Weg met de maatschap; op naar het Zweedse model!

22 oktober 2014

Groen van jaloezie zie ik, na elk gesprek met mijn dierbare collega en goede vriendin, werkzaam in Zweden. Inmiddels is zij specialist in het groene Noorden. Keer op keer doet ze mijn oren klapperen. “Ja, wij zijn hier gewoon om vier uur klaar, dan dragen we over.” “Ik heb 1 nachtdienst gewerkt, ik mag nu 48 uur compenseren.” Na de geboorte van haar kind kreeg ze 480 dagen verlof van werk, te delen met haar man. Beiden moesten ze minsten twee maanden vrijaf nemen.

Hoe is het mogelijk om zo ‘weinig’ te kunnen werken en zo veel te kunnen compenseren? Waarom is de werkdruk daar zo veel lager? Wat blijkt: in Zweden doe je hetzelfde werk met het dubbele aantal arts-assistenten en specialisten.

Al jaren kijk ik met verbazing naar het ‘Nederlandse systeem’, waarbij slechts een select gezelschap weet toe te treden tot de specialisten-elite. Dat, na vele jaren zwoegen, lange weken draaien, eindeloos veel diensten doen, met – mijns inziens – een armoedige bezetting. De ‘jonge – van hun bazen afhankelijke – klaren’ mokken echter niet; de specialisten-titel ligt immers in het verschiet.

De laatste jaren valt me op dat ik keer op keer met de dokters in de dop, die een dienst met mij meerijden, hetzelfde gesprek voer, als ik informeer naar hun toekomstplannen.‘Ja, weetje, ik vind het vul-hier-een-specialisme-naar-keuze-in een machtig, prachtig vak, maar uhm tjaaa….’ En daar komt het: de absurde uren, de onzekerheid ooit bij een specialisme binnen te komen, het bijna verplichte promotie-onderzoek. Ik hoor veel co’s zuchtend afhaken, voor ze ooit begonnen zijn. En waarom? Wegens prehistorische arbeidsvoorwaarden. Jonge dokters willen niet alleen maar werken, ook niet als ze lyrisch van een vak zijn. Dus kiezen ze bewust voor een vroegtijdige ziekenhuis-exit.

Wat let ons om alle medische specialisten naar een dienstverband over te hevelen? En om meteen hun salarissen gelijk te trekken? Dan kunnen we van het overblijvende geld het aantal arts-assistenten verdubbelen, en de arbeidsomstandigheden van alle ziekenhuisdokters radicaal moderniseren. En er meer tot specialist op te leiden, om de enorme werkdruk van het selecte gezelschap – bij een gelijk blijvende produktie - te doen minderen.

Kortom, tijd om het instituut ‘maatschap’ tot op de bodem af te breken. Het is niet meer van deze tijd, evenals de maten, die proclameren dat het huidige systeem, met een structurele onderbezetting van specialisten en arts-assistenten goed en/of wenselijk is. Een systeem dat nota bene door de beroepsgroep zelf in stand wordt gehouden (middels het Capaciteitsorgaan). Het is ouderwets en gebaseerd op irrationele ‘logica’ (zo deden wij het ook!), die gezonde vernieuwing in de weg staat. Een jonge generatie dokters staat te trappelen om het werk in de ziekenhuizen over te nemen, maar dan wel volgens een heel ander stramien: de jonge garde leeft niet meer om te werken. Wij werken om te leven! 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

FACT-werk en specialistische zorg in ťťn team

ĎBinnen GGZ Noord-Holland-Noord hebben we drie programmaís geschreven die de komende drie jaar hun beslag moeten krijgení, vertelt Marijke van Putten, lid van de raad van bestuur. ĎVoorheen werkten we via twee sporen: de FACT-teams en diagnostisch gerichte specialistische teams. Deze voegen we samen tot geÔntegreerde teams die wijk- en herstelgericht zijn. Teams met ervaringsdeskundigen en IPS-medewerkers die mensen begeleiden naar werk, maar ook met specialistische behandelkennis.í
Meer

Reageer |  reacties

Psychisch gezond in een opgewarmde aarde

Discussieforum over professionaliteit in de zorg voor medisch specialisten, artsen, psychologen, bestuur en management. Van Der Hoef & Partners biedt u een platform, of forum, dat gebruikt zal worden om themaís die van belang zijn bij de dagelijkse praktijk van de geneeskunde te belichten. Een ruimte voor het voeren van een discours.
Meer

Reageer |  reacties

Het is ontegenzeggelijk de schuld van de manager; of niet soms?

In haar column in Medisch Contact van juni 2017 probeert Esther van Fenema aan een peuter uit te leggen wat een manager doet: ĎEen manager is een meneer of een mevrouw die dingen regelt en heel veel moet vergaderen met andere mensen om die dingen te kunnen regelení waarop de kleuter stampvoetend roept: ĎJa maar wat kan hij dan?í. Ik vroeg me af hoe zij aan diezelfde peuter zou uitleggen wat een psychiater doet? Ik neem aan dat zij het zo zou weten uit te leggen dat die peuter ervan overtuigd is, dat een psychiater heel wat kan ook al zegt men - dat zijn vooral chirurgen - dat een psychiater niets weet en niets kan.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten