Moet je voor het meedenken over transitie gepromoveerd zijn?

20 augustus 2015

Aan mij moet je niet vragen of het zinvol is om te promoveren. Als je een academische carriŤre voor ogen hebt moet je het doen, maar in de rest van de wereld begrijpt men nauwelijks het verschil tussen een Masters en een PhD. Aangenomen word je bij een sollicitatie op wat je in je leven al gedaan hebt en op basis van hoe vertrouwd je achternaam is. 

Pas – tijdens een familie-etentje – kreeg ik de vraag weer eens voorgelegd en ik zei: “Kijk rond naar wie er aan tafel zitten en vertel me op wie je over tien jaar wilt lijken. En ga dan een plan uitwerken hoe je dat moet verwezenlijken. Is daar een dissertatie voor nodig, dan ga je daaraan werken.” 

Zelf weet ik nog steeds niet of ik er goed aan heb gedaan te promoveren. De wet van de cognitieve dissonantie laat me denken dat het een goede keuze was, want met slechte beslissingen valt moeilijk te leven. Ik heb het voorrecht gehad me grondig met onderzoek bezig te houden en mede daardoor werd ik hoogleraar. Had ik echter iemand gehad die me tijdens een etentje had gevraagd rond te kijken wie ik wilde zijn, dan had ik het waarschijnlijk nooit besloten. Ik wilde gezondheidsactivist zijn en de geneeskunde veranderen en wilde daarom wat men in de geneeskunde geheim wilde houden delen met de mensen die afhankelijk zijn van die geneeskunde. 

Laat ik echter wat ik erdoor leerde niet bagatelliseren. Ik wilde in de hoofden van patiŽnten kunnen kijken en begrijpen waarom zij denken hoe ze denken en doen wat ze doen. Waarom willen ze in iemand met charisma maar weinig kennis geloven en wat is de reden dat ze er juist voor kiezen zo snel mogelijk naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis te gaan? Mijn proefschrift gaat over hoe modernisering in een traditionele samenleving (Sri Lanka) het hulpzoekgedrag van de gebruikers van de zorg verandert. Naast de geesten van de voorouders zijn er antibiotica gekomen. Behalve vervloeking en het boze oog is er vaccinatie. Er moeten dus meer keuzen worden gemaakt.

Wat me nog meer fascineerde was hoe de zorgverleners zich aan het zoekgedrag van de patiŽnten aanpasten. In twee dorpen (ťťn vlakbij de hoofdstad Colombo en ťťn ver van de moderne wereld) deed ik geholpen door drie onderzoeksassistenten een jaar lang kwantitatief en kwalitatief onderzoek naar patiŽnten en alle hulpverleners (zowel moderne artsen als traditionele kruidengenezers en fractuurzetters) en bracht in kaart welke keuzes, bij welke verschijnselen en in welke volgorde mensen maakten. 

Bij kinderen, acute klachten en hoge koorts ging men meestal snel naar moderne voorzieningen, maar bij chronische aandoeningen was men geneigd meer te gaan shoppen. De ratio bij het kiezen werd ook niet bepaald door scherpe conceptuele scheidingen. Je kunt natuurlijk zowel het ziekenhuis bezoeken en daar een antibioticum voorgeschreven krijgen als een kruidenmiddel bij een traditionele arts halen om het slijm te verdunnen. Ach, en zowel voorouders als virussen hadden ze nooit gezien. Dus dat kon ook naast elkaar bestaan.

Artsen die adequaat ingingen op wat er bij patiŽnten leeft boerden beter, terwijl wie hardnekkig vasthield aan zijn gelijk of aan de oude tradities kreeg uiteindelijk geen patiŽnt meer over de vloer. Dat mag je ook verwachten als je vanuit een economisch perspectief naar zorggebruik kijkt. Maar als je in de geneeskunde zit is denken aan de markt net zo moeilijk als voor veel dorpelingen in Sri Lanka denken vanuit een virus.

Ik ontdekte veel meer, maar laat ik het hier houden bij de conclusie dat ik dankzij mijn dissertatie in staat ben om op verantwoorde wijze mee te denken over marktwerking in zorg, zorgkeuzen van patiŽnten en hoe je de werkelijkheid daarvan het beste beschrijft. Wat me tegelijkertijd verbijstert is dat zoveel wetenschappers en beleidsmakers ongehinderd door al te veel kennis menen dat ze recepten kunnen uitschrijven voor de transitie in de zorg die zij denken dat nodig is, voorschriften waarbij de beslissingen van de gebruikers nauwelijks een rol spelen. Wie de zorg wil veranderen hoeft zelf dus blijkbaar niet te promoveren. 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Geef mij tijd

Het is september en de vrijwilligers van het Koningin Wilhelmina Fonds voor de kankerbestrijding (KWF) komen langs met de collectebus. Het kan niemand ontgaan zijn. Radio- en televisiespotjes dringen zich aan je op. En waar je maar kijkt maken spandoeken en affiches ons erop attent. GEEF MIJ TIJD. Daarbij wordt meestal ook een portret getoond van iemand met kanker. Ik had zelf ook op zoín foto gekund, maar ik heb nu al vijftien jaar die op hol geslagen cellen en vind eigenlijk dat me sinds de diagnose al verrassend veel tijd is gegund. Daar klaag ik dus niet over. Langzaam aan beweeg ik me naar het moment dat de kanker me de baas is, maar zo ver is het nog niet. Wel heeft de behandeling van de kanker mijn leven danig ontwricht. Niet alleen dat van mij. Mijn vrouw moest op haar vijftigste ook wennen aan een heel andere man in huis. Elke keer dat ik langs een KWF affiche kom denk ik: GEEF MIJ KWALITEITTIJD.
Meer

Reageer |  reacties

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ĎVeiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteitení dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om Ė in het geval van een ernstig incident of calamiteit Ė een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suÔcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten