Shared Decision Making

22 juni 2017

“Als een arts tijdens een moeilijk gesprek ineens een hoop ongevraagde informatie gaat geven weet je dat hij probeert om emoties te ontvluchten,” hoorde ik eens iemand op een bijeenkomst zeggen. Ik herkende het onmiddellijk. Het is een poging om door zelf aan het woord te blijven en in biomedische termen te spreken de bezorgdheid en de angst van de patiŽnt te laten verdwijnen. De arts probeert op zo’n manier het gesprek op zijn voorwaarden en in zijn taal te voeren, maar daarmee maakt hij de patiŽnt monddood. Slechte communicatie. Eerst goed luisteren naar die emoties.

Gezamenlijke besluitvorming, of in het Engels Shared Decision Making, is noodzakelijk bij situaties in de zorg waar het om behandelingen gaat met grote impact op de kwaliteit van leven. Voor de snotneus en jeuk aan het oor is dat niet nodig, maar bij langdurig gebruik van medicijnen die voor- en nadelen hebben zoals bij chronische aandoeningen wel. En ook bij vragen rond leven en dood zal je samen tot de juiste route moeten komen. Bij behandelingen die het leven misschien verlengen, maar de kwaliteit van leven verminderen is het ondenkbaar dat de arts het alleen bepaalt.

Ik hoef de uitzonderingen die een basisschoolleerling op het belang van behoorlijke gezamenlijke besluitvorming kan bedenken niet te horen. Het is te flauw om daarmee aan te komen. Als de patiŽnt op de IC ligt valt er niets te overleggen en als de patiŽnt niet meer helder is zijn de mogelijkheden ook zeer gering. Maar het gaat om de anderen, de mensen die wilsbekwaam zijn en over hun eigen lichaam en hun eigen toekomst moeten beslissen.

Het verrast mij dat een basisprincipe dat gebaseerd is op het recht van de patiŽnt om behoorlijk te weten en te begrijpen wat er gaat gebeuren bij een aantal artsen in toenemende mate impopulair lijkt te zijn geworden. Het werd een jaar of twintig geleden internationaal geÔntroduceerd en kenmerkt zich door respect van de arts voor de mensen die van zijn hulp afhankelijk zijn.

De column van Esther van Fenema in Medisch Contact van 9 november 2016 deed mijn mond open vallen. Hoe kun je er bezwaar hebben tegen het idee dat de patiŽnt meebeslist? Haar woorden: “De piloot in een vliegtuig maakt ook niet eerst een rondje door de cabine om te inventariseren wat de wensen van de passagiers zijn, om uiteindelijk tot een gemeenschappelijk besluit te komen over route en kruissnelheid!” illustreren precies wat eraan de hand is. Een arts is namelijk geen piloot.

Nou ja, dacht ik, als columnist moet je wel eens iets wilds en opvallends schrijven om aandacht te krijgen. Het is een incident. Maar toen ik onlangs op de Nederlandse Internisten dagen iets kwam vertellen over mijn ervaringen als patiŽnt in de zorg schrok ik van het aantal jonge artsen dat zich met enige boosheid tegen het idee van Shared Decision Making verzet. “Door een stel psychologen bedacht,” hoorde ik iemand mopperen. De argumenten varieerden van ‘patiŽnten begrijpen dat toch niet’ en ‘ze kunnen door de emoties niet helder denken’ tot ‘het kost teveel tijd’ en ‘er kan maar een aan het roer staan’. De eerste twee argumenten vallen in de categorie onderschatting van de patiŽnt. Het laatste zegt veel over hoe groot het ego van de arts is.

Mijn favoriete voorbeeld van een goede arts was de bestralingsarts die nadat mijn urologen maanden lang nooit iets zeiden over invloed van de behandeling van mijn prostaatkanker op de seksualiteit daar zo maar zelf over begon: “U heeft nog een jonge vrouw, u moet het wel blijven doen. Als het niet lukt dan kijkt u maar een vies filmpje”. Er volgde een geanimeerd gesprek over wat mijn vrouw en ik belangrijk in ons leven vonden. Later toen ik daar iets over had geschreven vertelde hij me dat zijn collega’s het gelezen hadden en die vonden dat hij over rare dingen met de patiŽnten sprak.

Communiceren hoort volgens mij tot de belangrijkste competenties waarop een arts getoetst moet worden. Als hij het niet kan, moet hij het vooral niet aan de patiŽnt verwijten dat het niet zo goed lukt. En volgens mij moet Esther van Fenema gewoon eens kiezen: is ze nu een arts of wil ze piloot worden.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Staat de patiŽnt wel centraal?

Enige tijd geleden sprak ik een vrijgevestigd klinisch psychologe over haar ervaringen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Zij vertelde over een depressieve patiŽnte die zij wilde verwijzen naar de crisisdienst van de regionale GGZ-instelling. Zij vertelde dat zij deze patiŽnte niet kon/mocht doorverwijzen, dat de huisarts dat moest doen, maar dat die op vakantie was en zijn waarnemer de patiŽnte eerst wilde zien voordat hij zou kunnen doorverwijzen, dat deze waarnemer deze patiŽnte niet wilde doorverwijzen, omdat hij het met de diagnose niet eens was, dat de psychologe de patiŽnte toen presenteerde aan een bevriende psychiater, die patiŽnte vervolgens terstond verwees naar de crisisdienst, die de patiŽnte tijdelijk in behandeling nam, en om het af te sluiten niet met de klinisch psychologe, de behandelaar overlegde maar met de bevriende psychiater, die de patiŽnte na ťťn gesprek had doorverwezen, en haar nauwelijks kende.
Meer

Reageer |  reacties

Millennials missen een ontwikkeld backoffice

De Facebookgeneratie ofwel de millennials (geboren tussen 1980 en 2000) overbevolken onze GGZ. In tien jaar tijds nam bij deze generatie het slikken van antidepressiva met 40% toe. 72.000 zitten er vanwege arbeidsongeschiktheid thuis; in grote meerderheid gaat het om psychische themaís. In de GGZ trakteren wij ze op een etikettenepidemie: dyslexie, ADHD, ADD, hoogbegaafdheid, PTSS, autisme, Asperger, NLD, dyscalculie, borderline.
Meer

Reageer |  reacties

Voorkůmen is beter dan genezen

Denkt u eens na over het volgende rijtje: een jurist, een kantoorbeambte cq boekhouder, een rechtsgeleerde, een leraar, een voormalig metaalarbeider en vakbondsbestuurder, een arts, een jurist, een scheikundige, een voormalig secretaresse, een politicoloog en jurist, een TV-producer, een arts, een econoom, een historicus annex internationale betrekkingen-expert, een socioloog en een politicoloog. Weet u al waar ik op doel? Dat is de achtergrond van de ministers die de afgelopen 40 jaren Volksgezondheid in hun portefeuille hebben gehad.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten