de uitbreiding van mogelijke diagnoses niet noodzakelijk. Nee, in tegendeel, het leidt slechts tot diagnostische inflatie. We moeten volgens Frances ´terug naar normaal´.

De psychiatrie heeft zich ook wel op een vreemde manier laten gijzelen door de aanhangers van een biologische basis voor ons geestelijk welzijn. Om te beginnen is een onderzoek waarbij je met één enkele variabele mag werken (het serotoninegehalte bijvoorbeeld of met één medicijn dat je geeft) heel wat gemakkelijker dan een onderzoek waarbij je naar omgevingsfactoren kijkt. Daarbij is het ook nog eens onmogelijk om andere gedrags- en omgevingsfactoren voor langere tijd uit te sluiten. Bovendien worden de biologische artikelen gemakkelijker in medische vakbladen gepubliceerd en zal je je heil voor publicatie van onderzoek naar gedrag en omgeving moeten zoeken in gedragswetenschappelijke tijdschriften. Het lastige is dat als ze daarin worden geplaatst, ze vaak niet onder ogen komen van de hardliners van de biopsychiatrie. Tenslotte is er nog de belangstelling van producenten van medicijnen voor biologische interventies om deze te sponsoren, waardoor er ook nog eens veel meer onderzoek mogelijk is. De database met wetenschappelijke artikelen die we als evidence beschouwen voor ons evidence-based handelen in de zorg helt daardoor sterk over naar één kant.

Wat we allemaal echter zonder nadenken zullen bevestigen is dat de manier waarop de mens zich ontwikkelt bepaald wordt door de interactie tussen aanleg en omgevingsfactoren. Waarom is het onderzoek naar die interactie in ons lichaam en hoe onze biologie in evenwicht blijft met die omgeving zo slecht ontwikkeld? De Franse fysioloog Claude Bernard schreef al in de 19de eeuw over dit ´milieu interne´, maar het blijft natuurlijk allemaal erg complex en daardoor weinig aantrekkelijk voor onderzoekers. Misschien is het werk van Antonio Damasio op dat gebied nog wel het interessantst, maar ik vrees dat hij door de biologische school in de psychiatrie al snel ingedeeld wordt in het kamp van de zachte wetenschappers – psychologen en sociologen. De psychiaters moeten terug naar het ´normaal´ van DSM-IV.

De belangrijkste vraag die we ons steeds moeten stellen is waarschijnlijk: hoe is het individu dat tegenover me zit in de spreekkamer met zijn of haar aanleg door tientallen jaren te leven in deze omgeving geworden zoals hij daar nu zit? Dat leidt vanzelfsprekend tot de belangrijkste vraag in de psychiatrie. Dat is niet “wat zijn je klachten?”, maar de vraag die teruggaat naar de tijd voor de DSM-III: “Vertel eens iets over jezelf. Wie ben je? Wat is je verhaal?” 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Geef mij tijd

Het is september en de vrijwilligers van het Koningin Wilhelmina Fonds voor de kankerbestrijding (KWF) komen langs met de collectebus. Het kan niemand ontgaan zijn. Radio- en televisiespotjes dringen zich aan je op. En waar je maar kijkt maken spandoeken en affiches ons erop attent. GEEF MIJ TIJD. Daarbij wordt meestal ook een portret getoond van iemand met kanker. Ik had zelf ook op zo’n foto gekund, maar ik heb nu al vijftien jaar die op hol geslagen cellen en vind eigenlijk dat me sinds de diagnose al verrassend veel tijd is gegund. Daar klaag ik dus niet over. Langzaam aan beweeg ik me naar het moment dat de kanker me de baas is, maar zo ver is het nog niet. Wel heeft de behandeling van de kanker mijn leven danig ontwricht. Niet alleen dat van mij. Mijn vrouw moest op haar vijftigste ook wennen aan een heel andere man in huis. Elke keer dat ik langs een KWF affiche kom denk ik: GEEF MIJ KWALITEITTIJD.
Meer

Reageer |  reacties

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ‘Veiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteiten’ dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om – in het geval van een ernstig incident of calamiteit – een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suïcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten