Je nier verkopen, daarom niet

27 augustus 2015

Bio-ethicus Marcel Zuijderland stelt in dagblad Trouw dat mensen de vrije beschikking hebben over hun eigen lichaam, en daarom in vrijheid moeten mogen beslissen of ze bij leven een nier willen verkopen. Een slecht idee, gebaseerd op verkeerde argumenten.

Ongeveer 500 keer per jaar doneert iemand bij leven een nier, vaak aan een familielid of geliefde. ‘Bij leven’-transplantaties geven betere resultaten dan transplantaties met nieren van overleden donoren, en de kans om als donor te overlijden is klein (0,3 op 1000 donoren).

Gratis verzekering
De (toen nog) Raad voor de Volksgezondheid en Zorg pleitte er in 2007 in haar rapport ‘FinanciŽle stimulering van orgaandonatie’ voor om levende nierdonoren een levenslange vergoeding van de ziektekostenpremie te geven (pagina 4). Ze dacht dat een gratis verzekering zou voorkomen dat mensen alleen om het geld een nier doneren. Zorgverzekeraars Nederland was juist bang dat mensen met weinig geld een nier zullen doneren om onder de kosten van een ziektekostenverzekering uit te komen

De Raad vond een gratis verzekering iets anders dan geld. Maar nooit meer voor een verplichte verzekering hoeven betalen, is een financieel cadeau. Dat je het bedrag dat ermee gemoeid gaat niet krijgt, maar periodiek en levenslang uitspaart, doet daar niets aan af. Acties waarmee je een jaar lang gratis boodschappen kunt winnen, ervaren mensen ook als een geldelijke prijs, en terecht. 

De vraag is daarom: moet het mogen, doneren voor geld?

Arme mensen
Zuijderland vindt het okť als arme mensen uit geldgebrek hun nieren te gelde maken: ‘Als iemand in armoede zijn nier te koop wil zetten, vind ik het bijna misdadig om hem dat te onthouden, want je ontneemt iemand de mogelijkheid om vooruit te komen,’ zegt hij. Dat is natuurlijk de boel omdraaien. Want als mensen hun nieren moeten verkopen om ‘vooruit te komen’ in het leven, moet je je als samenleving afvragen waaraan het ontbreekt als ze daarvoor zulke ingrijpende keuzes maken. Dan is er maatschappelijk mťťr mis dan je met de individuele verkoop van organen kunt compenseren.

Onomkeerbare keuze
Een ander argument dat Zuijderland aanvoert, is de zeer kleine overlijdenskans. Hij zegt: ‘Ach, er zijn beroepen met een veel hogere kans op overlijden – denk aan de houtkap, visserij, politie, het leger. Maar niemand peinst erover die mensen dat werk te verbieden.’ Maar een beroepskeuze is omkeerbaar; en dat is de keuze voor een nierdonatie bij leven niet. Je kunt als politieman opteren voor een minder risicovolle kantoorbaan, of je omscholen. Maar een eenmaal verkochte nier krijg je nooit meer terug, hoeveel geld je er ook voor zou willen neertellen.

Slavernij
Wie organen voor geld wil verkopen, verklaart bovendien het lichaam tot handelswaar. Wellicht zal Zuijderland hier tegenin brengen dat we onze hersenen, handen, rug, enzovoort ook ‘verkopen’ voor geld. Zelfs als je hierin meegaat, blijft het verschil dat we die hersenen, handen, enzovoort ook kunnen inzetten voor privť-activiteiten. We verhuren ze tijdelijk; we verkopen ze niet voor altijd. Maar onze organen kunnen we niet periodiek verhuren en daarna weer voor eigen doelen gebruiken. De arme drommel die uit financiŽle noodzaak een nier verkoopt, is die definitief kwijt aan degene die genoeg middelen had om ervoor te betalen. Dat lijkt meer op slavernij dan op de ‘vrije beschikking over het lichaam’ waar Zuijderland het over heeft.

AltruÔsme
Rest nog het argument of het juist is om uit louter financiŽle motieven een operatie te ondergaan die voor je eigen gezondheid alleen maar schadelijk kan zijn. Dat lijkt mij in strijd met alle waarden waar de geneeskunde voor staat.
Alles overziend kan het enige argument voor donatie bij leven alleen maar immaterieel van aard zijn: liefde, compassie of altruÔsme. Een gezond orgaan is niet te koop, maar wel te geef.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

FACT-werk en specialistische zorg in ťťn team

ĎBinnen GGZ Noord-Holland-Noord hebben we drie programmaís geschreven die de komende drie jaar hun beslag moeten krijgení, vertelt Marijke van Putten, lid van de raad van bestuur. ĎVoorheen werkten we via twee sporen: de FACT-teams en diagnostisch gerichte specialistische teams. Deze voegen we samen tot geÔntegreerde teams die wijk- en herstelgericht zijn. Teams met ervaringsdeskundigen en IPS-medewerkers die mensen begeleiden naar werk, maar ook met specialistische behandelkennis.í
Meer

Reageer |  reacties

Psychisch gezond in een opgewarmde aarde

Discussieforum over professionaliteit in de zorg voor medisch specialisten, artsen, psychologen, bestuur en management. Van Der Hoef & Partners biedt u een platform, of forum, dat gebruikt zal worden om themaís die van belang zijn bij de dagelijkse praktijk van de geneeskunde te belichten. Een ruimte voor het voeren van een discours.
Meer

Reageer |  reacties

Het is ontegenzeggelijk de schuld van de manager; of niet soms?

In haar column in Medisch Contact van juni 2017 probeert Esther van Fenema aan een peuter uit te leggen wat een manager doet: ĎEen manager is een meneer of een mevrouw die dingen regelt en heel veel moet vergaderen met andere mensen om die dingen te kunnen regelení waarop de kleuter stampvoetend roept: ĎJa maar wat kan hij dan?í. Ik vroeg me af hoe zij aan diezelfde peuter zou uitleggen wat een psychiater doet? Ik neem aan dat zij het zo zou weten uit te leggen dat die peuter ervan overtuigd is, dat een psychiater heel wat kan ook al zegt men - dat zijn vooral chirurgen - dat een psychiater niets weet en niets kan.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten