Transitie is pas mogelijk als we buiten de vertrouwde paden treden

18 december 2014

Transitie betekent de weg inslaan naar nieuwe zorg, niet van voorschrijven maar van communicatie en onderhandeling.

Echte transitie in de zorg komt er pas als we de mechanismen begrijpen die ons psychiatrisch klinisch denken vormen en aansturen. Hoe worden we geÔnformeerd over nieuwe ontwikkelingen, wie zijn de poortwachters van de wetenschappelijke waarde ervan en hoe wordt zo ons werk beÔnvloed?

Een onderzoek naar de invloed van berichtgeving over wetenschappelijke medische informatie op de interactie tussen arts en patiŽnt wordt in een aankondiging van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde als volgt beschreven; “Een wetenschapper doet onderzoek bij een paar muizen, de journalist schrijft er een artikel over en spreekt van een doorbraak, maar vergeet de muizen te noemen. De patiŽnt leest het verhaal, denkt: die wonderpil wil ik ook, en zit de volgende dag met de krant in de hand bij de dokter. Die meewarig het hoofd schudt.” 

Simplisme: Een gemakzuchtige journalist en een domme patiŽnt die onmiddellijk naar de dokter rent. Dat is volgens artsen het probleem. De onderzoeker treft geen blaam want die doet alleen maar onderzoek en de arts is de pineut want die kan alles weer oplossen. In informatie en communicatie is echter nooit neutraal en een basisvaardigheid van de arts is te begrijpen hoe het gebeurt en dat hij er zelf onderdeel van is. 

De wetenschap wordt voor een belangrijk deel gestuurd door belangen van producenten van producten en ideeŽn die in de zorg worden gebruikt, door de belangen van universiteiten die voortdurend geld nodig hebben voor nieuw onderzoek om de werknemers aan het werk te houden, door de belangen van verzekeraars en overheden die goedkopere efficiŽnte middelen in de zorg nodig hebben. Daar begint al het manipuleren van onderzoeksvraag en -methodologie zodat er uitkomsten uit zullen komen waarmee iets kan worden bereikt en meningen beÔnvloed kunnen worden. 

Transitie naar een nieuwe zorg is alleen mogelijk als we leren dat te doorzien. 

Over de media heb ik het niet, want dat is een apart verhaal, maar wat wil de patiŽnt? Die wil graag beter worden en moet in de ideeŽn van beleidsmakers meer participeren, maar uit de tekst in het NTVG zie ik dat, als hij een vraag stelt, lastig is. Die arts denkt dat de patiŽnt om een wonderpil komt, want dat denken artsen nu eenmaal als mensen die niet gestudeerd hebben zelf met een suggestie aankomen. 

En wat moet die arts dan wel oplossen als een patiŽnt met een vraag komt? Dat hij er zelf ook maar weinig vanaf weet. Nieuw onderzoek is per definitie nieuw. De tweeregelige conclusie in de samenvatting van het tijdschrift waar de arts eigenlijk al geen tijd voor heeft is nog wel begrijpelijk. Die is echter te vaak zo geformuleerd dat je wel moet denken dat er sprake is van nieuwe mogelijkheden. Het is te hopen dat de redactie er een goed editorial over heeft geschreven, zodat je het kunt plaatsen en er voorzichtig een mening over kunt vormen. Nee, het lastigste van die vraag van de patiŽnt is dat je teruggeworpen wordt op het gebrek aan informatie dat er bij nieuwe onderzoeken nu eenmaal is. Er zal pas een transitie komen als we de vragen van de patiŽnt niet als bedreiging zien, maar als mogelijkheid voor communicatie en dat je op rare ouderwetse manieren – zoals een gesprek, een advies om dagelijks te wandelen zonder in de eerste plaats te denken aan farmacologische oplossingen – misschien ook nog heel goed je werk kunt doen. De transitie zal moeten beginnen met bescheidenheid. 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Als e-health meerwaarde
heeft, zijn we er als eerste bij

Iemand die zelf verslaafd is geweest, is eigenlijk de enige die een verslaafde begrijpt', zegt Dick Trubendorffer. Hij was zelf verslaafd aan alcohol, partydrugs, werken en seks. Na een mislukte behandeling in Nederland herstelde hij in Amerika. In Nederland zette hij daarna Trubendorffer ĎHulp bij Verslaving' op. De zorg is ambulant, E-health en beeldtelefo... Meer

Van bajes naar zorginstelling,
van cipier naar groepsleider

ĎEens kijken of het me lukt', dacht hoofd behandeling Peter van der Sanden, toen hij in 2011 in jeugdzorginstelling Almata in Ossendrecht ging werken. De Ďbajes voor jongeren' moest worden omgevormd van een justitiŽle instelling naar een gesloten jeugdzorginstelling. Cipiers werden groepsleiders. Het lukte. Met Van der Sanden als grote inspirator. Juni 2019 ... Meer

Waarom e-health tůch succesvol wordt

Ik kan me goed voorstellen dat gelouterde zorgbestuurders als Wouter van Ewijk niet geloven in e-health (Discura, 25 januari jl.). Je gaat doorgaans niet naar de dokter voor je plezier. Je vermoedt iets ernstigs in je unieke lijf. En wilt daarbij de arts wel in de ogen kijken. Je wilt geziťn worden. Je zoekt, wellicht impliciet, de vertrouwensband. En dat is... Meer

Reageer |  reacties