Nieuwe nihilisten

5 maart 2015

Transitie? Plus ca change, plus c´est la même chose. Hoe vaak kan de geneeskunde zichzelf opnieuw uitvinden, vernieuwen, andere paradigma´s omarmen, zich afzetten tegen zijn voorgangers?

Er zijn heel wat omwentelingen in de geneeskunde geweest vaak samenhangend met nieuwe wetenschappelijke inzichten. Nieuwe inzichten hoefden echter niet onmiddellijk samen te hangen met betere behandelmethoden. Voor artsen die dag in dag uit patiënten zagen waren die inzichten bovendien niet altijd belangrijk. Die gingen meestal - ongeacht wat hun middelen waren - voort met wat ze dachten dat goed was. In de negentiende eeuw hadden artsen bijvoorbeeld hoofdzakelijk het aderlaten en laxeren ter beschikking en dat pasten ze bij vrijwel elke patiënt toe, maar dat deed vaak meer kwaad dan goed. Uit die tijd stamt het beroemde citaat van de Amerikaanse arts Oliver Wendell Holmes (1809-1894): “Als alle medicijnen in de oceaan gegooid zouden worden zou dat veel beter voor de mensheid zijn, maar een stuk slechter voor de vissen.” Holmes´ inzichten waren vernieuwend en zijn goede pen droeg bij aan een grote verandering in de geneeskunde van die tijd. Men moest minder kijken naar de beschikbare behandeling en meer naar de patiënten. Dat moest vooral gebeuren door betere lichamelijk onderzoek. Bovendien moest een arts de zieke mens begrijpen in de omgeving waarin deze leeft.

Niet alleen in de Verenigde Staten was die ontwikkeling te zien. In Europa en met name in het centrum van de toenmalige wereld – Wenen – keerden jonge artsen zich af van de behandelingen die niet effectief waren en ze zagen het als hun taak om de natuur meer haar gang te laten gaan. Een arts moest daar volgens hen alleen maar bij helpen. Ze werden nihilisten genoemd omdat ze afzagen van bestaande behandelingen, maar – terugkijkend in de twintigste eeuw – werden ze vooral geassocieerd met alternatieve geneeswijzen en kreeg het begrip negatieve connotaties.

De uitdaging van nu is de explosieve toename van niet overdraagbare chronische aandoeningen, die nauw verbonden is met moderne leefwijzen. Gebrek aan beweging, te veel zitten, andere voedingspatronen, overconsumptie, onregelmatige slaaptijden en te weinig slaap, roken, forse alcoholconsumptie, stress.

Tot voor kort hebben we geprobeerd dat aan te pakken met cholesterolverlagers, middelen tegen hoge bloeddruk, medicijnen om het glucose te reguleren, tranquillizers, stemmingsverbeteraars en wat vrijblijvende adviezen. Daarop terugkijkend mag je ondertussen wel concluderen dat we gefaald hebben. Ja, we zijn goed in staat gebleken mensen in leven te houden, het chronisch lijden daarmee te verlengen en ja, dat kost steeds meer geld want de kosten van nieuwe medicijnen blijven stijgen en goedkope innovaties bestaan niet meer. De kosten zijn tijdelijk een paar jaar af te remmen, maar het volume neemt toe en op langere termijn stijgen ze. Uiteindelijk gaat de zorg zoals die nu functioneert failliet.

Je kunt je in gezondheidszorg niet langer blijven concentreren op de uitkomst van het ziekmakende proces. Alle vernieuwingen van nu hangen samen met innovaties om leefwijzen te veranderen, maar de schaal waarop het gebeurt is nog onvoldoende. Minder focus op medicijnen dus en meer op gezonder leven. Wat we nodig hebben zijn nieuwe nihilisten, artsen met andere vaardigheden. Ze hoeven hun arsenaal aan medicijnen niet weg te gooien, maar preventie moet juist de kerntaak van de geneeskunde worden en volledig in de medische praktijk geïntegreerd worden. Stap één is preventief te leren denken en gedrag en gedragsverandering begrijpen. Stap twee: er moet veel meer geld naar onderzoek om te begrijpen wat we doen met onze vernieuwingen.

Als we nu de omslag niet kunnen maken naar een zorg die preventie als prioriteit stelt, gaan we het in de toekomst niet redden en worden we pas echt nihilisten.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

FACT-werk en specialistische zorg in één team

‘Binnen GGZ Noord-Holland-Noord hebben we drie programma’s geschreven die de komende drie jaar hun beslag moeten krijgen’, vertelt Marijke van Putten, lid van de raad van bestuur. ‘Voorheen werkten we via twee sporen: de FACT-teams en diagnostisch gerichte specialistische teams. Deze voegen we samen tot geïntegreerde teams die wijk- en herstelgericht zijn. Teams met ervaringsdeskundigen en IPS-medewerkers die mensen begeleiden naar werk, maar ook met specialistische behandelkennis.’
Meer

Reageer |  reacties

Psychisch gezond in een opgewarmde aarde

Discussieforum over professionaliteit in de zorg voor medisch specialisten, artsen, psychologen, bestuur en management. Van Der Hoef & Partners biedt u een platform, of forum, dat gebruikt zal worden om thema’s die van belang zijn bij de dagelijkse praktijk van de geneeskunde te belichten. Een ruimte voor het voeren van een discours.
Meer

Reageer |  reacties

Het is ontegenzeggelijk de schuld van de manager; of niet soms?

In haar column in Medisch Contact van juni 2017 probeert Esther van Fenema aan een peuter uit te leggen wat een manager doet: ‘Een manager is een meneer of een mevrouw die dingen regelt en heel veel moet vergaderen met andere mensen om die dingen te kunnen regelen’ waarop de kleuter stampvoetend roept: ‘Ja maar wat kan hij dan?’. Ik vroeg me af hoe zij aan diezelfde peuter zou uitleggen wat een psychiater doet? Ik neem aan dat zij het zo zou weten uit te leggen dat die peuter ervan overtuigd is, dat een psychiater heel wat kan ook al zegt men - dat zijn vooral chirurgen - dat een psychiater niets weet en niets kan.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten