Tegengeluid Van Os hard nodig

18 maart 2015

Of dat nou wel zo chique is, die rollebollende psychiaters in NRC Handelsblad, vroeg iemand. Het is u vast niet ontgaan: deze maand stond er een opiniestuk in NRC waarin, onder aanvoering van psychiater Jim van Os, wordt bepleit de diagnose schizofrenie te vergeten. Van Os richtte de site schizofreniebestaatniet.nl op, die 7 maart werd gelanceerd. Een week later gingen zijn vakbroeders – onder wie René Kahn en Iris Sommer – in de tegenaanval. Van Os zou zich bezondigen aan antipsychiatrie en een te rooskleurig beeld schetsen van de mogelijkheden tot herstel van patiënten met deze diagnose. Schizofrenie is wél een ernstige aandoening en houdt veel meer in dan verhoogde psychosegevoeligheid, betogen zij. Bovendien heeft schizofrenie een biologische basis.

80 procent
Van Os en de zijnen – onder wie psychiater Rutger Jan van der Gaag, voorzitter van de KNMG en hoogleraar Robert Vermeiren, voorzitter van de afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie van de NVvP – ontkennen niet dat er ook mensen zijn met schizofrenie die een ongunstige prognose hebben: een op de vijf. Voor vier van de vijf geldt die prognose niet, schrijven ze. Deze 80 procent heeft zo veel last van het pessimisme bij hulpverleners en familieleden, dat het hen belemmert te werken aan herstel of te leren met hun symptomen te leven.

Biologisch bewijs
Het lijkt erop dat de groep Kahn de 20 procent ernstig zieken op het netvlies heeft, en de groep Van Os de 80 procent voor wie wel een zinvol bestaan is weggelegd . Ook verschillende blogs en de reacties daarop  lijken daarop te wijzen. Bovendien verschillen hun visies op de rol die biologische factoren spelen bij schizofrenie. De groep Kahn doet in zijn stuk een jij-bak: Van Os was co-auteur van een artikel in Nature waarin 108 genen werden geïdentificeerd die de kans op schizofrenie verhogen. Dus wat nou, geen biologisch bewijs? Van Os op zijn beurt stelt dat iederéén honderden genen heeft die het risico op schizofrenie vergroten. Het zit ‘em niet in de genen, maar in bijkomende factoren die de ziekte triggeren.

Ontvankelijkheidsgenen
Genen betekenen niets zonder hun omgeving. Het DRD4-7R-gen, lang bekend als een ‘bad gene’, blijkt onder invloed van omgevingsfactoren een verschillend effect te hebben. In een risico-omgeving verhoogt het de kans op gedesorganiseerde gehechtheid bij kinderen. Maar in een gunstige omgeving laten kinderen met deze genvariant juist het minste probleemgedrag zien, laat onderzoek van Marian Bakermans-Kranenburg (Universiteit Leiden) zien. DRD4-7R is geen ‘fout gen’, maar een ontvankelijkheidsgen.
Voor het serotoninetransportergen 5-HTTLPR geldt iets vergelijkbaars. Mensen met de korte variant van dat gen die opgroeien in een ongunstige omgeving, lopen een hoger risico om depressief te worden. Maar voor mensen met de korte genvariant die opgroeien in een normale omgeving, is dat risico juist lager, wijst onderzoek van Niki Antypa en Willem van der Does (Universiteit Leiden) uit.

Psychologisch versus medisch
Van Os is niet tegen neurobiologisch en genetisch onderzoek, maar hij verwacht niet dat daar de sleutel ligt om psychische problematiek op te lossen. Hij schrijft: ‘Antipsychotica kunnen nodig zijn om heftige ervaringen te dempen, maar ze kunnen geen onderliggende biologische abnormaliteiten corrigeren.’ Van Os stelt een psychologische benadering voorop. Kahn c.s. pleiten voor meer en beter onderzoek en het ontwikkelen van nieuwe behandelingen. Het is onduidelijk of ze daarbij vooral aan medicatie denken, maar hun nadruk op biologische factoren lijkt wel in die richting te wijzen.

Noodzakelijk tegengeluid
De NVvP heeft zich januari dit jaar aangesloten bij de Federatie Medisch Specialisten, en zich zo bij de ‘echte dokters’ gevoegd. De afstand met ‘zielenknijpers’ als psychologen en psychotherapeuten lijkt hierdoor vergroot. Het Amerikaanse National Institute of Mental Health (NIMH) stelt dat psychische stoornissen biologische stoornissen zijn, en heeft het Research Domain Criteria (RDoC) project opgezet om een nieuwe basis te kunnen leggen voor de behandeling van psychische aandoeningen.
Dat Jim van Os tegen deze dominante somatische benadering in het geweer komt, is hard nodig. 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

FACT-werk en specialistische zorg in één team

‘Binnen GGZ Noord-Holland-Noord hebben we drie programma’s geschreven die de komende drie jaar hun beslag moeten krijgen’, vertelt Marijke van Putten, lid van de raad van bestuur. ‘Voorheen werkten we via twee sporen: de FACT-teams en diagnostisch gerichte specialistische teams. Deze voegen we samen tot geïntegreerde teams die wijk- en herstelgericht zijn. Teams met ervaringsdeskundigen en IPS-medewerkers die mensen begeleiden naar werk, maar ook met specialistische behandelkennis.’
Meer

Reageer |  reacties

Psychisch gezond in een opgewarmde aarde

Discussieforum over professionaliteit in de zorg voor medisch specialisten, artsen, psychologen, bestuur en management. Van Der Hoef & Partners biedt u een platform, of forum, dat gebruikt zal worden om thema’s die van belang zijn bij de dagelijkse praktijk van de geneeskunde te belichten. Een ruimte voor het voeren van een discours.
Meer

Reageer |  reacties

Het is ontegenzeggelijk de schuld van de manager; of niet soms?

In haar column in Medisch Contact van juni 2017 probeert Esther van Fenema aan een peuter uit te leggen wat een manager doet: ‘Een manager is een meneer of een mevrouw die dingen regelt en heel veel moet vergaderen met andere mensen om die dingen te kunnen regelen’ waarop de kleuter stampvoetend roept: ‘Ja maar wat kan hij dan?’. Ik vroeg me af hoe zij aan diezelfde peuter zou uitleggen wat een psychiater doet? Ik neem aan dat zij het zo zou weten uit te leggen dat die peuter ervan overtuigd is, dat een psychiater heel wat kan ook al zegt men - dat zijn vooral chirurgen - dat een psychiater niets weet en niets kan.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten