De toekomst van de GGZ staat op scherp

25 februari 2015

Psychische aandoeningen halen wekelijks de krantenkoppen. Voor het zesde jaar op rij is het aantal zelfdodingen toegenomen; 1854 mensen maakten in 2014 een einde aan hun leven, 25% meer dan in 2007. In het geval van het gestegen aantal zelfdodingen reageerde de politiek, zoals vaker, met een poging tot crisismanagement: hup, een miljoen erbij voor onderzoek naar zelfdoding. Dit type impulsieve acties komt in plaats van het nadenken over hoe de GGZ verstevigd kan worden; waar anders bevindt zich de expertise, waar anders moet de hulpverlening en de preventie van suïcide vandaan komen? 

Een andere recente krantenkop; het toegenomen XTC-gebruik. De pillen zijn potenter dan vroeger en worden onder ongeveer de helft van de feestgangers geslikt. De ziekenhuizen zijn elk weekend extra druk met het opvangen van jongeren die stijf van de drugs met ziekenwagens worden binnengebracht. De politiek reageert met juridisch-repressieve maatregelen en een beetje extra voorlichting. Het druggebruik neemt hierdoor niet af, net zo min zal het aantal jihadgangers (behept met ernstig verstoorde psychische patronen) door repressie slinken. 

De expertise die in onze GGZ aanwezig is met betrekking tot psychische aandoeningen, de behandeling en de preventie ervan, behoort tot de top in de wereld. De professionals die hier werken zijn beter opgeleid dan die in alle andere Europese landen en wellicht ook daarbuiten. De invloed van psychische aandoeningen op het leven van mensen, op onze economie en cultuur is vele malen groter geworden dan 30 jaar geleden. Indien onze politici en beleidsmakers dit zouden onderkennen zouden ze de GGZ koesteren, stimuleren en beschermen. Rekenen behoort niet echt tot de vaardigheden op het ministerie van VWS. Maar als ze wel kunnen lezen dan weten ze toch - behoorlijk geholpen door het OESO rekenwerk - dat alleen al depressies in Nederland verantwoordelijk zijn voor de hoogste ziektelast, hoger dan geldt voor hart- en vaatziekten, terwijl de kosten voor de behandeling ervan relatief gering zijn (1% van het gezondheidszorg budget). Depressie zorgt voor 12 miljoen extra ziektedagen en dit kost Nederland jaarlijks 2,7 miljard euro. 

De GGZ, waar volgens opgave van de zorgverzekeraars jaarlijks 7 procent van onze bevolking wordt behandeld (dat is ruim minder dan de helft van de mensen die jaarlijks belast worden met een psychische aandoening), staat financieel op scherp. De overheid probeert de kosten, die in tien jaar tijd verdubbelden (naar ruim 6 miljard), terug te schroeven. GGZ-instellingen hebben intussen serieuze financiële problemen. Onze minister van volksgezondheid heeft niet zoveel op met deze sector en geeft de zorgverzekeraars (die eigenlijk zouden moeten staan voor de verzekerden) ruim baan om de behandelingen te verbieden en de hulpverleners op allerlei creatieve en minder creatieve manieren dwars te zitten in hun dagelijkse werk. Hoog opgeleide professionals worden door bureaucraten in hun werk gehinderd en in plaats van kwaliteit en transparantie, krijgen we een bureaucratisch moeras en gaat er dagelijks kostbare tijd voor patiëntenzorg verloren.

Intussen wachten de vele vrijgevestigde psychotherapeuten in spanning af op het advies dat dezer weken aan de minister wordt uitgebracht over hun status; mogen ze nog wel hoofdbehandelaar zijn of blijven? Het is bij deze minister zeker niet ondenkbaar dat een streep wordt gehaald door het hoofdbehandelaarschap, en dan stort de opleiding tot psychotherapeut in en loopt die tot klinisch psycholoog waarschijnlijk overvol met alle kwaliteitsperikelen die daarbij horen. De gz-psycholoog en de klinisch neuropsycholoog zijn wat betreft hun hoofdbehandelaarschap ook nog niet uit de gevarenzone. De commissie Meurs moet komende weken advies hierover uitbrengen. Zorgverzekeraars maken deze chaos alleen maar groter door ook in deze problematiek weer een eigen koers te volgen. 

De kinder- en jeugd GGZ is voor de financiering afhankelijk geworden van de gemeenten en de betaling van de facturen laat voorlopig nog massaal op zich wachten. Veel gemeenten hebben geen zicht op psychische aandoeningen en raken er wellicht dichterbij betrokken dan goed is voor de bevolking. Het overleg met de ambtenaren kost zeer veel extra tijd en de administratieve procedures verschillen nu vaak per gemeente. 

Steeds meer psychiaters, psychologen en psychotherapeuten verenigen zich in een organisatie die geen contracten met een zorgverzekeraars afsluit. Zij zijn de bemoeienissen met hun werk helemaal zat. Zij stellen zich te weer tegen de politiek, de beleidsmakers en de zorgverzekeraars. Ze willen geen DSM etiketten op rekeningen en geen overbodige vragenlijsten en rom-instrumenten meer onder ogen krijgen. Een begrijpelijke ontwikkeling maar helaas zijn het dan nu wel de patiënten die het slachtoffer zijn want zij moeten zelf de meeste kosten dragen. Daarmee worden er automatisch velen uitgesloten van de psychische zorg. 

Door al deze verwikkelingen komen we niet meer toe aan grondig nadenken over het GGZ-discours dat de laatste 30 jaar is ontstaan en waarin sociale en culturele thema’s zijn vertaald in termen van psychische stoornissen. De vragen die dringend gesteld moeten worden zijn, wat we vanuit ons vak gedacht met ziekte en stoornis bedoelen en in hoeverre onze samenleving de GGZ voor andere dan strikt op gezondheid betrekking hebben thema’s is gaan gebruiken? Voorts moeten we tijd en ruimte hebben om kritisch vanuit de inhoud na te denken over de organisatie van de basis en de gespecialiseerde zorg. 

Deze en andere inhoudelijke kwesties worden door de dagelijkse werkdruk en de hoeveelheid energie die het kost om de bemoeienis van zorgverzekeraars, politici en beleidsmakers te weerstaan, ernstig verwaarloosd. 

Juist daarom staat de studiedag over de ‘Toekomst van de GGZ’ op 4 juni op de agenda .


 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Wat doet de DSM-5 met
de psychiater en de psychiatrie?

De DSM-5 is niet onschuldig. Het beïnvloedt de ontwikkeling van het vak van psychiater en dus van de psychiatrie als discipline. Ook in deze derde podcast botsen de standpunten van psychiater Floortje Scheepers en psychiater Ralph Kupka. ... Meer

Reageer |  reacties

Podcast 3. Wat betekent de DSM-5 voor de behandelaar?

Onze derde podcast "Wat betekent de DSM-5 voor de behandelaar" is te beluisteren op "Psychiater op de cast" op Spotify.In deze aflevering komen Floortje Scheepers en Ralph Kupka wederom met elkaar in botsing over hun standpunten, maar ze zijn het erover eens dat het lijden van patiënten en de bijbehorende processen centraal moeten staan. ... Meer

Reageer |  reacties

Podcast 2. Wat betekent de DSM-5 voor de patiënt?

Onze tweede aflevering, "Wat betekent de DSM-5 voor de patiënt?", is nu beschikbaar op op Spotify: "Psychiater op de cast".In deze boeiende aflevering onderzoeken Floortje Scheepers, Ralph Kupka en Tessa van den Ende, onder leiding van Wouter Van Ewijk, de impact van de DSM-5 op de patiëntenzorg. ... Meer

Reageer |  reacties