Innovatie van de psychiatrie: geïndividualiseerd én persoonlijk

24 december 2013

Het enige wat mensen echt met elkaar gemeen hebben, is dat ze van elkaar verschillen. Dit gegeven is uitgangspunt voor de moderne personalized medicine. De bijzondere kenmerken van de patiënt vormen daarin het uitgangspunt voor diagnose, prognose en behandeling. De psychiatrie kan leren van de somatiek door ook preciezer, op de persoon gericht te gaan werken. Standaardprogramma’s hebben onvoldoende resultaat opgeleverd. De bestaande behandelrichtlijnen zijn nog veel te ongedifferentieerd – ze gaan uit van populaties die in werkelijkheid niet bestaan. En dat de DSM-5, het psychiatrisch classificatiesysteem, veel te grofmazig is, is genoegzaam aangetoond. 

Maar, kost preciezer werken in de psychiatrie niet heel veel geld? En als dat beschikbaar is, duurt het niet verschrikkelijk lang voordat patiënten of cliënten daar wat van merken? Ja en nee.

Voor niks gaat de zon op. Dat geldt ook in de psychiatrie. In vergelijking met andere medische disciplines, en rekening houdend met het enorme aantal mensen met een ernstige psychische stoornis, wordt de psychiatrie karig bedeeld. Zeker, er zijn overal voorzieningen en Nederland scoort, in vergelijking met ander landen, heus niet zo slecht. Maar naast gebouwen, goed opgeleide mensen en aansprekend beleid is er, om betere resultaten te boeken, heel veel kennis nodig. Niet alleen ‘meer’ maar vooral ook klinisch relevante kennis. Kennis die helpt om mensen beter beter te maken. Een ruimhartige financiering van het onderzoek is daarbij zeer behulpzaam. Maar dat is niet genoeg: de samenhang tussen onderzoek en praktijk, en de samenwerking tussen onderzoekers en hulpverleners kan echt veel beter. Dat voorkomt prachtig maar vrij nutteloos onderzoek, en het bevordert dat praktijkwerkers, en niet te vergeten de cliënten, actief aan onderzoek willen meewerken. 

Kennis kost geld. Dat komt helaas niet aanwaaien. De psychiatrie is niet erg sexy en geestelijke gezondheid heeft bij de overheid geen hoge prioriteit. Het vereist sociale actie, en alle hotemetoten in de psychiatrie moeten daarbij hun nek uitsteken. Bij voorkeur gebeurt dat ook in Europa waar fondsen te verdelen zijn. Probleem is natuurlijk kip en ei: aantoonbare resultaten genereren meer geld, terwijl die resultaten zonder voldoende budget niet komen. Ga er maar aanstaan.

Toch kan er met de beschikbare kennis al veel worden bereikt als we die kennis betekenis weten te geven doordat we de toepassing ervan effectief weten te organiseren. We weten dat individuen veel van elkaar verschillen en anders reageren op behandelprogramma’s. Dan geeft het geen pas om toch door te gaan met standaardprogramma’s en behandelrichtlijnen die zulke verschillen goed beschouwd aan hun laars lappen. We moeten iedereen benaderen als unieke persoon in een unieke context. We kunnen veel meer aandacht geven aan de diagnostiek. En daarmee bedoel ik natuurlijk niet het al dan niet correct toepassen van de DSM-5. Een geschikt DSM-label is snel gevonden maar dan weet je nog nauwelijks iets over de prognose, de behandelindicatie, laat staan de oorzaken van de gesignaleerde problemen. We kunnen actief beleid voeren om mensen met psychische aandoeningen veel eerder – en daardoor met lichtere middelen – te behandelen. En we moeten individuen als een persoon met een stoornis bejegenen in plaats van omgekeerd. 

Dit laatste klinkt reuze vaag maar is harde wetenschap: er is veel bekend over de zogenaamde aspecifieke factoren van de zorgverlening. Deze hebben ermee te maken hoe je een werkrelatie vormt en onderhoudt die cliënten het vertrouwen geeft dat hun problemen serieus worden genomen en dat ze er – samen met de hulpverlener – aan kunnen werken hun toestand te verbeteren. Personalized medicine betekent in de psychiatrie ook – of wellicht wel vooral – dat het individu als persoon centraal staat. Dat rekening wordt gehouden met zijn of haar unieke karakteristieken, waarden, wensen, doelen en wat al niet. Het is aangetoond dat de cliënt benaderen als ‘object van handelen’ – zeker in de geestelijke gezondheidszorg – averechts kan werken: de patiënt gaat er op achteruit. 

Een adequate bejegening van cliënten kost niks meer, maar levert veel op. Als we hieraan vandaag gaan werken, samen met ervaringsdeskundigen, gaat de zon morgen wel eerder op – voor niks. 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Wat doet de DSM-5 met
de psychiater en de psychiatrie?

De DSM-5 is niet onschuldig. Het beïnvloedt de ontwikkeling van het vak van psychiater en dus van de psychiatrie als discipline. Ook in deze derde podcast botsen de standpunten van psychiater Floortje Scheepers en psychiater Ralph Kupka. ... Meer

Reageer |  reacties

Podcast 3. Wat betekent de DSM-5 voor de behandelaar?

Onze derde podcast "Wat betekent de DSM-5 voor de behandelaar" is te beluisteren op "Psychiater op de cast" op Spotify.In deze aflevering komen Floortje Scheepers en Ralph Kupka wederom met elkaar in botsing over hun standpunten, maar ze zijn het erover eens dat het lijden van patiënten en de bijbehorende processen centraal moeten staan. ... Meer

Reageer |  reacties

Podcast 2. Wat betekent de DSM-5 voor de patiënt?

Onze tweede aflevering, "Wat betekent de DSM-5 voor de patiënt?", is nu beschikbaar op op Spotify: "Psychiater op de cast".In deze boeiende aflevering onderzoeken Floortje Scheepers, Ralph Kupka en Tessa van den Ende, onder leiding van Wouter Van Ewijk, de impact van de DSM-5 op de patiëntenzorg. ... Meer

Reageer |  reacties