Hoe we leren ziek te zijn

13 augustus 2014

In de tijd dat ik de medische antropologie net ontdekt had, las ik alles wat ik kon vinden over cultuurgebonden ziekten. Over latah in IndonesiŽ, dwangmatige imitatiedrang in een land waar men geloofde dat de geest van iemand anders jouw lijf kan binnendringen. Over Susto in Latijns Amerika waarbij het koortsige kind begint te ijlen en de ziel het lichaam juist verlaat, waarna de curandero moet zorgen dat de ziel de weg terugvindt. Er ging een wereld voor me open, want het leek voor de hand te liggen dat als je de wereld als ībezieldī ervaart dat een rol zal spelen in de manier waarop je ziekte verklaart.

De overgang werd een klassiek voorbeeld hoe wij dat zelf in onze eigen cultuur doen. Vrouwen van een jaar of vijfenvijftig gaan door een fase heen waarin ze nog wel eens hun zelfvertrouwen verliezen. Hun kinderen hebben hen niet meer nodig, mochten ze een baan willen vinden dan blijkt niemand op hen te wachten, en manlief kijkt bij voorkeur naar de jonge dames, terwijl zij als vrouw die afscheid neemt van haar oestrogeen met pensioen lijken te worden gestuurd. In combinatie met vervelende verschijnselen zoals opvliegers, nachtelijk zweten, droge vagina beginnen de hersenen in onze cultuur te werken. De īOvergangī wordt een paraplu om alles te begrijpen. In landen waar vrouwen op die leeftijd juist meer macht en status krijgen, komt het helemaal niet voor, hoeft er ook niet voor te worden behandeld en bestaan er dus ook geen richtlijnen voor artsen. Zijn de stereotiepe beelden waaraan we moeten voldoen de īgeestenī in onze cultuur?

Ik ben zelf daarnaast ook nog erg nieuwsgierig naar het verband tussen die cultuurgebonden ziektes en disease mongering, het proces waarbij belanghebbenden hun best doen de cultuur van ziekte en gezondheid te beÔnvloeden om hun producten en oplossingen beter te verkopen. In een samenleving waarin niemand nog tijd heeft en er zelfs geen 40 minuten meer over is voor behoorlijk de liefde bedrijven, vinden we steeds meer aanhangers van de diagnose Female Sexual Dysfunction. Artsen die blijven geloven in pillen om de vrouw opgewonden te maken zodat het in 5 minuten lukt. Het lijkt mij een typisch geval van cultuurgebonden aandoening die door disease mongering steeds populairder wordt, tenzij artsen het hoofd koel houden.
In onze verschillende culturen hebben we die klachten gecreŽerd en vervolgens hebben we er over gelezen, ervan gehoord, praten we er samen over en zo hebben we aangeleerd dat en hoe we eraan moeten lijden. Het getuigt van minachting voor de patiŽnt te zeggen dat de ene klacht wel een probleem is en de andere niet. Je kunt niet de een de behandeling ontzeggen en de ander wel helpen.

Je kunt echter wel communiceren. Als arts moet je in staat worden geacht uit te leggen waarom je je over bepaalde verschijnselen zorgen maakt en vindt dat die extra aandacht verdienen, maar ook beseffen dat bezorgdheid slechts een gering deel van de hulpvraag is. Mensen die zich afgedankt voelen, hoeven zich geen zorgen te maken over hun nier- of leverwaarden. Maar de depressie (zoals wij het in onze cultuur noemen), wie is daar scheidsrechter over? De chronische vermoeidheid? De glutenovergevoeligheid waar mensen zelf aan menen te lijden? Wat doe je dan als arts? Misschien de vraag stellen “hoe denkt u dat ik u kan helpen?” en de patiŽnt verder het proces van zijn eigen geesten, stereotypen en demonen laten sturen. 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Geef mij tijd

Het is september en de vrijwilligers van het Koningin Wilhelmina Fonds voor de kankerbestrijding (KWF) komen langs met de collectebus. Het kan niemand ontgaan zijn. Radio- en televisiespotjes dringen zich aan je op. En waar je maar kijkt maken spandoeken en affiches ons erop attent. GEEF MIJ TIJD. Daarbij wordt meestal ook een portret getoond van iemand met kanker. Ik had zelf ook op zoín foto gekund, maar ik heb nu al vijftien jaar die op hol geslagen cellen en vind eigenlijk dat me sinds de diagnose al verrassend veel tijd is gegund. Daar klaag ik dus niet over. Langzaam aan beweeg ik me naar het moment dat de kanker me de baas is, maar zo ver is het nog niet. Wel heeft de behandeling van de kanker mijn leven danig ontwricht. Niet alleen dat van mij. Mijn vrouw moest op haar vijftigste ook wennen aan een heel andere man in huis. Elke keer dat ik langs een KWF affiche kom denk ik: GEEF MIJ KWALITEITTIJD.
Meer

Reageer |  reacties

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ĎVeiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteitení dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om Ė in het geval van een ernstig incident of calamiteit Ė een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suÔcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten