Van “blame free” naar “Just Culture”

17 oktober 2013

Ruim twee jaar geleden maakte ik de overstap naar de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). In de 8 jaar daarvoor werkte ik in het UMC Utrecht aan het ontwikkelen en invoeren van patiëntveiligheidsbeleid. Een van de eerste acties die we inzetten was het verbeteren van het imago van de MIP-commissie. Het moest eenvoudig, zinvol en veilig zijn om incidenten te melden. Vooral dat laatste aspect was ingewikkelder dan het leek.

In die tijd, 2004, werd gesproken over “blame free reporting”. Medewerkers moesten te allen tijde incidenten kunnen melden zonder risico op persoonlijke consequenties. De gedachte erachter is dat je niet van iemand kan verwachten dat hij zijn eigen fout meldt, als hij hier vervolgens voor ontslagen wordt. Klonk, en klinkt, logisch. Toch was het ook contra-intuïtief; iemand moest toch ter verantwoording kunnen worden geroepen als hij een grote fout maakte?

Als MIP gingen we er op letten. Zo werd er melding gemaakt van een fout in het klinisch chemisch lab, dat ertoe geleid had dat een patiënt schade had opgelopen. De melding was gedaan door de leidinggevende van het lab en in de melding stond bij “maatregelen” onder meer dat er een aantekening was gemaakt in het personeelsdossier van de betrokken laborant. Maar er stond ook een aantal aanpassingen in het werkproces dat de kans op herhaling zou voorkleinen. Dat vonden we als MIP vreemd. Als er werkprocessen aangepast worden, dan waren die dus de oorzaak van het incident. Waarom moest de betrokken laborant dan ook gestraft worden?

Namens de MIP ging ik op onderzoek uit en sprak de leidinggevende. Hij nam me mee door zijn lab en stond stil bij een grote werktafel. “Kijk,” zei hij, “ik vind het belangrijk dat we altijd heel secuur werken in ons lab. X (de betrokken laborant) maakt er vaak een zooitje van. Potjes staan willekeurig door elkaar als ik haar aan deze tafel zie werken. Ze werkt gewoon niet secuur. Daarom heb ik naar aanleiding van het incident een aantekening in haar dossier gezet”.

Ik vroeg of het incident ook aan deze tafel was gebeurd. Nee, dat was elders. Hij leidde mij naar een apparaat waar bloedbuisjes in verwerkt werden. Om dat goed te doen, moest de laborant korte tijd het patiëntennummer onthouden. Negen cijfers. Dit was er bij het incident misgegaan. “Het lijkt me moeilijk om negen cijfers te onthouden,” suggereerde ik. Dat was het ook en daarom was naar aanleiding van dit incident deze werkwijze aangepast, zodat de laboranten het niet meer uit hun hoofd hoefden te weten.

“Maar, wat heeft dit werkproces met het andere werkproces dat je me hiervoor liet zien te maken,” vroeg ik hem. “Niets”. Ik vroeg vervolgens of hij de betrokken laborant al eens eerder had aangesproken op het schijnbaar slordig werken. Daar was het nog niet van gekomen.

In het gesprek dat we hierna hadden kwam de leidinggevende tot de conclusie dat ieder ander deze fout ook had kunnen maken en dat het los stond van het “slordig werken” omdat dit een geheel ander werkproces was, waar bovendien nog niets aantoonbaar fout was gegaan. Hij zou de aantekening uit het personeelsdossier schrappen en in een separaat gesprek het “slordig werken” bespreekbaar maken.

Lees verder…

Ian Leistikow, arts en senior inspecteur bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

FACT-werk en specialistische zorg in één team

‘Binnen GGZ Noord-Holland-Noord hebben we drie programma’s geschreven die de komende drie jaar hun beslag moeten krijgen’, vertelt Marijke van Putten, lid van de raad van bestuur. ‘Voorheen werkten we via twee sporen: de FACT-teams en diagnostisch gerichte specialistische teams. Deze voegen we samen tot geïntegreerde teams die wijk- en herstelgericht zijn. Teams met ervaringsdeskundigen en IPS-medewerkers die mensen begeleiden naar werk, maar ook met specialistische behandelkennis.’
Meer

Reageer |  reacties

Psychisch gezond in een opgewarmde aarde

Discussieforum over professionaliteit in de zorg voor medisch specialisten, artsen, psychologen, bestuur en management. Van Der Hoef & Partners biedt u een platform, of forum, dat gebruikt zal worden om thema’s die van belang zijn bij de dagelijkse praktijk van de geneeskunde te belichten. Een ruimte voor het voeren van een discours.
Meer

Reageer |  reacties

Het is ontegenzeggelijk de schuld van de manager; of niet soms?

In haar column in Medisch Contact van juni 2017 probeert Esther van Fenema aan een peuter uit te leggen wat een manager doet: ‘Een manager is een meneer of een mevrouw die dingen regelt en heel veel moet vergaderen met andere mensen om die dingen te kunnen regelen’ waarop de kleuter stampvoetend roept: ‘Ja maar wat kan hij dan?’. Ik vroeg me af hoe zij aan diezelfde peuter zou uitleggen wat een psychiater doet? Ik neem aan dat zij het zo zou weten uit te leggen dat die peuter ervan overtuigd is, dat een psychiater heel wat kan ook al zegt men - dat zijn vooral chirurgen - dat een psychiater niets weet en niets kan.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten