De ontmaskerde arts

30 november 2017

“Ken je me nog?” vroeg de vrouw die tijdens een signeersessie bij een boekhandel in mijn roman ‘Broer van god’ een handtekening van mij wenste.

Ik deed mijn best, zag het werkelijk niet en keek haar vertwijfeld aan.

“Nathalie van de gezondheidswinkel.”

“Ach, nu zie ik het,” zei ik, maar om eerlijk te zijn waren er te veel jaren overheen gegaan sinds we bij ons thuis met een groep jonge artsen discussieerden over hoe de zorg dichter bij de mensen kon worden gebracht. Het moet 1973 of 1974 geweest zijn toen we uiteindelijk een Gezondheidswinkel in de Utrechtse Vogelenbuurt openden. Daar konden mensen met hun vragen terecht als ze zich niet gehoord voelden door hun arts. Daar konden mensen hun medicijnen mee naartoe nemen waarna we keurig uitlegden wat het was en wat het deed, maar ook welke nadelen eraan zaten. Daar deden we ook trainingen over hoe je als patiŽnt het antwoord kunt krijgen op de vraag waarmee je naar de zorg bent gegaan. “Zet het op een briefje en stel de vraag elke keer opnieuw”, zeiden we. “Als je het niet snapt dan zeg je dat je het niet begrijpt, maar laat je niet wegsturen zonder antwoord.”

We maakten gebruik van rollenspellen om mensen te wapenen tegen onbegrijpelijke taal en tegen de onzekerheid van een arts die simpelweg geen antwoord op de vraag kon geven, maar het niet wilde toegeven.

Het is niet voor niets dat ik in mijn verdere werkzame leven ben blijven ijveren om de positie van patiŽnten te versterken en de zaken die artsen geheim wilden houden zichtbaar te maken. Meer dan tachtig boeken geschreven, onderwijs aan medisch studenten gegeven, honderden workshops en veel lezingen. Tegenwoordig gebruiken we termen als ‘Shared decision making’ (en om het toch weer te mystificeren gebruiken sommige artsen de afkorting SDM) of ‘Doctor Patient Partnership’ (jammer dat ze die twee eerste woorden in de verkeerde volgorde hebben geplaatst), maar het gaat over precies hetzelfde: Het gaat allemaal om de patiŽnt en de arts is dienend.

Onlangs mocht ik voor een groep specialisten een workshop over gedeelde besluitvorming – ja er bestaat wel degelijk een Nederlandse vertaling - verzorgen en daarvoor had ik twee rollenspellen bedacht. Het ging om moeilijke gesprekken over beslissingen die mensen die op een kruispunt in hun leven zijn beland, zelf moeten nemen. Er zijn zat artsen die met een natuurlijke gevoel in zulke situaties functioneren, maar dat is helaas niet de regel en daar is de cultuur van artsen voor een deel ook verantwoordelijk voor.

Ik genoot ervan te beseffen dat ik vroeger zulke rollenspellen deed met patiŽnten om ze mondiger te maken en nu het zelfde probeerde met artsen om ze te leren minder dominant te zijn en meer ruimte te bieden aan de inbreng van patiŽnten. Het is goed om aan de kant van artsen te beginnen. Zij moeten het meeste leren. Het draait immers allemaal om leren luisteren naar wat de gebruiker van de zorg wil en het communiceren op een manier die daarbij past. Het gaat dus om de afstelling tussen oren, ogen en mond van de arts. Dat betekent dat er naar eigen functioneren gekeken moet worden. Introspectie en reflectie zijn nodig om te weten wie jij denkt dat je bent in de interactie. Speel je de rol van de arts die alles weet en is de patiŽnt degene die te dom is om je te begrijpen of te bang om het vervelende nieuws aan te horen? En wil jij de persoon zijn die geen tijd heeft en dat als excuus gebruikt iemand een weekend lang in de zenuwen te laten zitten? Echt, daar moet je aan werken.

Ineens herinnerde ik het me weer.

“Nog met Kees?” informeerde ik. Ze knikte.

Wat een lange weg, van die idealen in 1973 naar de werkelijkheid van nu. En steeds moeten we dezelfde revolutie prediken: het gaat niet om het ego van de dokter en wie de beslissingen neemt. Het gaat om samen overleggen, een proces dat geleid wordt door de vraag van de patiŽnt. Er zitten in de zorg nu eenmaal weeffoutjes omdat veel artsen niet goed begrijpen wat ze precies veroorzaken als ze de patiŽnt uit het oog verliezen. Lees het maar na in ‘Broer van god’. Het boek gaat over hoe wij artsen in het leven kunnen verdwalen, terwijl we toch met grote idealen begonnen.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Als e-health meerwaarde
heeft, zijn we er als eerste bij

Iemand die zelf verslaafd is geweest, is eigenlijk de enige die een verslaafde begrijpt', zegt Dick Trubendorffer. Hij was zelf verslaafd aan alcohol, partydrugs, werken en seks. Na een mislukte behandeling in Nederland herstelde hij in Amerika. In Nederland zette hij daarna Trubendorffer ĎHulp bij Verslaving' op. De zorg is ambulant, E-health en beeldtelefo... Meer

Van bajes naar zorginstelling,
van cipier naar groepsleider

ĎEens kijken of het me lukt', dacht hoofd behandeling Peter van der Sanden, toen hij in 2011 in jeugdzorginstelling Almata in Ossendrecht ging werken. De Ďbajes voor jongeren' moest worden omgevormd van een justitiŽle instelling naar een gesloten jeugdzorginstelling. Cipiers werden groepsleiders. Het lukte. Met Van der Sanden als grote inspirator. Juni 2019 ... Meer

Waarom e-health tůch succesvol wordt

Ik kan me goed voorstellen dat gelouterde zorgbestuurders als Wouter van Ewijk niet geloven in e-health (Discura, 25 januari jl.). Je gaat doorgaans niet naar de dokter voor je plezier. Je vermoedt iets ernstigs in je unieke lijf. En wilt daarbij de arts wel in de ogen kijken. Je wilt geziťn worden. Je zoekt, wellicht impliciet, de vertrouwensband. En dat is... Meer

Reageer |  reacties