Gewoon omdat het kan

28 mei 2014

In 2008 moest ik voor een ingreep in het kader van de behandeling van mijn prostaatkanker een choline PET-scan ondergaan, want de MRI was voor het opsporen van metastases achterhaald. Die nieuwe scan was zeer geavanceerd en kon alleen in Groningen of Leuven. Een jaar later kon het in veel meer ziekenhuizen in Nederland en het werd me op een gegeven moment zelfs een beetje opgedrongen. “O, maar dat kan tegenwoordig bij ons ook. Wilt u dat we een keer een afspraak maken?”

Mijn vriend kreeg later prostaatkanker dan ik en geniet de voordelen van het feit dat hij tien jaar later het circus meemaakt. En als bij hem de PSA blijft stijgen blijkt zelfs de choline PET-scan al weer ingehaald. In Nijmegen is men namelijk bezig met beeldvorming waarbij nanotechnologie gebruikt wordt. Naar wat ik gehoord heb heeft men in Heidelberg zelfs al weer een apparaat dat nog beter alles in beeld brengt, maar dat moet eerst allemaal nog bewezen worden. Mijn vriend heeft in elke denkbare machine gelegen, maar er is niets te zien. Gefeliciteerd. Zuur genoeg wordt kort daarna de uitzaaiing ontdekt als hij met rugpijn met uitstraling naar het ziekenhuis gaat waar een ouderwetse rŲntgenfoto maakt. Daar zit het: in die wervel.

Het zijn niet alleen de aanvragen voor MRI's en PET-scans. Uit een onderzoek van het ABIM instituut (Advancing Medical Professionalism to Improve Health Care) blijkt dat patiŽnten veel te veel medische tests ondergaan, maar de ironie is dat de helft van de geÔnterviewde artsen ze zelf aanvraagt. Dat betekent dat artsen op basis van hun deskundigheid een mening ontwikkelen, maar – mede onder druk van de patiŽnt – toch anders handelt. Evidence-based geneeskunde is dan verworden van een rationele beslissing naar een beslissing op basis van gebruik maken van technologie die wetenschappelijk ontwikkeld is. Het gebruik holt voor de evidence uit.

De boodschap is duidelijk: op een of andere manier garandeert de technologie zijn eigen gebruik. Als technologie artsenwerk zo gaat bepalen is een analyse nodig. Het heeft in de eerste plaats te maken met de onzekerheid van artsen. Een test vraag je aan om een hypothese te bevestigen. Dat hoort tegenwoordig in de wetenschappelijke geneeskunde. Meten is weten. Dat het merendeel van de diagnoses gesteld kan worden op basis van de symptomen en de anamnese en dus vooral gebaseerd is op īinzichtī en īervaringī lijkt van minder belang. Hoe onzekerder een arts des te vaker hij of zij een beroep doet op tests om zekerheid te krijgen.

Wie kan voor ons het pad schetsen dat gevolgd wordt van beginnende ideeŽn rond robotchirurgie, nanotechnologie bij het maken van scans en van wie ging het idee uit? Van de artsen of van de bedrijven die dergelijke machines ontwikkelen? Hoe zit het met de contacten tussen AMC's en de leiders in de technologiemarkt? Wie initieert de onderzoeken om de effectiviteit van nieuwere beeldvorming aan te tonen? Wie betaalt het vliegtuigticket om de medisch specialist naar een congres ver weg te brengen waar hij spreekt over het nieuwe apparaat? In de Verenigde Staten hebben artsen zelfs quota die ze moeten halen om de investeringen van het ziekenhuis terug te verdienen. Van dergelijke praktijken in Nederland weet ik niets, maar investering in de apparatuur voor Da Vinci chirurgie (1,5 miljoen euro) wordt uiteindelijk terugverdiend via de keuzen die aan patiŽnten worden voorgelegd.

Kankerbusiness. Gewoon omdat het kan. Het is de Medische Nemesis zoals Illich het beschreef. Er komen andere krachten vrij, waarbij het bestaan van technologie sterk bepalend is voor beslissingen. 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Beroepsgeheim in een protocollentijdperk

In de zorg zijn de professionals actoren van een protocollaire praxis geworden. Onder invloed van een misinterpretatie van de betekenis van wetenschappelijk onderzoek voor de klinische praktijk, met een veel te sterk en zelfs kwalijk accent op big data, werd de klinische expertise, de door jarenlange ervaring gevormde intuÔtie gedegradeerd tot een derderangs... Meer

Reageer |  reacties

De grenzen van het beroepsgeheim

Stel je nou maar eens voor dat het jouw zoon, dochter, neef, nicht, oom, tante, vader of moeder betreft. Doorgaans een adequate en goede reden om elk gebod m.b.t. het beroepsgeheim te omzeilen. Zo dacht ik er ongeveer 10 jaar geleden over. En zo denk er nog steeds over. Kan ik wat ik gedaan heb voor een rechter verantwoorden? Die vraag stel ik mijzelf als ik... Meer

Reageer |  reacties

Versterk het beroepsgeheim

Het is begrijpelijk, en in ons aller belang, dat hulpverleners hun mond houden als zij privacygevoelige informatie van hun cliŽnten of patiŽnten ontvangen. Het gaat om informatie die zij hebben verkregen in vertrouwen. Waarbij de aangever er vanuit gaat dat het binnenskamers blijft. Wie de wetgeving kent en de in het verlengde daarvan door beroepsgroepen van... Meer

Reageer |  reacties