Iedere dokter zijn eigen kerkhof

5 december 2012

Iedere dokter heeft zijn eigen kerkhof. Een bekend gezegde onder artsen. De vraag is wie er op dat kerkhof liggen. Zijn dat patiŽnten die een onfortuinlijke behandeling ten deel is gevallen, bij wie een fout is gemaakt? Of zijn het patiŽnten bij wie een bekende complicatie is opgetreden? Of duidt het gezegde toch op iets anders en ligt het kerkhof niet vol met overledenen maar met geheimen; met begraven (lees: zorgvuldig toegedekte) medische missers?

Het voorkomen van fouten in de zorg, althans het beter voorkomen van fouten, is sinds geruime tijd een geliefd onderwerp van debat. Want iedereen kent wel iemand die eens te maken heeft gehad met een medische misser, een grote of een kleine. En daarnaast zijn er talloze affaires in de zorg die in de landelijke media veel aandacht hebben gekregen, zoals ruziŽnde hartchirurgen en oprukkende - en onopgemerkte - bacteriŽn.

Ook de manier waarop zorgverleners omgaan met een eenmaal gemaakte fout staat in de belangstelling. Want iedereen kent wel iemand die jarenlang geprocedeerd heeft om ‘genoegdoening’ te krijgen. In verband met frustratie in het letselschadeproces - inclusief bejegening van het slachtoffer door veroorzaker, advocaat en verzekeraar - wordt wel gesproken over hernieuwd slachtofferschap of ‘de ramp na de ramp’. Lees over de verwachtingen van slachtoffers in relatie tot het aansprakelijkheidsrecht het fascinerende artikel ‘Meer dan geld alleen’ van Van Wees, Akkermans e.a. (Ars Aequi, 2007).

Overigens zou iedereen die iets wil roepen over het letselschaderecht eerst verplicht de geweldige artikelen van prof. Akkermans moeten lezen. Dan leer je dat het ťcht helpt als een arts ‘sorry’ zegt na een gemaakte fout. En dat er empirisch bewijs is dat openheid en excuses kunnen leiden tot minder klachten en claims en een grotere bereidheid tot schikken.

Openheid is een sleutelwoord in het omgaan met fouten. Terecht. Openheid in de organisatie; zaken niet angstig wegmoffelen en niet wegkijken als een collega aangesproken zou moeten worden. En openheid jegens patiŽnten wanneer iets niet goed is gegaan. Het is mijn overtuiging dat een open cultuur – waarin mensen niet bang zijn – cruciaal is om van fouten te kunnen leren en ze dus te helpen voorkomen. Daarnaast is ook het zorgproces zelf op tal van terreinen voor verbetering vatbaar. Terecht wordt vaak gekeken naar de veiligheidssystemen die in de luchtvaart gebruikt worden. Daarbij zijn het strikt naleven van afspraken over communicatie en samenwerking cruciaal. Artikel IC UMC St Radboud werkt volgens de veiligheidsnormen van de luchtvaart.

De VVD Kamerleden Anne Mulder en Michiel van Veen hebben deze week een ‘Initiatiefnota PatiŽntveiligheid’ het licht doen zien. Ook zij verwijzen naar de luchtvaart en ook zij bepleiten een veiligheidscultuur: ‘Niet vanuit een cultuur van straffen, maar vanuit de wil om te verbeteren om van fouten te leren’ . De Kamerleden roepen op tot discussie. Laat ik deze handschoen oppakken.

De heren Mulder en Van Veen hebben een mooi doel voor ogen (een veiligheidscultuur met grotere patiŽntveiligheid), maar meerdere middelen die zij in hun initiatiefnota voorstellen om dat doel te bereiken wekken bevreemding. Deze zijn voor een deel al geldend recht, zoals een verplichte klachtenregeling (WKCZ geldt sinds 1995) en de verplichting incidenten in het medisch dossier vast te leggen. Voor een ander groot deel zijn ze contraproductief. Contraproductief omdat meer regels, klachten, standaard tuchtprocedures en hardere sancties niet voor een cultuur van openheid zorgen maar juist voor een cultuur van angst en wegkijken.

Het voorstel uit de Initiatiefnota dat de hoofdprijs krijgt voor contraproductiviteit bestaat uit het standaard op non-actief stellen van een arts bij het vermoeden van disfunctioneren, al gedurende een onderzoek. Je behoeft geen organisatiepsycholoog te zijn om je te realiseren dat dit zwaaiende zwaard van Damocles niet zal bijdragen tot een ontspannen sfeer waarin fouten bespreekbaar zijn. Ook een standaard tuchtklacht van de IGZ bij een ‘basisfout’ (wat dat ook moge zijn; genoemd wordt ‘links en rechts door elkaar halen’) zal noch IGZ noch zorgverleners helpen beter te functioneren.

Sterker, het zal leiden tot een angstcultuur, tot mogelijk onnodige reputatieschade en daarmee tot toenemende onaantrekkelijkheid van het mooie beroep arts. En tot defensieve geneeskunde: geen operaties meer voor patiŽnten van zeventig jaar en ouder en standaard een CT-scan voor ieder kind dat over een legoblokje struikelt.

Mijn voorstel is: blijf investeren in goede veiligheidssystemen en in een open cultuur waarin fouten bespreekbaar zijn.

Mijn stelling is: standaard tuchtprocedures en hardere sancties leiden tot een angstcultuur en een groot kerkhof met toegedekte fouten. 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

FACT-werk en specialistische zorg in ťťn team

ĎBinnen GGZ Noord-Holland-Noord hebben we drie programmaís geschreven die de komende drie jaar hun beslag moeten krijgení, vertelt Marijke van Putten, lid van de raad van bestuur. ĎVoorheen werkten we via twee sporen: de FACT-teams en diagnostisch gerichte specialistische teams. Deze voegen we samen tot geÔntegreerde teams die wijk- en herstelgericht zijn. Teams met ervaringsdeskundigen en IPS-medewerkers die mensen begeleiden naar werk, maar ook met specialistische behandelkennis.í
Meer

Reageer |  reacties

Psychisch gezond in een opgewarmde aarde

Discussieforum over professionaliteit in de zorg voor medisch specialisten, artsen, psychologen, bestuur en management. Van Der Hoef & Partners biedt u een platform, of forum, dat gebruikt zal worden om themaís die van belang zijn bij de dagelijkse praktijk van de geneeskunde te belichten. Een ruimte voor het voeren van een discours.
Meer

Reageer |  reacties

Het is ontegenzeggelijk de schuld van de manager; of niet soms?

In haar column in Medisch Contact van juni 2017 probeert Esther van Fenema aan een peuter uit te leggen wat een manager doet: ĎEen manager is een meneer of een mevrouw die dingen regelt en heel veel moet vergaderen met andere mensen om die dingen te kunnen regelení waarop de kleuter stampvoetend roept: ĎJa maar wat kan hij dan?í. Ik vroeg me af hoe zij aan diezelfde peuter zou uitleggen wat een psychiater doet? Ik neem aan dat zij het zo zou weten uit te leggen dat die peuter ervan overtuigd is, dat een psychiater heel wat kan ook al zegt men - dat zijn vooral chirurgen - dat een psychiater niets weet en niets kan.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten