De spindokters van de medische wetenschap

30 januari 2014

In de tijd dat ik geneeskunde studeerde hoorden we onze opleiders nog wel eens de filosofische vraag stellen: is ons vak nu geneeskunst of geneeskunde? Dat vraagt men zich al jaren niet meer af. We hebben nu evidence-based medicine: geneeskunde die gebaseerd is op wetenschappelijke toetsing. Niet de kunst maar de īfeitenī sturen werkers in de zorg.

Dat onze gezondheidszorg gebaseerd is op de wetenschappelijke geneeskunde is noodzakelijk omdat het in de zorg om publieke middelen gaat en de overheid zich voor de uitgave van elke euro moet kunnen verantwoorden. En hoe doe je dat? Door te controleren op effectiviteit en efficiŽntie. Het is echter belangrijk dat voldoende mensen zich in de wetenschappelijke ontwikkelingen verdiepen zodat het uiteindelijk niet aankomt op een selectieve kleine groep die ons vertelt wat de waarheid is, maar die door zijn exclusiviteit moeilijk valt te controleren.

Wetenschap is niet zo moeilijk. Het komt neer op een aantal simpele vragen. Wat is de onderzoeksvraag precies en waarom stel je die? Wat heb je gedaan om een antwoord op je vraag te vinden en hoe heb je dat materiaal geanalyseerd? Heb je je daarbij aan de regels van objectieve toetsing gehouden? Een kind kan de was doen. Maar vervolgens komt de interpretatie van wat de onderzoekers hebben gevonden. Dan valt mij maar al te vaak de bril van de neus van verbazing. Wat wordt er in de wetenschap vaak overdreven als het op de interpretatie aankomt. Ongelooflijke claims zijn bepaald geen uitzondering: groteske gevolgtrekkingen of geraffineerde formuleringen die op een wat gluiperige wijze suggereren dat het onderzoek erg verstrekkende consequenties heeft. Dat de ontdekkingen op niet al te lange termijn tot nieuw medicijnen zullen leiden. Dan worden onze wetenschappers ineens piskijkers.

Ja zeker, door onderzoek begrijpen we steeds beter hoe het lichaam werkt, maar we kunnen de link met toepassingen waar we iets aan hebben vaak moeilijk maken. Genetisch onderzoek heeft nauwelijks tot grote medische interventies geleid en sinds het in kaart brengen van het menselijk genoom is er in de toestand van onze gezondheid heus niets veranderd. Het terugdringen van het roken uit de publieke ruimte heeft overigens wel invloed op de gezondheid gehad, maar in onderzoek daarnaar is veel minder geÔnvesteerd. Gedragsverandering op het gebied van beweging en eetwijze hebben meer impact dan cholesterolverlagers. Toch hobbelen we door via een weinig verrassende route, stoppen miljarden in onderzoeken naar de voordelen van producten die profijtelijk zijn voor de aandeelhouders van bedrijven die te vaak biomarkers en risicoīs behandelen, maar die teleurstellend zijn voor wat betreft onze basisproblemen op de wat langere termijn.

Het gaat niet om evidence-based geneeskunde, maar om de vraag hoe onze wetenschappelijke geneeskunde in staat is om betrouwbaar en gemakkelijk toegankelijk bewijs te vinden dat zich richt op de uitdagingen van onze maatschappelijke omgeving en van de mensen die erin leven.

In een recensie in de Lancet over een bundel poŽzie en geneeskunde zag ik deze zin: "Geneeskunde is waar wetenschap met het leven botst." Dat verandert alleen als we de kunst verstaan om met het werk van de spindokters uit de wetenschap om te gaan en het lef hebben ons telkens weer af te vragen of we ons nog wel bezig houden met onze primaire taak.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Staat de patiŽnt wel centraal?

Enige tijd geleden sprak ik een vrijgevestigd klinisch psychologe over haar ervaringen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Zij vertelde over een depressieve patiŽnte die zij wilde verwijzen naar de crisisdienst van de regionale GGZ-instelling. Zij vertelde dat zij deze patiŽnte niet kon/mocht doorverwijzen, dat de huisarts dat moest doen, maar dat die op vakantie was en zijn waarnemer de patiŽnte eerst wilde zien voordat hij zou kunnen doorverwijzen, dat deze waarnemer deze patiŽnte niet wilde doorverwijzen, omdat hij het met de diagnose niet eens was, dat de psychologe de patiŽnte toen presenteerde aan een bevriende psychiater, die patiŽnte vervolgens terstond verwees naar de crisisdienst, die de patiŽnte tijdelijk in behandeling nam, en om het af te sluiten niet met de klinisch psychologe, de behandelaar overlegde maar met de bevriende psychiater, die de patiŽnte na ťťn gesprek had doorverwezen, en haar nauwelijks kende.
Meer

Reageer |  reacties

Millennials missen een ontwikkeld backoffice

De Facebookgeneratie ofwel de millennials (geboren tussen 1980 en 2000) overbevolken onze GGZ. In tien jaar tijds nam bij deze generatie het slikken van antidepressiva met 40% toe. 72.000 zitten er vanwege arbeidsongeschiktheid thuis; in grote meerderheid gaat het om psychische themaís. In de GGZ trakteren wij ze op een etikettenepidemie: dyslexie, ADHD, ADD, hoogbegaafdheid, PTSS, autisme, Asperger, NLD, dyscalculie, borderline.
Meer

Reageer |  reacties

Voorkůmen is beter dan genezen

Denkt u eens na over het volgende rijtje: een jurist, een kantoorbeambte cq boekhouder, een rechtsgeleerde, een leraar, een voormalig metaalarbeider en vakbondsbestuurder, een arts, een jurist, een scheikundige, een voormalig secretaresse, een politicoloog en jurist, een TV-producer, een arts, een econoom, een historicus annex internationale betrekkingen-expert, een socioloog en een politicoloog. Weet u al waar ik op doel? Dat is de achtergrond van de ministers die de afgelopen 40 jaren Volksgezondheid in hun portefeuille hebben gehad.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten