"Ballen"

16 mei 2012

Het verhaal van Suze raakt mij omdat er bovenal moed zichtbaar wordt. Het vraagt “ballen” om te reflecteren op jezelf, om eerlijk ‘in je eigen ziel te knijpen’ en de angsten aan de basis van je optreden onder ogen te zien.

Als assessmentpsycholoog, coach en trainer, is het fascinerend en telkens weer een spannend moment op welke manier mensen reageren op de feedback die zij krijgen.
Deze week kreeg ik een man bij me in het kader van een assessment die solliciteerde naar een directiefunctie. Hij zou daar verantwoordelijk zijn voor de bedrijfsvoering).
In een eerste rollenspel werd zichtbaar dat hij de kaarten tegen de borst hield, weinig transparant in zijn bedoelingen en motieven was, en ook als leidinggevende (ander rollenspel) keek hij de kat uit de boom en was het opvallend dat hij langs indirecte weg en met een geheime agenda werkte. Spannend is het moment verder op de dag, in de tweede helft van het interview, wanneer ik hem confronteer met zijn indirecte aanpak op verschillende momenten, bijvoorbeeld nadat hij in ons interview vertelde over een reorganisatie waar hij in mijn optiek opnieuw weinig doorzichtig gemanoeuvreerd had. Duidelijk werd dat hij het beeld heeft van zichzelf van iemand die diplomatiek en ‘introvert’ is . Ik suggereerde dat hij mogelijk niet alleen ter bescherming van de ander maar ook van zichzelf over-voorzichtig en indirect is.
Op het moment dat ik hem feedback gaf, plaatste ik hem voor een lastige keuze; in een beoordelingssituatie van een assessment meer openheid van zaken geven en zelfkritischer zijn, of op de ingeslagen weg volhouden. Voor beide paden - verwachtte ik – kon hij de implicaties op dat moment niet helemaal overzien. Hij was naar ik kan beoordelen oprecht verbaasd en zag zichzelf –anders dan ik hem zie – niet als een conflict vermijder.
Deze man bleek in het assessment – en dat siert hem – bereid om zelfkritisch te zijn. Of het aanpassingsgedrag is of de werkelijkheid, is een zaak voor hemzelf. We weten niet of dit het moment is waarop hij ‘wakker’ wordt. Sommigen hebben weinig feedback gekregen , anderen kunnen de waarheid niet goed verdragen en de afwijkende perceptie van het zelf (geconstrueerde) zelfbeeld moet hard worden onderdrukt. Hoe ouder men wordt hoe onontkoombaarder het lijkt, maar ook hoe heftiger de tegendruk moet zijn om, als het individu het niet wil weten, te stoppen met schijnbewegingen te maken.

De druk wordt met de jaren groter, er is steeds meer tegendruk nodig, maar het vraagt ‘ ballen’ om inzichten toe te laten, eerlijk de ogen naar binnen te slaan. Ik heb diep respect voor mensen zoals Suze die dat durven doen, die eerlijk, open, hun persoonlijke onzekerheden (zonder te navelstaren) durven te tonen. Zij vervullen daarin een voorbeeldrol. Een van de mooie kanten van mijn vak is dat ik er vaker bij mag zijn als dit soort momenten (soms voor het eerst) plaats vinden en mensen de afweer laten zakken. Ze maken de keuze om trouw te zijn aan zichzelf. Dat is geen egoïsme en zelfzucht maar autonomie.

De deur naar zelfontwikkeling gaat naar binnen toe open.
Of het assessment, de feedback, of een goed gesprek met een vriend(-in) impact heeft, hangt af van duiten die anderen daarvoor al in het feedbackzakje hebben gedaan, van de moed, urgentie en levensfase. Voor mij is een kenmerk van dit persoonlijke effectiviteitsproces dat je het niet kan versnellen maar dat het wel vertraagd kan worden door degene die het aangaat. Feedback is een voorwaarde maar de deur gaat naar binnen toe open en het individu moet deze zelf open doen. Bij de genoemde assessment kandidaat is mij niet duidelijk waar precies in het wakker-worden-proces ik een interventie heb gedaan. Dat onttrekt zich nu nog aan mijn blik, bij (vervolg-)training en coaching wordt dat meestal duidelijk.


Stoppen met knokken , in je eentje.
Het effect van de keuze om de deur naar binnen open te doen, is prachtig om te zien (en ook te lezen in het verhaal van Suze). Persoonlijke ontwikkeling is een weerbarstig proces ; het vraagt investering op de korte termijn in de vorm van zelfconfrontatie en levert op de lange termijn een cadeau op, namelijk zelfwaardering en – vertrouwen.
Knokken is een stand waarin je eenzaam bent. Om echte verbinding en ‘contact’ te maken, denk ik dat je ‘ eigen’ moet zijn en niet in een overleefstand van de knokker moet staan. Toen ik recent het boek over Pim Boelaert (een Nederlandse verzetsheld) van de hand van Jolande Withuis las, trof me dat in de grootste miserie van Dachau het de onderlinge band was die mensen overeind hield. Op het moment dat iemand zich terugtrok in de schulp was het vonnis geveld en was iemand binnen enkele dagen overleden. Waarachtig contact is van levensbelang geloof ik en het ligt aan de basis van succesvol samenwerken.

Zonder het simpeler te doen lijken dan het is; er is moed nodig om te reflecteren, te stoppen met knokken en echt contact te maken. Het verhaal van Suze inspireert om dat te doen.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

FACT-werk en specialistische zorg in één team

‘Binnen GGZ Noord-Holland-Noord hebben we drie programma’s geschreven die de komende drie jaar hun beslag moeten krijgen’, vertelt Marijke van Putten, lid van de raad van bestuur. ‘Voorheen werkten we via twee sporen: de FACT-teams en diagnostisch gerichte specialistische teams. Deze voegen we samen tot geïntegreerde teams die wijk- en herstelgericht zijn. Teams met ervaringsdeskundigen en IPS-medewerkers die mensen begeleiden naar werk, maar ook met specialistische behandelkennis.’
Meer

Reageer |  reacties

Psychisch gezond in een opgewarmde aarde

Discussieforum over professionaliteit in de zorg voor medisch specialisten, artsen, psychologen, bestuur en management. Van Der Hoef & Partners biedt u een platform, of forum, dat gebruikt zal worden om thema’s die van belang zijn bij de dagelijkse praktijk van de geneeskunde te belichten. Een ruimte voor het voeren van een discours.
Meer

Reageer |  reacties

Het is ontegenzeggelijk de schuld van de manager; of niet soms?

In haar column in Medisch Contact van juni 2017 probeert Esther van Fenema aan een peuter uit te leggen wat een manager doet: ‘Een manager is een meneer of een mevrouw die dingen regelt en heel veel moet vergaderen met andere mensen om die dingen te kunnen regelen’ waarop de kleuter stampvoetend roept: ‘Ja maar wat kan hij dan?’. Ik vroeg me af hoe zij aan diezelfde peuter zou uitleggen wat een psychiater doet? Ik neem aan dat zij het zo zou weten uit te leggen dat die peuter ervan overtuigd is, dat een psychiater heel wat kan ook al zegt men - dat zijn vooral chirurgen - dat een psychiater niets weet en niets kan.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten