Evenwicht

24 april 2014

Vorige week was ik in de Antillen voor een nascholingscursus voor Antilliaanse huisartsen over chronische aandoeningen en lifestyleverandering. Het boeiendst bij zoīn bijeenkomst vind ik altijd de culturele verschillen. Zo is het modebeeld voor veel vrouwen in Nederland dat van de slanke dame met de platte buik. Zo iemand die net uit een Hollywoodfilm is gestapt, gespeeld door een actrice die voor haar werk een oertijddieet volgt waarbij ze alleen water mag drinken, nauwelijks iets eet – zeker geen voedingsmiddelen die met de K van koolhydraten beginnen – en vijf uur per dag met een personal trainer aan het werk is om elk grammetje vet te straffen. Virtuele vrouwen dus, want in de echte wereld zien ze er juist anders uit. Op CuraÁao, zo verzekerden de cursusdeelnemers me, wordt echter een vol achterwerk bij dames erg gewaardeerd. Door een stevig stuk zitvlees weeg je al snel wat zwaarder en mede daardoor is het percentage vrouwen met obesitas vrij indrukwekkend. Op het Caribische eiland heeft meer dan 36 procent van de vrouwen (en bijna 19 procent van de mannen) ernstig overgewicht.

Ik moest denken aan mijn eerste bezoek aan Latijns Amerika (1980) toen ik het Behrhorst project in Guatemala bezocht en met een dorpsgezondheidswerker op pad was. Ik vroeg van alles over de gezondheid van de Indiaanse dorpelingen. Op een gegeven moment zei mijn begeleider licht geŽrgerd: “De Indianen kennen het begrip gezondheid helemaal niet. Dat is hier gekomen samen met het christendom en de heilige Maria. Wij hebben hier heel andere ideeŽn. Zo geloven we hier in de balans tussen mens en zijn omgeving. Is die verstoord dan moet je er iets aan doen.”

De woorden raakten me als een blikseminslag. Pang. Ja natuurlijk, wat een goed en interessant concept. Het welzijn van mensen wordt niet geÔndividualiseerd via het vaststellen van de biologische parameters binnen in het lichaam, maar het is afhankelijk van de wereld rondom mensen. Welzijn heeft dan te maken met de lucht die je inademt, de mensen waarmee je omgaat, met spanningen, oorlogen, tekorten, met wat je eet, en of en hoeveel je beweegt.

Mede door die opmerking besloot ik een paar jaar later antropologie te gaan studeren. Ik wilde begrijpen welke concepten mensen hanteren om zo beter in staat te zijn aan hun welzijn bij te dragen en ze niet uitsluitend mijn ideeŽn over wat gezond of ongezond is op te dringen. Ik wilde leren hoe je anamnese moet worden om een totaalbeeld te kunnen krijgen, hoe je goed leert luisteren.

Obesitas is uiteraard een belangrijke factor bij het ontstaan van het metabool syndroom en op zijn beurt is dat weer aandrijver voor diabetes type 2 met een aanzienlijk grotere kans op voortijdig overlijden. Maar overgewicht is het resultaat van omgevingsfactoren. Van onze ideeŽn over voeding en beweging bijvoorbeeld. Wat vinden we īnormaalī, wat vinden we īlekkerī, waar voelen we ons vertrouwd en veilig bij? En ook: hoe willen we eruit zien? Vinden mensen het dikke buikje wijzen op welstand en appreciŽren we daarom dan zoīn potbuikje juist meer (zoals in Zuid AziŽ). Worden vrouwen die dik zijn geassocieerd met vruchtbaarheid en het vooruitzicht op een stevig nakomelingschap (zoals in veel arme plattelandssamenlevingen), dan zijn ze liever dik dan dun. En zien mensen via film, tv-series, sportprogrammaīs vooral lichamen die extreem slank zijn dan ontstaat er een koortsachtige jacht op een ideaal lichaam, dat niet vanzelfsprekend ook gezond is.

Werken in een andere cultuur dwingt artsen open te gaan voor andere mogelijkheden, voor andere mensen, voor een andere gezondheid. 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Geen personalised medicine zonder personomics

Het is de nieuwe heilige graal: personalised medicine. De leek die erover hoort, denkt al snel dat het walhalla binnen handbereik is. Nog even, en de dokter kan een behandeling geven die helemaal op jouzelf is toegesneden. Zou het?

Big data Het heet natuurlijk niet voor niets personalised medicine, en niet gepersonaliseerde zorg; al is de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra NFU niet zo stellig in dit onderscheid. De toelichting op dit begrip begint de NFU met de zinnen: ĎPrecies de juiste zorg voor elke individuele patiŽnt, met een minimum aan bijwerkingen, tegen minimale kosten, zo dicht mogelijk bij huis. (...) Daarvoor is een revolutie nodig, zowel in kennisverwerving als in de organisatie van de zorg.í
Meer

Reageer |  reacties

Staat de patiŽnt wel centraal?

Enige tijd geleden sprak ik een vrijgevestigd klinisch psychologe over haar ervaringen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Zij vertelde over een depressieve patiŽnte die zij wilde verwijzen naar de crisisdienst van de regionale GGZ-instelling. Zij vertelde dat zij deze patiŽnte niet kon/mocht doorverwijzen, dat de huisarts dat moest doen, maar dat die op vakantie was en zijn waarnemer de patiŽnte eerst wilde zien voordat hij zou kunnen doorverwijzen, dat deze waarnemer deze patiŽnte niet wilde doorverwijzen, omdat hij het met de diagnose niet eens was, dat de psychologe de patiŽnte toen presenteerde aan een bevriende psychiater, die patiŽnte vervolgens terstond verwees naar de crisisdienst, die de patiŽnte tijdelijk in behandeling nam, en om het af te sluiten niet met de klinisch psychologe, de behandelaar overlegde maar met de bevriende psychiater, die de patiŽnte na ťťn gesprek had doorverwezen, en haar nauwelijks kende.
Meer

Reageer |  reacties

Millennials missen een ontwikkeld backoffice

De Facebookgeneratie ofwel de millennials (geboren tussen 1980 en 2000) overbevolken onze GGZ. In tien jaar tijds nam bij deze generatie het slikken van antidepressiva met 40% toe. 72.000 zitten er vanwege arbeidsongeschiktheid thuis; in grote meerderheid gaat het om psychische themaís. In de GGZ trakteren wij ze op een etikettenepidemie: dyslexie, ADHD, ADD, hoogbegaafdheid, PTSS, autisme, Asperger, NLD, dyscalculie, borderline.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten