Past Koro in onze vlinderverzameling?

8 mei 2013

In 1967 had in Singapore een ernstige epidemie van Koro plaats. Het hield met name huis onder mannen van middelbare leeftijd met een Chinese achtergrond. Voor het geval u niet bekend bent met deze aandoening, die vooral in MaleisiŽ en Zuid China voor komt, geef ik maar even een korte beschrijving. Iemand met Koro vreest het krimpen van de geslachtsdelen en is bang dat de genitaliŽn zich geheel in het lichaam zullen terugtrekken. Het gaat gepaard met paniekaanvallen. Omdat wetenschappers orde zochten in de chaos van syndromen hebben ze er een naam in hun eigen taal aan gegeven (Genitaal Retractiesyndroom) en gebruiken daar dan weer de afkorting voor (GRS). Alsof GRS duidelijker is dan Koro. De epidemie in Singapore nam weer net zo geheimzinnig af als hij was opgekomen. Gelukkig maar. Je zou niet meer durven slapen uit vrees dat je de volgende ochtend niets meer in je onderbroek terug vindt. Door het lokale karakter van Koro beschouwt men het als een cultuurgebonden syndroom, zoals ook Susto, Latah en Piblotoq van die cultuurgebonden syndromen zijn.

In 1983 was ik een paar keer aanwezig bij een Tovil in Sri Lanka omdat ik daar mijn proefschriftonderzoek deed naar de in vloed van modernisering op traditionele geneessystemen. In het gebied waar ik werkte probeerde ik zo goed mogelijk alle zorgmogelijkheden in kaart te brengen en te beschrijven wie naar welke genezer gaat, onder welke omstandigheden, met welke verwachtingen en hoe de behandeling van de geconsulteerde genezer aansloot op de culturele kaders van hun patiŽnten. Zoīn Tovil werd bijgewoond door alle bewoners van het dorp. De sessie die een dag en een nacht duurde kwam neer op een publieke en theatrale verbeelding van de klacht en alles wat daarmee te maken had. In eigen taal, met eigen symbolen, eigen interpretaties wordt uiting gegeven aan wat iemand dwars zit. Door er woorden aan te verbinden slagen de patiŽnten erin hun problemen te herinterpreteren (van nieuwe woorden te voorzien) en zo zijn ze vaak weer voor een jaar of tien van hun klachten af.

Nancy Waxler onderzocht de traditionele aanpak van psychiatrische aandoeningen in Sri Lanka en vergeleek die met de moderne aanpak. Daarbij worden de klachten van mensen geÔndividualiseerd waardoor ze uit de context gehaald worden van de wereld waarin ze zich manifesteren. De klachten worden benoemd in termen die niet aansluiten bij lokale begrippenkaders, waardoor nog meer vervreemding optreedt. En als de behandeling niets oplevert culmineert dat zelfs in opname in een psychiatrisch ziekenhuis, waarmee de isolatie uit de eigen gemeenschap volledig is geworden. Misschien is een groepstherapiesessie waarbij termen gebruikt worden die de mensen kennen en die passen bij hun verwachtingen daarom wel te verkiezen.

De Amerikaanse psychiater Arthur Kleinman die onderzoek deed naar depressie bij Chinese patiŽnten in Taiwan kwam met een aansprekende term om de eigen manier van het uitdrukking geven aan de geestelijke problemen van een naam te voorzien: Idioms of distress.

Ik heb een antropologische achtergrond, geen psychiatrische. Daarom hou ik me niet bezig met de nog al filosofische vraag of het alleen maar om een andere naam voor een zelfde biologische conditie gaat of dat het echt iets anders is. Woorden zijn dragers van betekenis, vormen daarom mee aan de ervaringen van mensen en daarom is Koro misschien iets dat in Zuid China gezien wordt en adhd op scholen in Westerse landen.

Waar het wel om gaat? Hoe we zo arrogant hebben kunnen zijn om te geloven dat we ťťn taal voor iedereen op de hele wereld kunnen gebruiken? Hoe kunnen we zo stom zijn ervan uit te gaan dat mensen die niet in Noord Amerika of Europa wonen een cultuur hebben en wij, de door de verlichting aangeraakte rationale moderne wereldbewoners, de wetenschap hebben? Het samenstellen van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders lijkt mij het voorlopig hoogtepunt van deze kolonisering van de geest. Ik waardeer de professionele ijver om zo hard te werken aan ons gereedschap en om alles te categoriseren, maar vanuit de medische antropologie gezien is de DSM (en het nummer is onbelangrijk) net zoiets als de dikke boeken die de Ayurvedische artsen eeuwen geleden maakten – de Sushruta en de Samhita – waarin alle aandoeningen werden opgesomd, waaronder bijvoorbeeld de 21 aandoeningen van het mannelijk zaad. Soms verlang ik naar wat meer antropologische competenties en wat minder boekhoudkundige, wat meer proberen te begrijpen van de verwarring waarmee mensen zitten en hun īidiom of distressī en wat minder pogingen om degene die onze deur binnenkomt een plaats te geven in onze vlinderverzameling. 
 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ĎVeiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteitení dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om Ė in het geval van een ernstig incident of calamiteit Ė een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suÔcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

FACT-werk en specialistische zorg in ťťn team

ĎBinnen GGZ Noord-Holland-Noord hebben we drie programmaís geschreven die de komende drie jaar hun beslag moeten krijgení, vertelt Marijke van Putten, lid van de raad van bestuur. ĎVoorheen werkten we via twee sporen: de FACT-teams en diagnostisch gerichte specialistische teams. Deze voegen we samen tot geÔntegreerde teams die wijk- en herstelgericht zijn. Teams met ervaringsdeskundigen en IPS-medewerkers die mensen begeleiden naar werk, maar ook met specialistische behandelkennis.í
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten