Veiligheid in de zorg: weg met de onverschilligheid!

10 oktober 2013

Laatst was ik op een congres voor praktijkverpleegkundigen. Een longarts die een workshop gaf over longauscultatie vroeg aan de aanwezigen wie na elk patiŽntencontact de handen waste. Een derde van de verpleegkundigen werkzaam in een huisartsenpraktijk stak haar hand op. Nog veel minder handen gingen omhoog op de vraag: ‘En wie maakt het membraam van de stethoscoop schoon na elk patiŽntencontact?’ Dat is zorgwekkend: juist in de steeds complexere eerstelijnszorg, met een groeiend aantal kwetsbare ouderen in de patiŽntenpopulatie, is infectiepreventie van cruciaal belang.

Doe je microbiologisch onderzoek in huisartsenpraktijken, dan vind je in een groot deel daarvan ESBL-vormende bacteriŽn. Het zijn bijzonder resistente micro-organismen die vaak ‘ziekenhuisbacteriŽn’ genoemd worden, maar ook buiten het ziekenhuis voorkomen. Op membramen van stethoscopen vinden we vaak Escherichia coli en Klebsiella pneumoniae, maar ook wel de Enterococcus faecalis. DarmbacteriŽn die in een gezonde gastheer geen schade zullen aanrichten, maar wel gevaarlijk kunnen zijn voor zieke mensen of kwetsbare ouderen. Daarnaast wordt op stethoscopen regelmatig de Staphyloccus aureus gevonden, die tot 20 uur op het membraan van het instrument kan overleven. En dan hebben we het nog maar over ťťn veelgebruikt instrument in de zorgpraktijk.

In Nederland doen we het nog relatief goed ten opzichte van andere landen, maar de dreiging neemt toe. Je zou daarom denken dat de bewustwording om goede (hand)hygiŽne toe te passen ook toeneemt. Helaas is dat niet het geval. In ziekenhuizen is het niet veel beter dan in huisartsenpraktijken. De mediane compliance voor handhygiŽne bedraagt 40 procent. Op de IC is het met 30 ŗ 40 procent zelfs nog slechter gesteld. Opmerkelijk, omdat op de intensive care per definitie ernstig zieke patiŽnten liggen. Verpleegkundigen (48 % houdt zich aan de regels voor handhygiŽne) zijn iets gewetensvoller met handhygiŽne bezig dan medisch specialisten (32%).

Hoe komt dat? Is die laissez faire-mentaliteit van artsen en verpleegkundigen te wijten aan de onzichtbaarheid van micro-organismen? Met het blote oog zie je ze immers niet. Door de jaren heen is het ene na het andere implementatietraject voor een betere handhygiŽne in zorginstellingen geÔntroduceerd. Daar is veel tijd en energie in gestoken. Tot nu toe is, voor zover ik weet, geen enkel implementatietraject gelukt om het gedrag van artsen en verpleegkundigen structureel te veranderen. Er komt even een Aha-Erlebnis bij een nieuwe feedbacktraining, een nieuwe procedureafspraak, een nieuwe workshop of weer een nieuw leiderschapsprogramma waar het gaat over open dialoog. Maar zodra de hectiek van alledag zich weer aandient, verdampen de goede voornemens bijkans nog sneller dan de – te weinig gebruikte – handalcohol.

Opvallend is dat veel verpleegkundigen hetzelfde zeggen als het over het niet naleven van de regels voor handhygiŽne gaat en dat is dit: ‘Artsen zijn nog veel erger dan verpleegkundigen’. Daar hebben ze overigens groot gelijk in. Maar het geeft ook iets anders aan: er is niemand die verantwoordelijk gesteld kan worden voor falend hygiŽnebeleid – behalve dan de RvB als het ťcht faliekant mis gaat, zoals in het Maasstad Ziekenhuis gebeurde, maar excessen wil je natuurlijk nou juist voorkomen. Om in de dagelijkse praktijk structureel iets te veranderen, moeten we niet simpel regels opvolgen, maar er ook met hart en ziel ervan overtuigd zijn dat ander gedrag noodzakelijk is. De kunst is om een perspectief te bieden waardoor zorgverleners het gevoel krijgen dat hun inzet en acties ertoe doen, zodat zij eigenaarschap gaan voelen.

In Amerikaanse Magnet Ziekenhuizen, die de hoogste en meest prestigieuze internationale onderscheiding hebben ontvangen die een zorginstelling of ziekenhuis kan krijgen voor excellente zorg, wordt dat ook gedaan. Daar wordt het scoren van indicatoren niet gezien als ‘weer een bureaucratische regel bovenop de zorg’ gezien, maar als een kans om de kwaliteit van zorg te verhogen. Vol trots worden die resultaten vervolgens gebenchmarkt. Dat mes snijdt aan twee kanten. Want verantwoordelijkheid nemen maakt de zorg niet alleen veiliger, maar ook je werk leuker. Weg met de onverschilligheid! 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

FACT-werk en specialistische zorg in ťťn team

ĎBinnen GGZ Noord-Holland-Noord hebben we drie programmaís geschreven die de komende drie jaar hun beslag moeten krijgení, vertelt Marijke van Putten, lid van de raad van bestuur. ĎVoorheen werkten we via twee sporen: de FACT-teams en diagnostisch gerichte specialistische teams. Deze voegen we samen tot geÔntegreerde teams die wijk- en herstelgericht zijn. Teams met ervaringsdeskundigen en IPS-medewerkers die mensen begeleiden naar werk, maar ook met specialistische behandelkennis.í
Meer

Reageer |  reacties

Psychisch gezond in een opgewarmde aarde

Discussieforum over professionaliteit in de zorg voor medisch specialisten, artsen, psychologen, bestuur en management. Van Der Hoef & Partners biedt u een platform, of forum, dat gebruikt zal worden om themaís die van belang zijn bij de dagelijkse praktijk van de geneeskunde te belichten. Een ruimte voor het voeren van een discours.
Meer

Reageer |  reacties

Het is ontegenzeggelijk de schuld van de manager; of niet soms?

In haar column in Medisch Contact van juni 2017 probeert Esther van Fenema aan een peuter uit te leggen wat een manager doet: ĎEen manager is een meneer of een mevrouw die dingen regelt en heel veel moet vergaderen met andere mensen om die dingen te kunnen regelení waarop de kleuter stampvoetend roept: ĎJa maar wat kan hij dan?í. Ik vroeg me af hoe zij aan diezelfde peuter zou uitleggen wat een psychiater doet? Ik neem aan dat zij het zo zou weten uit te leggen dat die peuter ervan overtuigd is, dat een psychiater heel wat kan ook al zegt men - dat zijn vooral chirurgen - dat een psychiater niets weet en niets kan.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten