Deskundigheid bij antidepressiva voor kinderen

23 december 2015

Ik ben altijd benieuwd waar mensen aan denken als ze nieuws lezen dat met hun beroepsuitoefening te maken heeft. Heeft dat invloed op hun gedrag? Verandert het vastgeroeste gewoonten? Wat doen mensen met informatie als ze zichzelf steeds willen vernieuwen en verbeteren zodat ze als zorgverlener passen in de zorg van nu, en nog liever in die van morgen?

Dit bericht stond bijvoorbeeld in het Pharmaceutisch Weekblad van 19 november 2015 en heeft dat Nederlandse psychiaters opgeschrikt? Het was een bijdrage van de Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK), waar de gegevens van de Nederlandse apotheken worden bijgehouden en die af en toe trends in gebruik rapporteert. “Het aantal gebruikers van antidepressiva van de leeftijd van 15 tot en met 19 jaar komt dit jaar naar verwachting uit op ruim 15.000. Dit is 11% meer dan in 2014,” stond in het artikel. In 87 procent van de gevallen gaat het hierbij om Serotonine Heropnameremmers (SRRIs). In 2002 kwamen er de eerste geluiden dat er mogelijk een verband kon zijn tussen zelfmoordgedachten en het gebruik van de SSRIs door kinderen, terwijl er onvoldoende bewijs was voor effectiviteit bij gebruik door kinderen. In 2004 werd er met de producenten overeenstemming bereikt en werd in de bijsluiter opgenomen dat SSRI’s niet door kinderen mogen worden gebruikt. Dat gebeurde ook in Nederland door het College ter beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) dat zich baseerde op de sinds 2004 geaccepteerde mening dat die medicijnen niet onder de achttien moeten worden geslikt. Daarom is de volgende waarschuwing aan artsen in het Farmacotherapeutisch Kompas opgenomen: “Niet gebruiken bij kinderen en adolescenten (7–17 j.) vanwege meer kans op suÔcidaal gedrag en vijandigheid, terwijl de werkzaamheid niet voldoende is aangetoond en er onvoldoende gegevens zijn over het effect op groei en op de seksuele, cognitieve, emotionele ontwikkeling.”

Maar wat als de psychiater nu toch vindt dat het moet? Tja, hij mag zelf beslissen. Volgens het CBG moet het dan met zorg gebeuren. Dus met regelmatige controles om te zien hoe het kind erop reageert. In Nederland daalde het gebruik van antidepressiva door jongeren tussen 2005 en 2006, in 2007 steeg het weer naar het niveau van voor 2005. Kinderpsychiaters verdedigden zich daar toentertijd tegen met als argument dat ze iets voor die kinderen moeten doen en ze zo weinig mogelijkheden hebben. Maar waarom dan een middel voorschrijven waarvan aangetoond is dat het niet effectief is? Meestal verwijzen ze naar een onderzoek uit 2001 dat de werkzaamheid bij kinderen aan zou tonen, maar al een jaar na de publicatie was er veel bezwaar tegen dit onderzoek dat bekend stond onder de naam ‘Study 329’. De gegevens van het onderzoek waren echter niet openbaar en niemand kon controleren of het onderzoek behoorlijk was uitgevoerd. 

Tot dit jaar. Toen verscheen in het BMJ een heranalyse van de oorspronkelijke gegevens van het onderzoek dat al die jaren gebruikt was bij marketing om psychiaters te bewegen SSRIs voor te schrijven bij tieners met een depressie. Er klopte niets van. SSRIs zijn niet werkzaam bij de behandeling van puberdepressies. Redacteur van het medische vakblad Peter Doshi belde alle betrokkenen voor commentaar, maar niemand wilde erop ingaan en wat belangrijker is de oorspronkelijke auteurs van het artikel over onderzoek 329 weigerden hun artikel terug te trekken.

Een toename van 11 procent in 2014 van het voorschrijven van antidepressiva die niet werken en het risico op zelfmoord vergroten aan kinderen onder de 19 (nogmaals: in 86 procent van de gevallen zijn dat SSRIs) is daarom zorgelijk. Hoe kan de zorg zich op wetenschappelijke basis vernieuwen als achterhaalde beweringen van de marketingleuzen het gedrag van voorschrijvers zo beÔnvloeden?  

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Staat de patiŽnt wel centraal?

Enige tijd geleden sprak ik een vrijgevestigd klinisch psychologe over haar ervaringen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Zij vertelde over een depressieve patiŽnte die zij wilde verwijzen naar de crisisdienst van de regionale GGZ-instelling. Zij vertelde dat zij deze patiŽnte niet kon/mocht doorverwijzen, dat de huisarts dat moest doen, maar dat die op vakantie was en zijn waarnemer de patiŽnte eerst wilde zien voordat hij zou kunnen doorverwijzen, dat deze waarnemer deze patiŽnte niet wilde doorverwijzen, omdat hij het met de diagnose niet eens was, dat de psychologe de patiŽnte toen presenteerde aan een bevriende psychiater, die patiŽnte vervolgens terstond verwees naar de crisisdienst, die de patiŽnte tijdelijk in behandeling nam, en om het af te sluiten niet met de klinisch psychologe, de behandelaar overlegde maar met de bevriende psychiater, die de patiŽnte na ťťn gesprek had doorverwezen, en haar nauwelijks kende.
Meer

Reageer |  reacties

Millennials missen een ontwikkeld backoffice

De Facebookgeneratie ofwel de millennials (geboren tussen 1980 en 2000) overbevolken onze GGZ. In tien jaar tijds nam bij deze generatie het slikken van antidepressiva met 40% toe. 72.000 zitten er vanwege arbeidsongeschiktheid thuis; in grote meerderheid gaat het om psychische themaís. In de GGZ trakteren wij ze op een etikettenepidemie: dyslexie, ADHD, ADD, hoogbegaafdheid, PTSS, autisme, Asperger, NLD, dyscalculie, borderline.
Meer

Reageer |  reacties

Voorkůmen is beter dan genezen

Denkt u eens na over het volgende rijtje: een jurist, een kantoorbeambte cq boekhouder, een rechtsgeleerde, een leraar, een voormalig metaalarbeider en vakbondsbestuurder, een arts, een jurist, een scheikundige, een voormalig secretaresse, een politicoloog en jurist, een TV-producer, een arts, een econoom, een historicus annex internationale betrekkingen-expert, een socioloog en een politicoloog. Weet u al waar ik op doel? Dat is de achtergrond van de ministers die de afgelopen 40 jaren Volksgezondheid in hun portefeuille hebben gehad.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten