Empathie en professionaliteit, gaat dat wel samen?

4 april 2013

Gedurende mijn studie geneeskunde wist ik zeker dat ik psychiater wilde worden. Ik was al begonnen pijp te roken en in gesprekken oefende ik met enige regelmaat hm, hm te zeggen. Dat was om mijn gezelschap aan te moedigen toch vooral door te gaan met praten. Het stond allemaal in het boek dat ik voor mijn studie moest lezen. Naast de hm, hm methode leerde ik dat ik in gesprekken als arts altijd met de rug naar het raam moest gaan zitten. Zo viel het licht op het gelaat van de patient en mijn eigen gezicht was dan moeilijk te zien.

Dat was allemaal erg professioneel in de tijd. Het hm, hm geluid was om empathie te tonen. Ik leerde het woord in die tijd pas kennen. Een mooi woord. Ik houd er nog steeds van. Empathie: aanvoelen wat er in de ander omgaat. Ik wist toen nog niet dat vrouwen daar veel beter in zijn dan mannen en ik wist evenmin hoe je jezelf kon bekwamen in het empathisch gedrag. Mensen zonder empathie weten niet eens dat ze het missen. Toch schijnt empathie aan te leren te zijn. Empathische mensen hebben een onverzadigbare neiging om met andere mensen te praten. Ze zijn erg nieuwsgierig. Ze hebben de neiging om clichťs op hun correctheid te toetsen. Ze proberen zich in het leven van anderen te verplaatsen. Ze luisteren goed en zijn open over zichzelf. Ze zijn in staat anderen te inspireren en ze hebben een enorme verbeeldingskracht.

Voor het gemak heb ik zelf altijd maar gedacht dat ik het wel een beetje heb en dat het onmisbaar voor artsen is. Tot mijn verbazing kwam ik onlangs echter een review tegen waaruit blijkt dat de medische opleiding mensen juist minder empathisch maakt en dat het er gedurende de carriŤre van een arts niet beter op wordt. Er werden 18 onderzoeken die behoorlijk waren uitgevoerd en waarbij in ieder geval meer dan 30 proefpersonen betrokken waren beoordeeld. Elf van die onderzoeken gingen over medisch studenten en zeven over dokters in opleiding. Met name de onderzoeken die de onderzochten gedurende langere tijd volgden lieten een trend zien waarbij toenemend professionaliteit gepaard gaat met steeds minder empathie.

Misschien is empathie helemaal niet van belang voor de professionele arts. Hij is er misschien wel helemaal niet om zijn patiŽnten goed te begrijpen, maar om een diagnose te stellen. Zo snel mogelijk probeert hij de criteria te vinden op basis waarvan een werkhypothese omgezet kan worden in een diagnose. Ben je iemand aan het uitvragen over de mogelijke verschijnselen van adhd van haar kind en ze begint over een periode van stress in het gezin door de scheiding, dan kap je het liefst het gesprek af met een gerichte vraag: “En kan Dirk-Jan zich op school wel goed concentreren?” Abram de Swaan spreekt over het spreekuur als examen. Door de steeds terugkerende manier van vragen gaat de patiŽnt op den duur zelf ook op een bepaalde manier over de klachten praten en wordt het eigen verhaal steeds meer weggelaten. Als dat zo is zal bij de al maar groeiende aantallen lijstjes diagnosen de mens steeds meer verdwijnen en de handigheid om een label te vinden steeds belangrijker worden.

Kun je als arts toch iets aan empathie hebben? In een onderzoek naar patiŽnten die met pijn bij een goed luisterende arts kwamen bleek dat de pijn verdwijnt. Het was geen obscuur onderzoek waar we tegenwoordig zo vaak over horen, maar een MFI scan van de hersenen terwijl pijn werd toegediend. In de anterior insula, het deel van de hersenen waar mensen zich pijn gewaar worden, was bij de patiŽnt met een goed luisterend arts minder activiteit te zien.

Wel of niet empathie? Als patiŽnten steeds mondiger worden – wij artsen hebben er soms een ander woord voor: ontevredener – dan is het belangrijk dat ze zich begrepen willen voelen. Een geneeskunde die zich in zichzelf en zijn definitiespelletjes keert dient de mens niet meer. Zo word je slechts een dokter House die de puzzel van de juiste diagnose oplost. Ik geloof nog steeds dat in ieder geval de professionele psychiatrie bijzonder gezegend is met een flinke dosis empathie. De angst voor de emoties van andere mensen – de hm, hm en het licht in je rug – waren toentertijd de redenen dat ik geen psychiatrie ben gaan studeren. Niet omdat de psychiatrie zich zo slecht onderscheidde van de andere disciplines, maar omdat ik er het meest in teleurgesteld was.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ĎVeiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteitení dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om Ė in het geval van een ernstig incident of calamiteit Ė een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suÔcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

FACT-werk en specialistische zorg in ťťn team

ĎBinnen GGZ Noord-Holland-Noord hebben we drie programmaís geschreven die de komende drie jaar hun beslag moeten krijgení, vertelt Marijke van Putten, lid van de raad van bestuur. ĎVoorheen werkten we via twee sporen: de FACT-teams en diagnostisch gerichte specialistische teams. Deze voegen we samen tot geÔntegreerde teams die wijk- en herstelgericht zijn. Teams met ervaringsdeskundigen en IPS-medewerkers die mensen begeleiden naar werk, maar ook met specialistische behandelkennis.í
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten