Medisch koeterwaals en DPP

30 april 2015

De basis voor macht is controle over de taal en dat geldt ook voor de zorg. Het is niet voor niets dat professionals een eigen taaltje hanteren waardoor het lijkt of je er als buitenstaander niets van begrijpt en het verstandiger is om beslissingen aan een deskundige over te laten. Spreek je de taal dan heb je toegang tot opdrachten, banen, besturen en je mag over beleid meepraten. 

Elk taalgebied heeft zelfs een eigen medisch woordenboek. In Engeland het woordenboek van Butterworth, Dorland en Stedman. In Duitsland dat van Thiele. De Fransen hebben de Dictionaire FranÁais de mťdecine et de biologie, de Spanjaarden de Diccionario termininologico de ciencias medicas en in Nederland hebben we het Geneeskundig Woordenboek van Pinkhof. Er is zelfs een woordenboek waarin uitsluitend medische afkortingen te vinden zijn met meer dan 13 duizend lemma’s. Zo gecompliceerd is het medisch koeterwaals, ook voor de insiders.

Taalwetenschappers hebben gewezen op de vele synoniemen in de medische terminologie en wijzen op een oude taalwet: Hoe meer woorden er voor een fenomeen zijn des te minder men ervan af weet. Het lijkt sterk op een geheimtaal en dat is deels ook zo, want verhullende termen zijn met name nuttig bij het maskeren van onzekerheden.

Daarom is onderwijs zo belangrijk voor de emancipatie van de patiŽnt. Gezondheidsanalfabeten leven gemiddeld 5 jaar korter dan gebruikers van de zorg die weten waar het in preventie en behandeling om gaat. Ze eigenen zich de woorden toe, en daarmee ook het medebeslissingsrecht. 

Logisch dat in de communicatie tussen patiŽnten en hun artsen het taalgebruik vaak genoemd wordt als ťťn van de belemmeringen. Zelfs de mondigste patiŽnten voelen dat hun arts de controle heeft over het medisch jargon. De paraprofessionalisering van gebruikers van de zorg kan echter tot grote hoogte voeren, zoals onlangs geÔllustreerd werd door een betoog van twee vrouwen met borstkanker die van de deskundigen uitleg in het NRC over borstkankerrisicoīs gehakt maakten. 

Het demonstreert een van de belangrijkste transities waar de zorg voor staat: echte gelijkwaardigheid van de gebruikers van de zorg. Die is zo fundamenteel dat de rol van de medisch deskundige op veel vlakken verandert. Het is niet voor niets dat artsen het lastig vinden wanneer patiŽnten een uitdraai van internet meenemen en zich ergeren aan mensen zonder diploma die een ‘professionele’ mening geven. Ook voor professionals blijkt het een hele stap om toe te geven dat je niet alles weet en het is een zwaktebod dan te doen of de patiŽnt dom is. 

Waarom is de nieuwe omgang met gebruikers van de zorg niet een veel belangrijker onderdeel van de medische opleiding van artsen? Zij zullen in toenemende mate moeten functioneren in een nieuwe kennisomgeving.

Het is niet zo dat er niets gebeurt op het gebied van interactie en communicatie tussen zorgverleners en zorggebruikers. In tegendeel, maar wat me verbijstert is dat ook daar weer het oude mechanisme de kop op steekt. We hebben het ineens over Doctor-Patient-Partnerships (DPP). Plotseling is die term er alsof we altijd al wisten waar het om ging. Deskundigen kunnen nu ook subsidies aanvragen om het te onderzoeken.

Omdat ik mijn hele werkzame leven geschreven heb over patiŽntenemancipatie en patiŽntenparticipatie, word ik ook nog al eens uitgenodigd op bijeenkomsten over dat DPP. Ik duizel dan van de vele presentaties over het onderwerp die helaas te vaak gaan over hoe je de patiŽnt iets duidelijk moet maken (want die begrijpt het niet). Dat is fout, want de transitie die nodig is moet gaan over de toegang tot informatie zonder controle over hoe het begrepen wordt. Dus in plaats van voorlichten de dialoog met de patiŽnt leren aangaan. 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Hoe fout is lastig?

Wat is mijn grootste fout? Mijn grootste fout gaat in meervoud. Zoals de keer dat ik een spiraalbed wilde doorzagen en een reeks tanden verloor. Of dat ik veel te jong trouwde, al maakte ik dat wel weer goed door een paar jaar later weer van haar te scheiden. En niet te vergeten dat ik ongeveer zeven jaar manager was bij een RIAGG. Maar de allergrootste fout... Meer

Reageer |  reacties

Struikelen en opstaan

Ik moet eerlijk bekennen dat ik moeite had met het thema voor deze column. ĎMijn grootste fout',- ik raakte niet geÔnspireerd, ik Ďvoelde m niet'. Het is niet dat ik geen fouten maak, ik kan alleen niet goed kiezen of, en zo ja welke van mijn fouten ik een medaille zou willen toekennen. Is het het moment dat ik als eerstejaars studente journalistiek besloot ... Meer

Reageer |  reacties

Na de achtbaan van de transitie nu de focus op verbinden

De trein van de transitie binnen de GGZ is tot stilstand gekomen. Ook bij Reinier van Arkel. Minder specialistische zorg in de kliniek, meer ambulante zorg dicht bij de cliŽnt. Medewerkers en hun expertise zijn verspreid over buitenpoli's en wijkteams. Nu het stof is opgewaaid, is de vraag: hoe verder? GZ-psycholoog Laurien Willems-Passtoors is bij Reinier v... Meer

Reageer |  reacties